Menu Sluiten

De bloem, voor altijd in de bloei van z’n leven

 

Voor altijd in de bloei van zijn leven

 

Bloemen zijn voor de meeste fotografen een dankbaar onderwerp. Ik heb in mijn leven al veel, heel veel bloemen in hun bloei gefotografeerd.

Dan komt er een tijd dat je een mooie bloem ziet en dat je die de tijd en aandacht schenkt om hem of haar zo mooi mogelijk op de foto te zetten. Kijkend naar het eindresultaat bekruipt je dan een vervelend gevoel. De bloem is mooi gefotografeerd, de scherpte is perfect en de belichting past perfect bij je onderwerp. En toch… het is gewoon een foto van een bloem…

Je wilt niet de perfecte bloem fotograferen, je wilt de perfecte foto van een bloem maken. Perfectie zit hem niet in een technisch geslaagde foto. Perfectie zit hem in het enorm gelukkig zijn met het eindresultaat.

Nog vaak kon ik gefascineerd naar een bloem kijken. Het zijn werkelijk bijzondere schepsels met meestal een bijzondere schoonheid en een bijna perfecte symmetrie. Toch kwam het vaak niet meer tot fotograferen.

Een idee wordt geboren

Een tijdje geleden was ik bezig met een totaal ander beeld. (Het geheim van vuur en ijs). Ik werkte aan een foto waarin blokjes ijs in combinatie met vuur werden gebruikt toen ik een eureka moment ervaarde.

De eerste ingeving was om een bloem in volle bloei af te laten zinken in een bak met water. Als je dan wat geduld hebt gaan luchtbelletjes zich hechten aan de bloem en kun je een niet alledaagse foto van een bloem maken. Het leek me een leuk experiment. Een experiment dat ik tot op heden nog nooit heb uitgevoerd, want voor het zover was had ik al bedacht dat ik die bak water ook wel 24 uur of meer in de diepvries kon plaatsen. Het beeld dat ik voor me had bevatte nog steeds de bubbeltjes, maar nu gevangen in mooi helder en doorzichtig ijs.

Hoe ga je te werk?

Veel heb je niet nodig. Een bloem, een gewichtje om het drijven van de bloem te voorkomen en een redelijke hoeveelheid water. Daarnaast natuurlijk de vorm. De vorm bleek uiteindelijk het grootste probleem te zijn. Glas vriest kapot, net zoals plastic trouwens. De vorm mag ook niet te groot of juist te klein zijn. De bloem moet aan alle zijden omgeven zijn door water. Eén uitstekend blaadje kan de foto verpesten. Het uitstekende deel krijgt een totaal andere reflectie en zal snel gaan verdorren.

Zo’n idee blijft dan even in mijn achterhoofd borrelen waarbij op onverwachte momenten de oplossing zich aandient. Soms wordt ik midden in de nacht wakker en dan dringt de oplossing plotseling door. Soms ben ik met iemand in gesprek als er plotseling in een fractie van een seconde een paar hersencellen met elkaar beginnen te communiceren en mij met een schok de oplossing aandragen. (sorry als ik even afwezig leek tijdens ons laatste gesprek. Dat was dan waarschijnlijk interne communicatie).

Dit keer kwam de oplossing toen ik door de supermarkt liep en ik bij het bronwater de anderhalve liter vierkante pakken bronwater van Bar le Duc zag staan. De goede vorm, de goede inhoud en waterdicht.

De uitwerking

De volgende dag verdween de eerste bloem voorzien van een gewichtje in de opengewerkte verpakking van anderhalve liter bronwater. (het bronwater heb ik eerst zelf opgedronken). 24 Spannende uren later verwijderde ik het omhulsel. Enigszins beteuterd hield ik het koude resultaat in mijn handen. Het ijs was niet bepaald helder maar eerder melkachtig wit. Langzaam ontstonden scheuren in het inwendige van het ijskoude blok.

Even dacht ik dat mijn experiment mislukt was, maar toen ik het blok nog eens goed bekeek zag ik toch wel mogelijkheden. In de studio maakte in een lichtopstelling die voor mijn gevoel de vormen van de bloem en het ijs zijn best tot zijn recht zouden laten komen. Het grootste probleem hierbij waren de reflecties in het ijs.

Door te spelen met de lichtinstellingen en de richting van het licht wist ik deze reflecties tot een minimum te beperken. Het volgende probleem was dat door het smelten van het ijs het blok ook niet meer stabiel op zijn plek bleef staan. Over zijn eigen smeltwater schoof het blok steeds langzaam van zijn plaats. Omdat scherp stellen op een doorzichtig voorwerp niet eenvoudig is moest ook dat probleem eerst worden opgelost. Een klein stukje stof onder het blok was voldoende om het blok ijs te stabiliseren.

Hoewel ik tevreden was met het resultaat heb ik later nog diverse experimenten uitgevoerd om toch tot helder ijs te kunnen komen. Het is me niet gelukt. (Tips hierover zijn welkom).

Wat ik al geprobeerd heb:

  • Gedestilleerd water
  • Water invriezen, laten ontdooien en opnieuw invriezen
  • Tikjes tegen het ijs geven om zoveel mogelijk lucht te laten ontsnappen
  • Water brak laten worden
  • Zout oplossen in het water

De bovenstaande foto zal deel uit maken van de vijfde sessie “bloemen voor de eeuwigheid”

 

Kijkend door de lens dacht ik:

“deze bloem is voor altijd in de bloei van zijn leven”.

Bezoek mijn printshop

 

Noodlanding of menselijk falen?

De overblijfselen van de McDonnel Douglass R4D-8

 

Eerst kwamen de geruchten. Het begint namelijk altijd met geruchten. Ergens in IJsland ver van de doorgaande weg lagen de resten van een McDonnell Douglas R4D-8, nu beter bekend als “De” Dakota. Het klinkt misschien gek, maar in de tijd dat de geruchten mij bereikten was het internet nog niet zo volgestampt met informatie als nu. Ik zocht, maar vond niets.

Op een dag wist ik wel de globale locatie van het wrak, maar nog steeds niet hoe ik er kon komen. Ook de IJslandse bevolking, hoewel normaal gesproken erg behulpzaam deden er meestal het zwijgen toe als het over de exacte locatie van het object ging.

Niet veel later vertelde iemand mij dat als je ongeveer wist waar je moest zoeken, het vliegtuig ook op Google Earth zichtbaar was. Niet veel later wist ik de exacte locatie van het wrak.

Eindelijk gevonden

Het was februari 2013 toen ik de stoute schoenen aantrok, de hoofdweg afdraaide en mezelf met een 4×4 auto over het zwarte zand van het Sólheimasandur waagde in de richting van waar het wrak zou moeten liggen. In het pekzwarte zand was zelfs een redelijk spoor zichtbaar waarover meerdere auto’s mij waren voorgegaan.

Ongeveer vier kilometer verderop stond ik dan eindelijk oog in oog met de Dakota die hier op 21 november 1973 een noodlanding maakte. Omdat het zand hier wel erg mul werd besloot ik de laatste 400 meter te lopen. Ik zat, en zit er nog steeds niet op te wachten om mijn huurauto tot de bodemplaat weg te zien zakken in het Sólheimasandur. Wie weet komen er 40 jaar later dan mensen kijken naar de overblijfselen van mijn huurauto die dan door het striemende zand van al zijn lak is ontdaan terwijl door de wind losgeslagen stenen (ja dat kan in IJsland) de ruiten aan gruzelementen geslagen hebben. En of dat niet erg genoeg is, zijn er dan altijd nog IJslanders die het nodig vinden om de gedoemde auto met hun hagelgeweren vol gaten te moeten schieten.

Met dat idee in mijn hoofd legde ik de laatste meters naar het wrak af waar ik na enige bestudering van dit surrealistische geheel mijn best deed om het zo mooi mogelijk met mijn camera vast te leggen. Ik denk dat ik ongeveer een uur rondom dit wrak doorbracht alvorens ik het tijd vond om de harde weg weer op te gaan zoeken. In die tijd zag ik geen enkele andere auto.

Van parel tot toeristische attractie

In 2015 veranderde alles. Het volgens mij, Canadese tieneridool JB kwam naar IJsland en bezocht onder andere het wrak om er een videoclip op te nemen. In de clip is te zien hoe hij met een skateboard over het in slechte staat verkerende dak van het wrak manoeuvreert. Of JB werkelijk de schuldige is weet ik niet, maar heel de wereld wist plots dat er een wrak lag. Dankzij behulpzame internetsites wist men ook exact hoe er te komen.

Kortom het wrak werd plots een van de highlights van IJsland. De landeigenaar werd het al snel beu. Met enige regelmaat mocht hij weer eens een auto vlot trekken die bijna tot zijn bodemplaat in het mulle zand terecht gekomen was. Ook viel het vliegtuig ten prooi aan vandalisme. Zo werd het enige jaren geleden voorzien van graffiti. Vele JB fans wilde net zoals hun grote idool gefotografeerd worden op het in slechte staat verkerende dak van de Dakota.

De weg naar het wrak werd afgesloten voor al het verkeer. Je kunt nog steeds het wrak bereiken, maar je auto parkeer je vooraan de weg, en als je dan het wrak echt wilt zien zit er niets anders op dan de laatste vier kilometer te voet af te leggen.

Waar komt het wrak vandaan?

Het vliegtuig was een van de vier Dakota ’s die hier door de Amerikanen op Keflavík gestationeerd waren. De vliegtuigen hadden eerder dienst gedaan in de Korea en Vietnam oorlogen. Alle vier de Dakota ‘s kwamen in IJsland aan hun einde.

Het vliegtuig op het Sólheimasandur kwam terug van een bevoorradingsvlucht ten behoeve van het radar station bij Stokksnes. Op de terugweg kreeg het vliegtuig gedurende een storm ook nog enorm veel last van ijsafzetting aan de vleugels. Het vliegtuig verloor snel hoogte waardoor de gezagvoerder geen andere keus had dan een noodlanding te maken.  Ze waren voorbereid om deze noodlanding op zee uit te voeren toen de piloot het Sólheimasandur in zicht kreeg. Hij besloot daar het vliegtuig aan de grond de zetten. Door de verwarring werd er door de IJslanders eerst in de zee naar overlevenden gezocht. Uiteindelijk kwamen de reddingswerkers tegelijkertijd aan met een helikopter van het Amerikaanse leger.

Wie het vliegtuig nadert zal al snel zien dat zowel de vleugels als het staartdeel ontbreken. Waar de vleugels zijn gebleven heb ik niet terug kunnen vinden. Maar volgens de overlevering is het staartstuk door een lokale boer vakkundig afgezaagd, afgevoerd en vervolgens verkocht. Verkocht aan iemand die er een zomerhuisje van heeft gemaakt.

Volgens diezelfde overlevering maakte het vliegtuig de noodlanding omdat de gezagvoerder (onterecht trouwens) in de veronderstelling was dat hij zonder brandstof zat.

Alle zeven inzittende overleefden het voorval.

Het nieuwsartikel uit de krant Morgunblaðid van 22 november 1973 in IJsland:

Bezoek mijn printshop

De Studebaker uit 1926

Gedurende onze reizen maken we vaak gebruik van een draagbare GPS, een Global Positioning System. Net als een navigator voor in je auto stel je het apparaat in om je te begeleiden naar je bestemming. Waar je in de auto simpelweg een adres opgeeft maakt een GPS gebruik van coördinaten. De Coördinaten van bovenstaande foto zou er bijvoorbeeld uitzien als: N 52° 46.496′ W 119° 15.271. Dit coördinaat bijvoorbeeld, leidt je naar een plek in British Columbia, Canada waar we deze Studebaker uit 1926 aantrof.

We vonden het coördinaat op de site geocaching.com. Geocaching.com is een goede bron om research te doen naar de mooiste plekjes op je reisbestemmingen. Op deze site wordt met behulp van coördinaten aangegeven waar mensen “schatten” verstopt hebben die je dan kunt zoeken met meestal niet meer dan het betreffende coördinaat dat soms wordt aangevuld met een kleine hint.

De mooiste zoektochten zijn die tochten waarbij je onderweg puzzels moet oplossen om verder te komen naar een volgend coördinaat. Niet dat ik die puzzels zo graag doe, maar de “schatten” zijn meestal verstopt door de “locals”, op plekken die ze zelf bijzonder vinden. Dit zijn vaak plekken die in reisgidsen niet zijn vernoemd en daardoor ver weg liggen van de drukke toeristische routes.

Een van deze “schatten” bracht ons een tijdje geleden naar deze prachtige Studebaker. Een autowrak, gebouwd in 1926. In of rondom deze Studebaker zou dus een “schat” verstopt zijn. Voor mij is de “schat” bijna altijd de omgeving waarin we terecht komen, in dit geval dus het wrak zelf.

Om goed werk te kunnen leveren moet een fotograaf geïnspireerd worden. Die inspiratie kan bijvoorbeeld komen van een aantrekkelijke jonge dame, maar ook gewoon van een oud stuk roest. Tsja, je bent veelzijdig fotograaf of je bent het niet. Ik bedenk me nu dat een combinatie van bovenstaande inspiratiebronnen ook best mooie plaatsjes op had kunnen leveren.

Zowel de leeftijd als het exacte model van de Studebaker waren niet meer te achterhalen door het ontbreken van alle type plaatjes. Nu zijn oude auto’s ook niet mijn specialiteit, dus zonder de aanwijzingen op de eerder genoemde site had ik waarschijnlijk ook nooit geweten dat het zich hier om een Studebaker ging.

Ik was druk in de weer met het fotografisch vastleggen van de vele materialen die ooit tezamen een mooie auto vormden toen een wat modernere auto stopte en een man en vrouw uitstapte. Ondanks dat ik individuen niet in “typische mensen voor een typische omgeving of beroep” hokjes wil stoppen voldeden deze mensen prima in deze omgeving waarbij ze ook eigenaren, of in ieder geval vervangende eigenaren waren van de “campground” waarop de Studebaker stoer bezig was om terug te keren naar de vorm waarin hij was, voordat hij ooit Studebaker werd.

De man liep naar me toe, waarbij hij werd voorafgegaan door een alcohol walm. Die alcoholwalm werd even later vrijwel tenietgedaan door de parfumlucht (of deodorant, ik ben geen kenner) van de vrouw.

De man bleek dus de beheerder te zijn van de campground. Wij kampeerden hier niet maar hadden wel onze gigantische camper, want ja, alle campers in Canada zijn gigantisch, hier geparkeerd. Niet vies van een beetje vooroordelen dacht ik: “O jee, here comes trouble”. Ik verwachtte op zijn minst dat we vriendelijk doch dringend zouden worden verzocht om of te betalen, of te verdwijnen. Het tegendeel was waar.

De man was de neef van de voormalige eigenaar van de Studebaker, en wist ons te vertellen dat de auto nieuw was gekocht door zijn oud-oom in 1926, maar dat de auto al sinds de jaren 50 niet meer van zijn plek was geweest.

Natuurlijk wilde hij ook best even poseren bij de auto, of voor dat wat ooit een auto was. Daarna wees hij ons nog op het station waar we als we wilden het chemisch toilet konden legen en ons water aan konden vullen. Ook vertelde hij nog even waar de beste WIFI op de camping te vinden was. Allemaal gratis.

We namen afscheid, en ik liep nog even om de auto heen en besloot dat het ook wel een heel mooi object was voor infrarood fotografie.

 De Studebaker vastgelegd met een conventionele camera  De neef van de eigenaar

Bezoek mijn printshop

 


P.S.

Mits goed bijgehouden of gerestaureerd had het nog een mooi autootje kunnen zijn…

Bron foto van de gerestaureerde studebaker: klik hier

 

De mooie rooie

Als uitvalsbasis voor mijn landschaps- en natuurfotografie maak ik graag gebruik van de campings van onder andere Staatsbosbeheer. Wandelen of fietsen in een “nieuwe” omgeving werkt voor mij erg inspirerend.

Vorig jaar was ik in Drenthe waar ik de prehistorische hunebedden graag weer eens wilde zien en natuurlijk ook wilde fotograferen. Ik was bijna terug bij de camping en genoot van het frisse lentegroen. Groene weiden, groene varens, groene bomen. De lente was met zijn ontluikende groene kleuren een schat aan inspiratie en brenger van een erg goed humeur.

In een reflex, en misschien voor ik het zelf door had stond ik plots naast mijn fiets. Tussen al het frisse groen stond een solitaire rode beuk. Een beuk, net zo fris rood als de groene beuken fris groen waren.

De fiets werd geparkeerd, de rugzak met fotospullen ging open en het zoeken naar het beste standpunt kon beginnen. De zon stond bijna op de perfecte plek voor het mooiste plaatje, maar werd jammer genoeg enigszins afgeschermd door een dun laagje bewolking.

Zorgvuldig noteerde ik de locatie van de boom op de kaart met het idee om hier morgen rond de zelfde tijd of misschien wel een uurtje eerder nog eens terug te komen.

De volgende dag had ik met de omstandigheden meer geluk en kon ik de foto’s maken die mij een geluksgevoel- en het bovenstaande plaatje opleverden.

Hieronder nog een variant op het thema:

Als ik iets bijzonders vind en/of fotografeer ga ik op zoek naar achtergrond informatie. Zo leerde ik dat de beuk vaak de Moeder of de Koningin van het bos wordt genoemd. De beuk symboliseert wijsheid en moederlijke warmte.

Het woord beuk is afgeleid van Bos of Beoce wat Sanskriet is en zowel boek als boom betekend.

De Germanen beschouwden de Beuk als een heilige en gewijde boom. Runentekens werden in de oudheid vaak gekerfd in beukenschors of er werden staafjes van beukenhout gegooid om daaruit te lezen. Vandaar ook de Duitse woorden Buche en Buchstabe (letter).

De Romeinen vereerden de Beuk en zagen hem als een geluksbrenger, ze gebruikten het hout om offervaten te maken.

Dorre Beukenblaadjes staan ook bekend als ‘heksengeld’, waarmee heksen bepaalde diensten betaalden.

In de natuurgeneeskunde wordt de schors van beuken ook wel gebruikt als middel tegen koorts en ontstekingen. Kauwen op de blaadjes helpt tegen pijn aan de lippen, kiezen of het tandvlees. Beukennootjes bevatten de narcotische stof fagine. Het eten van veel beukennootjes kan dan ook leiden tot buitengewone vrolijkheid wat vaak wordt gevolgd door misselijkheid en hoofdpijn.

En als laatste vond ik een gedicht van Rose Fyleman

I’d like to have a garden with a beech tree on the lawn;
The little birds that live there would wake me up at dawn.
And in the summer weather, when all the leaves were green,
I’d sit beneath the beech boughs and see the sky between.

 

Bezoek mijn printshop