Menu Sluiten

Brúarfoss, de brugwaterval

1999, Jennifer Lopez stond net met haar eerste hitje “If you had my love” in de top 40, De meest moderne Pc’s draaide op Windows 98 Second Edition, en internet ging meestal met het programma Netscape gekoppeld aan een 14K4 modem.

Informatie zoeken over “exotische bestemmingen” ging via verkeersbureaus waaraan je een briefkaart kon sturen met verzoek om informatie. IJsland ging via het verkeersbureau van Noorwegen. De informatie die je uiteindelijk enkele weken later thuiskreeg was summier. Summier, maar nog altijd meer als je kon vinden via internet. De vakantiebeurs in Eindhoven bestond toen uit niet meer dan vijftien of twintig aanbieders. Het WWW was in die tijd nog niet zo goed gevuld als tegenwoordig, en het zoeken werd afgestraft tegen het normale telefoontarief dat per minuut moest worden afgerekend.

1999 was ook de eerste keer dat ik IJsland bezocht. Gewapend met onze brochures, de IJsland gids van Arnold Janssen, de wandelgids van Rother en wat we zo links en rechts hadden gehoord doorkruisten wij IJsland. Het was een indrukwekkende belevenis waar ik nog steeds met veel plezier aan terug denk.

Mijn eerste bezoek aan de Brúarfoss?

Natuurlijk zie je in drie weken maar een klein stukje van de natuurschoon en de vele wonderen van IJsland. Ook hoorde ik de naam van een bijzondere waterval, de Brúarfoss. Op de kaart was deze waterval snel gevonden, zodat ik bij een volgend IJsland bezoek ook deze waterval op mijn lijst van wonderen bij kon schrijven. Helaas zijn er in IJsland twee watervallen die Brúarfoss heten. Vertaald betekend Brúarfoss brugwaterval, dus de naam is redelijk voor de hand liggend.

Na nog meer speurwerk vond ik de locatie van de Brúarfoss. Ik werkte inmiddels als gids op IJsland, en een van de chauffeurs waarmee ik samen werkte wist mij de exacte locatie te noemen. Tijdens een privéreis naar IJsland in 2006 stond ik eindelijk oog in oog met deze prachtige waterval. Ik leefde mij fotografisch helemaal uit en met weer een nieuwe ervaring op zak keerde ik huiswaarts.

Bij mijn volgende bezoeken aan IJsland wist ik als het enigszins kon deze waterval ook weer te vinden. Ander weer is een ander IJsland, dus ieder bezoek was anders. De foto’s bleven wel veelal hetzelfde. Je kent de mooiste standpunten en je weet wanneer het licht op zijn mooist is.  Dat is natuurlijk alleen waar bij de juiste weersomstandigheden. Zo baggerde ik al eens meer dan enkeldiep door de modder maar ook kniediep door de sneeuw.

Fotografische oververzadiging

Dan komt er een moment dat je weer terug bent bij de waterval en je eigenlijk niet weet wat je foto’s nog toevoegen aan de verzameling die je thuis al hebt. Je bent oververzadigd. Dan kun je drie dingen doen. Je kunt nog een keer dezelfde foto maken, maar wat is daarvan de lol? Je kunt ook gewoon geen foto maken en weer terugwandelen naar je auto, maar je bent er nu toch. Zonde van je tijd. Of… Je zoekt naar een andere invalshoek, een ander standpunt, een ander effect. Wat dan ook. Dat is waar je creativiteit invulling moet gaan geven aan de creatie van die “andere” foto.

Wat ik hier leerde, is dat ik dat niet moet doen als ik ergens voor de tweede, derde of misschien wel tiende keer kom, maar ook als ik ergens voor de eerste keer kom. De geijkte foto’s kent iedereen wel. Maak gerust die “geijkte” foto, maar ga niet weg voordat je die andere hebt.

Zo denk ik nog steeds terug aan die keer dat ik met blote voeten enkeldiep in het ijskoude water van deze rivier stond op zoek naar een ander standpunt. Duizenden naalden die aan alle kanten in mijn voeten staken, en het opkomende besef dat de stenen op de bodem van deze rivier ook best scherp waren. Maar dat is een ander verhaal, en dat komt nog wel eens voorbij bij “het verhaal bij een andere foto”.

Fossalar, de bekende onbekende

Komende vanuit het westen met de watervallen Seljalandsfoss, waar je achterlangs lopen kunt, de Skogafoss waarin je vaak een regenboog kunt spotten in de nevel en de Foss á Siðu waar je twee minuten eerder voorbijkwam en waarschijnlijk even de auto aan de kant wilde zetten, zou je de Fossalar bijna ongezien voorbij rijden.

In de “oudere” reisgidsen wordt hij niet eens vernoemd. Zittende in je (huur)auto zul je hooguit een glimp opvangen van deze prachtige waterval die eigenlijk geen naam mag hebben. Als je dan bij het passeren even niet oplet ben je er zonder te beseffen dat je iets heel bijzonders langs de route hebt laten liggen.

Voor mijn volgende bezoek

Ik moet er ook minimaal een keer of vijf aan voorbijgereden zijn zonder ook maar een moment het gas los te hebben gelaten. De eerste keer dat ik hem zag, was tijdens mijn eerste IJslandreis waarvoor ik als reisbegeleider/gids op pad was. Dat zal in 2007 zijn geweest. We waren even gestopt bij de basalt formatie Dverghamrar en reden net verder naar het oosten toen ik voor het eerst deze waterval zag. Voordat ik kon reageren waren we er al aan voorbij en was het voor mijn chauffeur te laat om nog te stoppen. Ik sloeg de locatie op in mijn geheugen om te bewaren voor mijn volgende IJslandreis.

Een jaar later, 2008, tijdens een privéreis stond ik hier voor het eerst stil om de waterval in al zijn glorie te fotograferen. Sinds die bewuste reis in 2008 ben ik hier nooit meer aan voorbij gereden zonder op zijn minst een half uurtje bij deze waterval, waarvan ik pas veel later leerde dat hij wel degelijk een naam had, stil te staan.

De uitzondering was maart 2017 toen de weg sneeuwvrij was, maar in de bermen zestig tot zeventig centimeter sneeuw een onneembare hindernis vormde om de bus te parkeren.

De Fossalar, een juweeltje op slechts een steenworp afstand van de hoofdweg.

Voor de liefhebbers is deze ook verkrijgbaar in zwart/wit

Selfoss, daar waar stenen drijven

Verwonderd kijk ik naar de stenen, drijvend op het water. Langzaam worden ze door de stroming naar de waterval getrokken waar ze door de kracht van het vallende water onder het oppervlak verdwijnen. Enkele tientallen centimeters verderop ploppen ze weer tevoorschijn. Hobbelend op het zacht schommelende water worden ze weer teruggetrokken door dezelfde stroming die ze net nog uitspuwde. Het luchtige puimsteen, door de stroming gevangen, houdt mijn blik gericht op deze kleine aftakking, stromend tussen het gitzwarte zand dat hier is afgezet door de achter mij woest kolkende gletsjerrivier, de Jökulsá á Fjöllum.

Op korte afstand van elkaar vind je hier de honderden meters lange en 11 meter hoge Selfoss, de krachtigste waterval van Europa, de Dettifoss, en niet veel verder de Hafragilsfoss. Ik voel me als een kind dat net een mooi cadeau heeft uitgepakt maar gefascineerd blijft spelen met de doos en het inpakpapier.

Honderden kubieke meter water stromen door de rivier alvorens hij mijn aandacht weer weet te veroveren. Mijn ogen dwalen over het kolkende water op zoek naar een vernieuwde of minstens een andere kijk op deze waterval.

De ingrediënten voor een goede foto

In mijn optiek heb je voor een goede foto slechts een paar ingrediënten die de foto standaard of boeiend maken. Het begint met standpunt, brandpunt en perspectief. Deze drie tezamen bepalen wat mij betreft echter slechts 25% van de dynamiek van je foto. De overige 75% heb je zelf niet in de hand. Dat is het aanwezige licht. Het licht is een gegeven. Een gegeven dat je enkel kunt accepteren zoals het je gegeven wordt.

Kruipend en strompelend over stenen nader ik langzaam maar zeker mijn “ideale” standpunt. In gedachten maak ik een kader om mijn “uitzicht”.  Als ik mijn eerste “controle” foto terugzie op mijn cameradisplay besef ik dat ik de perfecte plaats heb gevonden.  

 

 

Bezoek mijn printshop

 

 

Achteromkijken helpt niet

“Achteromkijken helpt niet,” aldus een citaat van de Nederlandse dichter Bergman (1921-2009). Het citaat gaat verder; “vooruitzien kan niet, wij hebben geen poot om op te staan.” Iedere fotograaf weet dat achteromkijken wel degelijk helpt. Wie enkel vooruitkijkt mist de halve wereld, aldus het citaat van de fotograaf Gerry van Roosmalen, 1963-20??.

Onlangs was ik op pad met de IJslandse gids Einar Rúnar Sigurðsson. Einar heeft een zesde zintuig voor het vinden van de mooiste ijsgrotten in de grootste Europese gletsjer, de Vatnajökull. Met zijn superjeep verruilden we de hoofdweg aan de zuidkust van IJsland met een jeep trail. Behendig stuurde Einar zijn superjeep door kuilen, over hellingen en door rivieren.

Een smeuïge ondergrond

Door de ingezette dooi zat er een kilometer voor de gletsjertong niets anders op dan de auto achter te laten en het laatste stuk te lopen. Lopen over het zompige terrein was al een avontuur op zich. Als je bij de ene stap vaste grond onder je voeten had, moest je bij de volgende stap ineens een sprintje trekken om te voorkomen dat je tot ver boven je enkels weg zou zakken in de smeuïge ondergrond.

Het voelde prettig om te staan op het duizend jaar oude ijs van de gletsjertong Breiðamerkurjökull. Slipvrij dankzij stevige crampons zette we koers naar de ijsgrotten. Als een kind in een snoepwinkel liep en kroop ik door de grotten. Lichtinvallen, ijsstructuren, watervalletjes en een kleurenpallet van helderwit tot diepblauw. Een ruimte die respect afdwong, zo’n ruimte waar je niet met elkaar spreekt, maar waar je begrijpend naar elkaar knikt in plaats van uit te schreeuwen hoe mooi het is. Een ruimte waarin je niet praat maar fluistert.  

In zo’n plaats wordt je overvallen door meer inspiratie dan tijd. Je wilt rustig werken, maar beseft ook dat je niet alle foto’s kunt maken die je zou willen maken. Dat zou nog niet kunnen al mocht je hier een hele week verblijven.

Claustrofobisch of niet?

Bij de ingang van een tweede grot informeerde Einar of ik wellicht claustrofobisch was. Nu denk ik van mezelf dat ik dat niet ben, maar op het moment dat ik mezelf door smalle gangetjes moet murwen, of laag over de grond moet kruipen om in een andere ruimte te komen schieten er wel eens verontrustende gedachten door mijn hoofd. Vooral “wat als”, of “stel je voor dat”.  Al die gedachten verdwenen dit keer op het moment dat ik aankwam in een van de wat grotere ruimtes van deze ijsgrot. Daar aangekomen bleven enkel de vragen; welk objectief moet ik gebruiken, welk diafragma is het best, waar is mijn draadontspanner en hoe zet ik hier in vredesnaam mijn statief neer.

Aan het einde van “mijn tijd” pakte ik de camera in en kroop terug door de smalle spelonken en onder hangende ijsformaties. Toen ik mij oprichtte stond ik oog in oog met bovenstaande beeld. Ik was daar onderdoor gelopen en had het niet gezien.

Achteromkijken helpt dus wel.

 

Bezoek mijn printshop

 

 

Een Halo, een bijzonder fenomeen

 

Het was al wat later in de ochtend op een mooie IJslandse winterdag. Het mos van het Eldhraun, een 585 vierkante kilometer groot lavaveld was bedekt met een mooi sneeuwdeken. Op de hogere delen staken stukken mos door het witte tapijt om maar vooral niets te missen van het aangename winterweer.

Bijzonnen of een ander fenomeen

Het felle licht van de zon weerkaatste op het witte tapijt zodat ik mijn ogen moest dichtknijpen tot kleine spleetjes. Op enige afstand van de zon, zowel links als rechts verschenen vreemde lichtvlekken die ik voor bijzonnen hield. Het verschijnsel bleef maar een paar minuten zichtbaar, maar ik prijsde mezelf gelukkig hiervan even getuigen geweest te zijn.

Mijn reis ging verder richting het oosten totdat ik de afslag naar de Svínafellsjökull, een van de mooiere gletsjertongen van de Vatnajökull, nam. Ik parkeerde de auto en liep naar de gletsjer.

Een duidelijke Halo omcirkelde de zon

Was hij net pas ontstaan, of viel hij me nu pas op? Een wijde ring van licht omcirkelde de zon. Een Halo!

Een halo ontstaat op dezelfde manier als een regenboog, waarbij een regenboog zijn oorsprong vindt in vloeibare waterdruppels, regen dus, en een halo in ijskristallen. Waar een regenboog zich altijd recht tegenover de zon manifesteert, vind je de halo juist in de richting van de zon.

Keuzestress is ook voor fotografen een dilemma

Met dichtgeknepen ogen bewonderde ik de halo die natuurlijk fotografisch gezien niet op de juiste locatie aan de hemel stond. Ik moest mijn aandacht verdelen tussen het blauwe ijs van de Svínafellsjökull en de kring rondom de zon. Voor een fotograaf een zware opgaaf want zowel de gletsjer als de Halo waren deze dag bijzonder fotogeniek.

Wetende dat de gletsjer langer zou blijven liggen dan dat de Halo zich zou manifesteren besloot ik me vooral op de Halo te richten. Ik plaatste mijn 12mm objectief (groothoek) op mijn camera en zocht naar een punt waar ik beide natuurverschijnselen binnen één plaatje kon vangen.

Bezoek mijn printshop

 

 

Winters IJsland, een koude omgeving om warm van te worden

De dagen worden korter, temperaturen dalen. Binnen is het aangenaam warm, buiten slaat de snoeiharde wind je om de oren. De gletsjers houden angstvallig hun water beter vast waardoor het peil van de rivieren daalt. Het geweld van het vallende water slaat de druppels uiteen tot fijne nevels die door de ijskoude begroeiing en rotsen meteen worden gegijzeld. Laag voor laag voor laag.

Structuren in vele vormen en maten vormen zich. Kleuren trekken zich terug. Het landschap is teruggebracht tot een kleurenpallet van wit, blauw en diverse grijstinten. Een koude omgeving om warm van te worden.

Glibberend naar beneden

Ik sta aan de top van een van de beroemdste IJslandse watervallen, de Gullfoss. Het pad naar beneden is glibberig. Platgetrapte sneeuw door twee keer zoveel voeten als bezoekers hebben de sneeuw samengeperst tot een baan van ijs.

Mijn schoenen worden voorzien van crampons. Zijn metalen punten vinden goed houvast in het compact getrapte ijs onder mijn voeten. Achter mij voel ik de jaloerse blikken van de cramponloze medemens die niet anders kan dan de schoonheid van de ijssculptuur van boven te aanschouwen.

Overmoed, een realistisch gevaar in IJsland

Ondanks de aanwezigheid van mijn crampons, of beter gezegd dankzij mijn crampons, ben ik nog bewuster van iedere stap die ik zet. Het grootste gevaar zit hem immers in de overmoed die je kunt krijgen door gebruik te maken van hulpmiddelen. Hulpmiddelen zijn ten slotte geen wondermiddelen.

Zou het kunnen? Hier staan om je heen kijken en niet op zijn minst heel even ontroerd zijn? Ik heb vlinders in mijn buik. Verliefd zijn op een landschap, kan dat? Ik vind me zelf terug, zittend op mijn knieën terwijl ik de omgeving minutieus in mij opneem. Nog even kijken zonder camera. Het moment in mijn geheugen vast leggen als een dierbare herinnering.

 

Bezoek mijn printshop

 

Fotograferen op IJsland

 

Fotograferen is voor mij niet alleen zoeken naar een goede compositie, kijken naar de lichtval, of keuzes maken welk objectief, diafragma, sluitertijd of ISO te gebruiken. Fotograferen is zoveel meer. Het is mijn fitness, mijn yoga, mijn meditatie, mijn ontspanning.

Doe je een rugzak aan of om?

De fitness begint op het moment dat ik mijn rugzak uit de kofferbak haal en omdoe. Noem je dat zo? Doe je een rugzak om, of doe je hem aan? Je trekt hem uiteindelijk ook niet uit, maar doet hem “af”.  Nu we dat duidelijk hebben kan de fitness beginnen. De veel te zware rugzak voorkomt dat ik krom ga lopen. Het gewicht houdt mij wel recht.

Dan begint het “powerwalken”. Je bent met de auto op je bestemming aangekomen, maar dat wil niet zeggen dat je er al bent. Meestal vereist fotograferen ook nog een stukje wandelen.

Dat stukje wandelen is vaak mijn meditatie. Aan het begin van de wandeling springen mijn gedachten nog alle kanten in. Bij iedere stap die ik dan zet, springen de futiliteiten uit mijn bovenkamer. Alsof een storm dan mijn hoofd heeft leeggeblazen vervolg ik in een soort van trance mijn route. Ontdaan van al die ballast spring ik dan in de volgende fase.

Een ordening van mijn gedachten

Het is net of alles dan op zijn plaats valt, zelf voor wereldse problemen weet ik dan vaak de juiste oplossingen te bedenken.  Eigenlijk zou ik dan pauze moeten houden en mijn gedachten toevertrouwen aan papier, of gezien het tijdperk waarin we leven aan mijn “simple dictafoon app”. Helaas is de wandelflow waarin ik verkeer ook de motor van mijn gedachten. Als ik stop om te schrijven of te dicteren springen de futiliteiten, die al die tijd al achter mij aanrende terug in mijn gedachten en ben ik terug bij af. De wereld zal dus nog even moeten wachten op mijn “gouden tip”.

Aangekomen bij mijn “onderwerp”, wat dat dan ook mag zijn, begint mijn yoga. Het is niet altijd mogelijk om je onderwerp vanuit een eenvoudig rechtopstaande positie te benaderen. Leunend op één been, een arm dicht bij me, de andere uitgestrekt om de reflectie van de zon uit de frontlens te houden zou zomaar kunnen resulteren in een houding die – mocht je het statief en camera even wegdenken – op een yogahouding lijkt. 

De ontspanning is trouwens tegelijkertijd begonnen met mijn eerste fitness oefening uit het begin van dit schrijfsel. Bovenstaande foto is het resultaat van al de voorgaande handelingen die totaal los staan van alle technieken en creativiteit die je nodig hebt om bijvoorbeeld tot dat resultaat te komen.

Mijn nieuwe publicatie “Fotograferen op IJsland”

Wil je ook tot dergelijke resultaten komen, wellicht is dan mijn nieuwe publicatie “Fotograferen op IJsland” iets voor jou. Of wie weet ken je iemand die het boekje graag zou willen hebben. 70 pagina’s op A5 formaat met tips hoe je een geiser, de Aurora Borealis, een waterval, of een landschap fotografeert. Wat neem je mee tijdens je wandelingen, wat zijn de gevaren van fotograferen op IJsland, wat zijn de meest gemaakte fouten in landschapsfotografie en nog veel meer.

Vanaf 11 december 2017 (mooi op tijd voor onder de kerstboom) is het boekje voor slechts € 6,95 + € 3,00 verzendkosten te verkrijgen. Je kunt het nu al bij mij bestellen op de site odeaanIJsland.nl via dit bestelformulier. Uitlevering gebeurt in de week van 11 december.

Je kunt het ook winnen… Wat je daarvoor moet doen kun je zien in het filmpje op mijn facebook pagina.

 

 

Bezoek mijn printshop

 

De vele gezichten van de Lómagnúpur

Tientallen kilometers, zelfs meer dan een uur rijden voordat je de berg passeert staat hij al dominant en statig in het landschap. Eenmaal de berg voorbij blijft hij nog minstens zolang zichtbaar in je spiegels. De Lómagnúpur. Als je de naam vertaald naar een Nederlandse naam kom je uit op “de eenzame piek”.

En de piek is eenzaam. De bijna 700 meter hoge berg die ooit als landtong oprees uit de zee staat nu als herinnering aan de laatste ijstijd prominent aan de rand van het Skeiðarársandur. Ver van de zee die de berg in een ver verleden omsloot.

Een berg met een bloedige geschiedenis

De meeste reizigers draaien op het moment van het passeren even hun nek om en gunnen de berg een korte blik.  Afgeleid door het uitzicht op de gletsjertong Skeiðarárjökull, of de hoogste berg van IJsland, de Hvannadalshnjúkur wordt het gaspedaal nog iets dieper ingetrapt. De gletsjer lonkt…

Wie over meer zelfbeheersing beschikt weet de auto hier te parkeren en ziet een bijzondere berg. Een bijzondere berg die ook nog onderdeel uitmaakt van een van de beroemdste IJslandse saga’s; “De verbranding van Njáll. Lomagjenoepoer zoals je het zou uitpreken is het huis van een van de vier IJslandse beschermheiligen; de reus Járngrímur.

In Njáls saga opent de berg zich en stapt Járngrímur naar buiten. De reus noemt de namen van de 25 mannen uit deze saga die verantwoordelijk zijn voor de verbranding van Njáll. Binnen korte tijd sterven al deze mannen een gewelddadige dood.

Het plaatje wordt compleet

Een van de eerste keren dat ik hier stopte zal in 2005 zijn geweest. Ook ik had de voorgaande keren even mijn hoofd gedraaid en me daarna gericht op de gletsjer. Ik was de berg al voorbijgereden toen ik in mijn spiegel keek. De roze blauwe lucht, een sliert bewolking… Het plaatje was plotseling compleet.

Sinds die keer sta ik iedere keer klaar om de bus of auto aan de kant te zetten. De ene keer houdt een dreigende wolk de berg in de greep, de andere keer ligt er sneeuw op de toppen. Soms is de voorgrond een groen grasland, soms een dorre steppe. Het mooiste vind ik toch de windstille dagen als een rimpelloos meertje van regenwater zich aan de voet van de berg heeft gevormd.

De vele gezichten van de Lómagnúpur

De ene keer blijf ik lang, de andere keer jaagt een regen of hagelbui me terug in de warme beschutting van de auto. Maar iedere keer als ik stop staat er een andere “eenzame piek”, en toont IJsland mij een van de vele gezichten van de Lómagnúpur.

 

 

Bezoek mijn printshop

 

 

Het late ochtendgloren…

Het is ongeveer 08:00 uur als we wakker worden in onze vakantiewoning ergens aan het begin van het Snæfellsness schiereiland op IJsland. Vandaag hebben we een ontmoeting met het ochtendgloren. We hebben nog wat tijd over voor een goed ontbijt, een douche en het vinden van een goede plek voor onze ontmoeting.

Het is halverwege januari en dus hartje winter in IJsland. Dat wil zeggen dat zelfs het ochtendgloren uitslaapt. We zullen hem of haar dan ook niet eerder hoeven te verwachten dan omstreeks 11:00.

Wat zegt het woordenboek over het ochtendgloren?
1) Aanbreken van de dag 2) Begin van de dag 3) Begin van de ochtend 4) Dageraad 5) Het aanbreken van de dag 6) Morgenschemering 7) Morgenstond 8) Ochtendstond 9) Zonsopgang.

Er is nog voldoende tijd maar hebben ook nog een flinke rit voor de boeg. Het liefst heb ik de mythische gletsjer Snæfellsjökull, minimaal in zicht op het moment dat het ochtendgloren zich voltrekt.

Naar Ytri Tunga

Als we beginnen aan de rit is het nog aardedonker. Toch kleurt de onderzijde van de wolken al rood, dieprood. De afstand tot onze eerste fotostop bedraagt dan ook niet meer dan luttele honderden meters. Niet handig dus als je nog ongeveer 100 kilometer voor de boeg hebt naar het plaatsje Ytri Tunga. Vanaf Ytri Tunga is het door mij eerdergenoemde uitzicht op de Snæfellsjökull, meestal grandioos.

De lucht kleurt langzaam van donker- naar azuurblauw. De wolken staan hun kleur af aan de sneeuw die roze tot rood kleurt. We stoppen nog enkele keren uit angst de mooiste kleurschakeringen te missen maar vinden onze bestemming nog voor de zon zich boven de horizon verheft.

Een grandioos kleurenpallet

De bergen gitzwart, de sneeuw spierwit, de lucht bijna diep purple. Onder de indruk van het onaardse kleurenpalet zou je bijna vergeten je foto te maken.
 

Bezoek mijn printshop

 

Zomaar een steen, of “Zowaar een steen”

Toen begin dit jaar vanwege de fors toegenomen drukte de route naar een van mijn favoriete watervallen op IJsland werd afgesloten voor alle verkeer had ik eigenlijk een beetje de pest in. Het had mij in het verleden behoorlijk wat moeite gekost om die route te vinden. Maar ik begreep het wel. De route startte vanaf een park met vakantiewoningen met beperkte mogelijkheden om te parkeren, en nu konden de bewoners vaak hun eigen huis niet eens meer bereiken door de kriskras door elkaar geparkeerde auto’s of kapot gereden wegen.

Nu had ik in het verleden al eens bedacht om te parkeren bij de brug over de rivier Brúar en dan stroomopwaarts te gaan lopen. Ik had alleen geen idee of je op die manier bij de waterval kon komen, en hoe lang je er dan over zou doen.

Minimaal 4 kilometer

Onlangs parkeerde ik mijn auto bij die brug. In een rechte lijn scheidde slechts 2,7 kilometer mij van mijn bestemming. In tegenstelling tot de wandelpaden die we in Nederland veel zien, zijn de wandelpaden in IJsland zelden te volgen langs een rechte lijn. Ik gokte op minimaal 4 kilometer, trok mijn jas aan, pakte wat eten en snacks in voor onderweg en begon gewapend met een volle rugzak aan fotoapparatuur aan mijn nieuwe “avontuur”.

De eerste 500 meter waren saai. Enorm saai. De tweede 500 meter waren dat ook, maar een vijftal IJslandse paarden zorgde voor vermaak. Ze kwamen dicht, erg dicht in mijn comfortzone. Ondanks het bordje aan het begin van de route dat vroeg om de dieren niet aan te halen, kon ik het niet laten ze even te aaien. Ten slotte waren het ook de paarden die mij aanhaalden en niet andersom. Ik voelde mezelf niet in overtreding.

Viscositeit van modder en een vuile broek

Hoe leuk deze paarden ook zijn, na het nemen van een paar foto’s nam ik afscheid en vervolgde mijn nieuwe pad. Het was niet te vermijden zo nu en dan een paar stappen door modder te moeten zetten. Modder die beschikte over de juiste viscositeit om de modder die onder druk van mijn schoenzolen, zo nu en dan wist op te spuiten tot halverwege de knie van mijn andere been. Waar je in het begin nog voorzichtig stapt om je broek schoon te houden, besef je al snel dat het schoonhouden van je broek niet behoort tot de mogelijkheden van deze wandeling.

Eenmaal de conclusie van het onvermijdelijke smerig worden van m’n broek te hebben getrokken ging de wandeling een stuk sneller. Ik stapte stevig door maar werd al weer snel tot de orde geroepen door de aanblik van het fantastische landschap dat zich steeds voor mij ontvouwde. Er waren een paar mooie watervallen op de route waaronder de Hlauptungufoss even later gevolgd door de Miðfoss. Twee van de vele plekken die zo mooi waren dat ik daar de nodige tijd fotograferend moest doorbrengen. Zoveel tijd dat ik niet eens wist of ik mijn doel, de Brúarfoss vandaag nog zou bereiken. Vond ik dat erg? Nee! Absoluut niet. Ik was gestuit op een stukje vrijwel ongerept IJsland.

Klein en simpel kan ook

Voor een boeiende foto hoeft het niet altijd groot of groots te zijn. Klein en simpel maakt vaak ook mooie plaatjes. Ik was voorgenoemde watervallen nog maar net voorbij toen mijn oog viel op een steen. Zomaar een steen. Een steen in de rivierbedding die door het snelstromende water in een woeste omhelzing werd gehouden.

Wat kon ik doen? Ik plaatste mijn camera op het statief. Daarna bevestigde ik een voor het moment geschikt geacht filter, zocht naar een mooie compositie en drukte af. Ik maakte een foto van zomaar een steen, of moet ik zeggen “ik maakte een foto van zowaar, een steen”.

Bezoek mijn printshop