Menu Sluiten

De spectaculaire uitbarsting van de Strokkur

De spectaculaire uitbarsting van de Strokkur

Hoe vaak stond ik niet op deze plek? In de regen, bij harde wind, in de vrieskou, soms gewoon erg vroeg, of zoals hier bij een mooie blauwe hemel met hier en daar een wolkje. De keren dat ik getuige mocht zijn van de spectaculaire uitbarsting van de Strokkur zijn allang niet meer op één hand te tellen. Handen en voeten, heb je hiervoor nodig, en dan nog kom je tekort.

De mooiste keren vergeet je niet snel

Die ene keer dat ik erg vroeg wakker werd en de hemel buiten in vuur en vlam stond was er één om nooit meer te vergeten. Het was rond 05:30 en ongelooflijk koud. Op het gepruttel van wat stoompotjes en het geluid waarmee de uitbarsting van de Strokkur gepaard gaat na, was het doodstil.

Aan de rand van de Strokkur, op veilige afstand, zette ik mijn statief klaar en monteerde mijn camera. Toen alles goed was ingesteld was het wachten op de uitbarsting. Langzaam klotste het water steeds tegen de rand van de 26 meter diepe put en maakte daarbij een zacht bonkend geluid. Een geluid dat je overdag door de massa mensen en het rumoer die dat met zich meebrengt meestal niet hoort. Nu wel, een bijna regelmatige gebonk alsof je de hartslag van de geiser kon horen.

Wat is erger? Een kapotte knie, of een gekrenkt ego?

Ik had het niet snel genoeg door, maar de wind was gedraaid, en het opgestuwde water van de Strokkur kwam als een douche over mij en mijn camera naar beneden. Een fractie van een seconde voor het water ons raakte had ik het door en greep ik mijn camera met statief en al van de grond. In een poging te ontsnappen aan al dat watergeweld wilde ik een stap opzijzetten. Natuurlijk wist ik, of had ik kunnen weten, dat in de richting waarin ik wilde vluchten een grote steen lag. Nadenken en snel reageren gaan echter niet altijd goed samen zodat ik even later met camera en statief in mijn hand een buiteling maakte over eerdergenoemde steen.

Bijna zo snel als ik was gevallen stond ik ook weer op. En het eerste wat ik deed was om me heen kijken of iemand het had gezien. Nee, gelukkig ik was nog steeds alleen, en als niemand het heeft gezien is het dan eigenlijk wel gebeurd?

Ik controleerde eerst mijn camera, maar die had geen schade. Daarna kreeg mijn knie een korte inspectie, want er sijpelde wel wat bloed door mijn broek heen. Het viel allemaal best mee. Op een kapotte knie en een gekrenkt ego na was er niets aan de hand.

En onder de juiste omstandigheden…

Bij bovenstaande foto ging alles wel goed. Voor het eerst in lange tijd waren de omstandigheden goed voor een tegenlicht opname. De zon brandde fel, de lucht was blauw en aan de overkant stonden geen mensen in de weg. Ik stelde mijn camera in en met mijn draadontspanner en mijn handen diep in mijn zakken maakte ik een serie foto’s waarvan ik dit de mooiste vond.

Bezoek mijn printshop

 

 

De fatale schoonheid

De gravel kraakt onder mijn banden, dikke stofwolken vormen nog lang een perfect spoor van waar we net reden. De hele carrosserie van de auto protesteert als we weer eens door een diepe met modder gevulde kuil rijden. We naderen het zwarte strand Reynisfjara met de ruim 60 meter hoge rotspieken, de Reynisdrangar. Het parkeerterrein kan een paar auto’s herbergen. Een klein houten hokje doet dienst als toilet. Toilet is wellicht een te luxe naam voor een hok met daarin een houten bankje met een rond gat waaruit een lucht opstijgt die je naar adem doet snakken. We zijn hier helemaal alleen, dus de deur blijft op een kiertje.

Tussen de rotsen door wandelen we de laatste 2 a 300 meter naar het strand en staan dan oog in oog met de fatale schoonheid van een van de pilaren van de Reynisdrangar.

Dat was toen, dit is nu

Maar dat was in 1999. Nu zoemen onze banden over asfalt. We komen aan bij Svarti Kaffi, een nieuw gebouw waar je zelfs voor IJslandse begrippen te dure broodjes en te dure koffie kunt drinken. Het toiletgebouwtje heeft plaats moeten maken voor toiletten waar je je behoefte kunt afrekenen met een creditcard, en waar je met de gratis WIFI kunt controleren of het echt wel zo hard waait, of je trots op Facebook je lunch kunt presenteren aan al die mensen die graag willen weten wat je zo al eet tussen de middag.

Ik vervolg het pad naar het strand waar niets is veranderd, of toch wel? De Reynisdrangar staan nog steeds op dezelfde plek, de basaltkolommen zien er niet anders uit als 18 jaar geleden en als ik omkijk sta ik nog steeds oog in oog met Dyrhólaey, een andere markante rotspunt aan de zuidkust van IJsland.

Veranderingen in de stroming

Toch is er iets veranderd, iets wat je niet zomaar kunt zien, maar wat je wel kunt ervaren. De zeestroming is veranderd. Zo nu en dan rolt een golf aanmerkelijk verder het strand op dan de golf ervoor. Het is raadzaam om minimaal 1 oog gericht te houden op de verraderlijke golven. Niet iedereen doet dat getuige de vele foto’s van mensen die hier regelmatig een nat pak halen en waarvan de rugzakken die zojuist nog naast hen op de grond stonden worden meegesleurd door de hebberige golven van de oceaan.

Meestal houden de golven het bij een waarschuwing en komen de mensen vrij met een nat pak en zijn ze wat spullen en hun ego kwijt. In ruil hiervoor krijgen ze de schrik van hun leven. Soms ook nemen de golven de mensen verder mee de zee op. Spelen wat met de spartelende lichamen. Als ze niet meer meespelen spuwen de golven de levenloze lichamen terug op het strand.

Vandaag staat er een flinke storm en zijn de golven totaal onvoorspelbaar. Ik richt mijn telelens op de door golven geteisterde basaltkolommen en wacht op het moment waarop de golven zich woest een weg omhoog banen. Klik… ik heb je.

Bezoek mijn printshop

 

 

Wandeling bij Rauðisandur

Als ik de volgende dag ontwaak (even het vorige blogbericht lezen als je niet weet waar ik het over heb) en in de spiegel kijk zie ik dat het de nacht niet is gelukt mijn glimlach glad te strijken. Het zonnetje schijnt, ik sta op een van de mooiste plekjes die deze wereld rijk is en mijn longen worden gevuld met een onwaarschijnlijk frisse lucht die ik met volle teugen door mijn neus opsnuif. Het is een mooie dag voor een wandeling.

Vanaf de camping is het een steenworp lopen naar het strand. Nou werp ik een steen niet zo ver, dus laten we het houden op twee steenworpen. Als ik aankom bij het strand valt mijn oog op twee niet te missen rotspartijen en een handvol rotsen die het door de zon beschenen gouden strand hier en daar voorzien van een welkome landschappelijke afwisseling.

In extase of opgewonden?

Even geniet ik van het tafereeltje. Voor een voorbijganger is dit meestal voldoende. Voor een fotograaf is dit enkel het voorspel. Even kijken, in extase raken, (ik wilde opgewonden schrijven maar dat kan als vervolg op mijn vorige zin in een verkeerde context geplaatst worden), fotoapparatuur klaarzetten, instellen, foto maken en als climax terugkijken en beoordelen of je tevreden bent met het resultaat. Een soort sigaretje roken dus.

Gezien de bijna ideale omstandigheden ben ik uiterst tevreden met het resultaat. Hier zou het verhaal bij deze foto dus technisch gesproken klaar zijn.

Voor mij hoort er echter nog een klein stukje bij. Een half uurtje na deze foto te hebben gemaakt begin ik aan een strandwandeling. De kliffen in de achtergrond welke wel haast zeker de kliffen van Látrabjarg zijn liggen te ver weg. Die ga ik zeker niet bereiken, maar ik wil het gouden strand diep op mij in laten werken, en dat gaat het beste met een wandeling. Een paar paaltjes die ik in de verte zie moeten mijn einddoel of keerpunt van deze wandeling worden.

Zoals iedere wandeling begint ook deze wandeling met de eerste stap. Het eindeloze strand blijft eindeloos, en met iedere stap komen de paaltjes in de verte dichterbij, maar dat is slechts gevoelsmatig. Visueel lijkt het of de paaltjes iedere stap die ik zet ook zetten en daarmee de afstand tussen mij en mijn einddoel gelijk houden.

De donkere toren

Mijn gedachten gaan dwalen, en even voel ik mij Roland. Roland van Gilead, de scherpschutter uit de boekenserie “De donkere toren” van Stephen King. Hij liep dagenlang over een eindeloos strand, onderging ontberingen, had honger, dorst en zijn huid raakte verweerd door de felle zon.

Mijn “ontberingen” staan natuurlijk niet in verhouding, maar ik snap zijn beleving.

De paaltjes worden nu snel groter. Noem het een tik, maar ik wil voor ik terugkeer de paaltjes even aanraken. Nog even bekijk ik de paaltjes, maar ondanks de lange weg ernaartoe blijven het gewoon paaltjes, niets bijzonders. Ik draai me om en loop terug. Roland van Gilead heeft nog een lange weg te gaan.

Bezoek mijn printshop

 

 

De ultieme zonsondergang

Bestaat die eigenlijk wel? De ultieme zonsondergang. In mijn leven heb ik er al veel gezien. Nee, niet de ultieme, maar gewoon zonsondergangen. De ene is mooi vanwege het moment, de andere door je gemoedstoestand, de andere vanwege die gekoppelde beleving.

Als ik alles loslaat, mijn gemoedstoestand, mijn beleving, het moment dan blijft deze foto voor mij de ultieme variant. Maar wellicht ben ik als eigenaar van het moment niet objectief genoeg om daar over een oordeel te kunnen vellen.

Die dag was een dag als alle andere… Nou begin ik met een leugen. Die dag was een bijzondere dag. Ik bevond me op IJsland, en was die dag alleen, of beter gezegd ik was de hele week al alleen geweest. Ik had wat dingen te regelen in IJsland en koppelde onze vakantie aan het zakelijke deel, waardoor Ans al weer thuis was en ik nog wat tijd op IJsland door mocht brengen.

Die dag was ik begonnen aan de voet van een van de mooiste watervallen van IJsland, de Dynjandi. Eigenlijk heet die waterval de Fjallfoss, maar volgens mij kent iedereen deze waterval enkel aan eerdergenoemde benaming.

Op weg naar Rauðisandur

Vanaf die waterval was het nog een behoorlijk stukje rijden naar het mooie rode strand van Rauðisandur. Nou ja, mooie rode strand? Het is maar net onder welke omstandigheden je het strand te zien krijgt. Wanneer de zon door een dik wolkendek tevergeefs kleur probeert te geven aan de onderliggende aarde sta je hier oog in oog met een weliswaar mooi, maar toch voornamelijk grauw strand.

Ik kwam aan bij het strand op een dag dat de voorwaarden bijna ideaal waren. Na een lange wandeling vond ik een kleine camping aan de oostzijde van het strand. Het was laat in het seizoen waardoor de ik de camping als mijn domein kon beschouwen. Ik begon met het bereiden van mijn avondeten en keek vanuit het keukenraam naar buiten. Dat klinkt als heel wat, maar ik zat nog steeds in mijn camper en had van hieruit zonder een stap te verzetten ook door de achterdeur, het huiskamer- en slaapkamerraam ook naar buiten kunnen kijken.

Wat ik zag was nog niet wat je op bovenstaande foto ziet, maar het was al voldoende om de pitten van mijn gasfornuis uit te draaien en gewapend met camera en statief naar buiten te gaan. Ik bleef buiten tot het laatste restje zonlicht was uitgedoofd en ik verder kon met het bereiden van mijn maaltijd.

Nagenietend van de mooie momenten die ik net had ervaren probeerde ik nog een glimp op te vangen van het mooie “buiten” maar keek door het donker enkel in de reflectie van de ogen van een gelukkig man.

Bezoek mijn printshop

 

 

Bij iedere foto een herinnering

Het is maandagmorgen. Ik blader door mijn foto’s op zoek naar de foto die deze week in de schijnwerpers komt te staan. Het lijkt makkelijker dan je zou denken. Mijn geheugen zit mij dwars. Ik onthoud te veel en weet daardoor vaak niet wat ik als eerste wil vertellen. Bij iedere foto een herinnering.

Zo bleef ik weer veel te lang hangen bij bovenstaande foto. Niet alleen het moment van deze foto, maar al die keren dat ik hier kwam waren momenten gevuld met herinneringen. Vaak was ik in het gezelschap van Ans, verschillende keren met vrienden, maar ook vaak in het gezelschap van mensen die ik nog maar een paar dagen eerder mocht leren kennen.

Die keer tijdens de winterreis

Die ene keer dat de waterval helemaal was omgeven door ijspegels zal ik nooit meer vergeten. Een waaghals had zich tot vooraan bij de waterval begeven en stond recht onder de grootste ijspegels die ik ooit had gezien. De temperaturen waren die dag boven het vriespunt gekomen en je hoorde het ijs boven het geluid van de waterval uit kraken.

Zijn vriendin volgde vol van bewondering de verrichtingen van haar vriend. Ik raakte zelf geïrriteerd door zijn gedrag. Niet alleen bevond hij zich op een gevaarlijke plek waar ieder moment enkele honderden, of in ieder geval tientallen kilo’s aan ijspegels van 20 meter hoog op hem neer konden storten. -Dat zou hij dan hooguit door een klein wonder nog kunnen overleven.- Maar hij stond ook hinderlijk in de weg voor een achttal fotografen die hier ook liever een maagdelijke waterval fotografeerden.

Ik vroeg haar of haar vriend goed verzekerd was. “Hoezo?”; was haar antwoord. Ik legde haar kort uit wat voor schade die ijspegels aan haar vriendje zouden uitrichten mochten ze hun strijd met de zwaartekracht staken. Haar antwoord was kort.  “Hij weet wat hij doet”.

De echo van haar antwoord hing nog in haar mond toen op de plek waar de jongeman twee seconden eerder nog stond een grote hoeveelheid ijspegels naar beneden suisde. Het kleine wonder was geschied. De pegels mistte hem op een haar na. Een verschil van twee seconden was het verschil geweest tussen leven en dood.

Net zo wit als de sneeuw snelde de jongeman terug naar de veilige plek op afstand van de waterval.

Glibberend over het ijs

Of die keer dat we bijna op handen en voeten moesten afdalen om bij de waterval te komen omdat het pad spiegelglad was geworden. Naar beneden is één ding, maar naar boven bleek toch wel een groot probleem te zijn.

Door elkaar te ondersteunen wisten we één van ons een stukje hoger op het pad te krijgen. Vanaf die hogere positie werd dan weer een uitgeschoven statief aangereikt waarlangs wij dan weer omhoog konden klimmen. Sinds die keer neem ik trouw mijn spikes voor onder mijn schoenen mee in de IJsland winterreizen.

Het voordeel van vaak terugkomen op dezelfde plekken is dat je tijd krijgt om te experimenteren en kunt zoeken naar het mooiste standpunt voor “de” foto. Wat mij betreft is het beste standpunt midden in de stroming op een paar rotsen. Daarvandaan is bovenstaande foto van de zwarte waterval, beter bekend als Svartifoss ook genomen.

Deze foto werd genomen door Hans van Dam. Een van mijn deelnemers aan de fotografiereis van 2014. Een bezoekje aan zijn site is ook meer dan de moeite waard. Hans van Dam Fotografie Kijk naar zijn foto’s en lees zijn poëtische verhalen. 

Bezoek mijn printshop

 

Na 1000 jaar weer herenigd

We beginnen ergens rond het jaar 1000 na Christus. Thor, Freya, Odin met zijn achtbenige paard Sleipnir en vele andere afgoden worden door de Vikingen aanbeden. IJsland is iets meer dan een eeuw eerder gekoloniseerd. 

Terwijl de Vikingen hun bloedige vetes beslechten stijgt waterdamp vanuit de Atlantische oceaan naar grote en koude hoogten. Het water condenseert, bevriest en valt als sneeuw naar beneden ergens op de grootste gletsjer van Europa, de Vatnajökull.

Jaren verstrijken. Sneeuw valt laag na laag en vormt een steeds dikkere massa. Door de enorme druk van de bovenliggende lagen sneeuw veranderen de onderste lagen in IJs. IJs dat steeds vaster en compacter wordt. Het ijs wordt zo compact dat het rode en gele licht eenmaal gevangen in het ijs niet meer kunnen ontsnappen waardoor enkel nog het blauwe licht reflecteert.

We gaan langzaam 1000 jaar vooruit in de tijd. Diep onder een dikke ijslaag ligt de neerslag uit de tijd van de Vikingen. Oorlogen ontstaan, de pest breekt uit, er komt een kleine ijstijd, Amerika wordt ontdekt. De wereld veranderd, maar niet voor het ijs.

1000 Jaar van onwetendheid

Onvermijdelijk schuift het 1000 jaar oude ijs naar de rand van de gletsjer waar het uiteindelijk de strijd met de zwaartekracht niet kan winnen. Het ijs breekt af van de massa en komt terecht in het ijsbergenmeer Jökulsárlón. Langzaam maar zeker drijft het ijs in de richting van haar laatste bestemming. De reis is lang. Keer op keer loopt het ijs vast op de bodem van het meer. Het ijs kan niet meer doen dan wachten tot het voldoende is afgesmolten om haar reis voort te zetten.

Na 1000 jaar weer herenigd.

Na een tocht van ongeveer drie jaar bereikt het ijs zijn uiteindelijke lot, de Atlantische oceaan, waar golven zo hard op het ijs beuken dat stukken afbreken, steeds kleiner worden en langzaam afsmelten tot ze weer terug zijn waar en hoe ze 1000 jaar eerder aan deze interessante reis waren begonnen.

Ik sta op het strand Breiðamerkursandur, vlak bij het ijsbergenmeer. Getijdenwerking heeft enkele grote brokken ijs op het strand teruggeworpen. Golven slaan stuk op het harde ruim 1000 jaar oude ijs. Gewapend met mijn camera wacht ik het ultieme moment af om af te drukken…

Bezoek mijn printshop

 

De volgende foto en zijn verhaal vindt je hier over:

 

De metallisch wonderbaarlijke golven van Reynisfjara

Reynisdrangar

Een kleine verandering in de intensiteit, de kleur of de spreiding van het licht, en je waant jezelf in een totaal ander land. Hoe vaak stond ik niet aan het zwarte strand Reynisfjara met als uitzicht deze tot de verbeelding sprekende rots pieken. Skessudrangar, Landdrangar en Langhamrar overblijfselen van een vulkaanuitbarsting gedurende de laatste ijstijd. Rots pieken die samen beter bekend zijn als de Reynisdrangar.

IJsland, het land van elfen en trollen

Er is in IJsland vrijwel geen rots te vinden waarover geen mooi verhaal te vertellen is of waarover zelfs legendes zijn geschreven. Zo ook over de Reynisdrangar. Over deze rots pieken zijn er zelfs twee. De eerste gaat over twee trollen die probeerde een driemaster aan land te trekken. Het werk was zwaarder en duurde langer dan voorzien. De trollen hadden niets in de gaten, maar toen de eerste zonnestralen boven de horizon uitkwamen veranderde de trollen onmiddellijk in steen.

Het andere verhaal gaat over een echtgenoot die zijn vrouw terugvond, ontvoerd door de twee trollen. De vrouw was in de nacht bevroren en overleden. De man liet de twee trollen zweren nooit meer iemand te zullen doden. De vrouw, de liefde van zijn leven vond haar lot tussen de versteende trollen en het water van Reynisfjara.

In 1991 werd het strand bij Reynisfjara door The American Journal “Islands Magazine” uitgeroepen tot een van de tien mooiste niet tropische stranden ter wereld.

En ik, ik sta hier. Hier waar ik al vaker heb gestaan, en een landschap overzie dat ik nog nooit eerder heb gezien. De stand van de zon, de reflectie op de door ijskoude wind opgestuwde golven, de pastelachtige wolkenlucht, en ver in zee de legendarische rotspunten Reynisdrangar.

De metallische glans reflecterend op het kolkende water heeft een hypnotiserend effect. Klik, klik, klik… De ene na de andere opname wordt gemaakt, en steeds als ik door de zoeker kijk denk ik dat het nu toch weer mooier is. Klik, klik, klik…

De hypnose voorbij

Dan dooft het licht langzaam uit. Een sliertige wolk schuift langzaam voor de zon. Ik kom bij uit mijn hypnose en aanschouw nog enige tijd het tafereel. Gelukkig met wat ik net mocht zien laat ik het ijskoude zwarte strand weer achter me.

Bezoek mijn printshop

Noodlanding of menselijk falen?

De overblijfselen van de McDonnel Douglass R4D-8

 

Eerst kwamen de geruchten. Het begint namelijk altijd met geruchten. Ergens in IJsland ver van de doorgaande weg lagen de resten van een McDonnell Douglas R4D-8, nu beter bekend als “De” Dakota. Het klinkt misschien gek, maar in de tijd dat de geruchten mij bereikten was het internet nog niet zo volgestampt met informatie als nu. Ik zocht, maar vond niets.

Op een dag wist ik wel de globale locatie van het wrak, maar nog steeds niet hoe ik er kon komen. Ook de IJslandse bevolking, hoewel normaal gesproken erg behulpzaam deden er meestal het zwijgen toe als het over de exacte locatie van het object ging.

Niet veel later vertelde iemand mij dat als je ongeveer wist waar je moest zoeken, het vliegtuig ook op Google Earth zichtbaar was. Niet veel later wist ik de exacte locatie van het wrak.

Eindelijk gevonden

Het was februari 2013 toen ik de stoute schoenen aantrok, de hoofdweg afdraaide en mezelf met een 4×4 auto over het zwarte zand van het Sólheimasandur waagde in de richting van waar het wrak zou moeten liggen. In het pekzwarte zand was zelfs een redelijk spoor zichtbaar waarover meerdere auto’s mij waren voorgegaan.

Ongeveer vier kilometer verderop stond ik dan eindelijk oog in oog met de Dakota die hier op 21 november 1973 een noodlanding maakte. Omdat het zand hier wel erg mul werd besloot ik de laatste 400 meter te lopen. Ik zat, en zit er nog steeds niet op te wachten om mijn huurauto tot de bodemplaat weg te zien zakken in het Sólheimasandur. Wie weet komen er 40 jaar later dan mensen kijken naar de overblijfselen van mijn huurauto die dan door het striemende zand van al zijn lak is ontdaan terwijl door de wind losgeslagen stenen (ja dat kan in IJsland) de ruiten aan gruzelementen geslagen hebben. En of dat niet erg genoeg is, zijn er dan altijd nog IJslanders die het nodig vinden om de gedoemde auto met hun hagelgeweren vol gaten te moeten schieten.

Met dat idee in mijn hoofd legde ik de laatste meters naar het wrak af waar ik na enige bestudering van dit surrealistische geheel mijn best deed om het zo mooi mogelijk met mijn camera vast te leggen. Ik denk dat ik ongeveer een uur rondom dit wrak doorbracht alvorens ik het tijd vond om de harde weg weer op te gaan zoeken. In die tijd zag ik geen enkele andere auto.

Van parel tot toeristische attractie

In 2015 veranderde alles. Het volgens mij, Canadese tieneridool JB kwam naar IJsland en bezocht onder andere het wrak om er een videoclip op te nemen. In de clip is te zien hoe hij met een skateboard over het in slechte staat verkerende dak van het wrak manoeuvreert. Of JB werkelijk de schuldige is weet ik niet, maar heel de wereld wist plots dat er een wrak lag. Dankzij behulpzame internetsites wist men ook exact hoe er te komen.

Kortom het wrak werd plots een van de highlights van IJsland. De landeigenaar werd het al snel beu. Met enige regelmaat mocht hij weer eens een auto vlot trekken die bijna tot zijn bodemplaat in het mulle zand terecht gekomen was. Ook viel het vliegtuig ten prooi aan vandalisme. Zo werd het enige jaren geleden voorzien van graffiti. Vele JB fans wilde net zoals hun grote idool gefotografeerd worden op het in slechte staat verkerende dak van de Dakota.

De weg naar het wrak werd afgesloten voor al het verkeer. Je kunt nog steeds het wrak bereiken, maar je auto parkeer je vooraan de weg, en als je dan het wrak echt wilt zien zit er niets anders op dan de laatste vier kilometer te voet af te leggen.

Waar komt het wrak vandaan?

Het vliegtuig was een van de vier Dakota ’s die hier door de Amerikanen op Keflavík gestationeerd waren. De vliegtuigen hadden eerder dienst gedaan in de Korea en Vietnam oorlogen. Alle vier de Dakota ‘s kwamen in IJsland aan hun einde.

Het vliegtuig op het Sólheimasandur kwam terug van een bevoorradingsvlucht ten behoeve van het radar station bij Stokksnes. Op de terugweg kreeg het vliegtuig gedurende een storm ook nog enorm veel last van ijsafzetting aan de vleugels. Het vliegtuig verloor snel hoogte waardoor de gezagvoerder geen andere keus had dan een noodlanding te maken.  Ze waren voorbereid om deze noodlanding op zee uit te voeren toen de piloot het Sólheimasandur in zicht kreeg. Hij besloot daar het vliegtuig aan de grond de zetten. Door de verwarring werd er door de IJslanders eerst in de zee naar overlevenden gezocht. Uiteindelijk kwamen de reddingswerkers tegelijkertijd aan met een helikopter van het Amerikaanse leger.

Wie het vliegtuig nadert zal al snel zien dat zowel de vleugels als het staartdeel ontbreken. Waar de vleugels zijn gebleven heb ik niet terug kunnen vinden. Maar volgens de overlevering is het staartstuk door een lokale boer vakkundig afgezaagd, afgevoerd en vervolgens verkocht. Verkocht aan iemand die er een zomerhuisje van heeft gemaakt.

Volgens diezelfde overlevering maakte het vliegtuig de noodlanding omdat de gezagvoerder (onterecht trouwens) in de veronderstelling was dat hij zonder brandstof zat.

Alle zeven inzittende overleefden het voorval.

Het nieuwsartikel uit de krant Morgunblaðid van 22 november 1973 in IJsland:

Bezoek mijn printshop

De Aurora Borealis

De eerste keer vergeet je nooit meer.

Wie het mocht meemaken weet waarschijnlijk nog precies waar hij of zij was, en ook met wie. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Het was in de vroege ochtend van 18 augustus 2006. Een extase van ruwweg 75 minuten waarin ik niet wist waar ik moest kijken.

We stonden met onze camper bij de Dettifoss in Noord IJsland waar we de nacht wilden doorbrengen. De Dettifoss is de meest krachtige waterval van West Europa en ligt in de Jökulsárgljúfur, wat de IJslanders wel eens de Grand Canyon van Europa noemen. Sinds een paar jaar is kamperen hier officieel niet meer toegestaan, maar in 2006 was dat geen probleem. Ik wilde gaan slapen, en uit gewoonte besloot ik nog even naar buiten te gaan. In deze tijd van het jaar wordt het nooit echt helemaal donker in IJsland waardoor ik totaal niet was voorbereid op wat ik even later ging zien.

Ik stapte de deur uit van de camper. De deur van onze toenmalige camper bevond zich op ongeveer een meter hoogte, dus ik keek goed naar beneden waar ik mijn voeten neerzette. Eenmaal veilig op de vaste grond duwde ik mijn handen diep in mijn zakken. Ik trok mijn schouders een beetje op waardoor mijn nek omsloten werd door de kraag van mijn vest. Het voelde iets behaaglijker en gaf wat bescherming tegen de koude van de IJslandse nacht.

Ik richtte mijn hoofd naar de hemel in de hoop iets van de sterrenhemel te kunnen zien. Verbazing maakte zich van mij meester. Even moest ik in mijn grijze massa laten doordringen wat ik zag. “Noorderlicht”. Een fenomeen waarvan je in het algemeen mag aannemen dat het zich in de maanden oktober tot en met maart aan het hemelgewelf kan openbaren. Maar het was augustus. Het was niet echt, nee het kon niet echt zijn en toch… Het was geen zinsbegoocheling. In volle glorie baande het Noorderlicht zich van noord naar zuid.

Ik snelde me het trapje van de camper weer op en terwijl ik mijn fotospullen snel bij elkaar griste vertelde ik Ans wat ik had gezien. Even later stonden we samen te kijken naar het spektakel aan de nachtelijke hemel.

In mijn enthousiasme wekte ik ook onze buren. De camper had een Belgische kentekenplaat en ik vond het mijn plicht om onze zuiderburen deelgenoot te maken van het noorderlicht. Na enkele malen kloppen hoorde ik wat gestommel in de camper. De deur van de camper ging open, en even later stond er een wat lange slungelachtige man in de deuropening. Met een zacht Belgisch accent vroeg hij; “Awel, wat is er”. Ik zei: “Noorderlicht! Kijk” en wees naar de hemel. De Belg strekte zijn nek buiten de deuropening keek omhoog en zei: “O ja, Skon he, dank u wel”, waarop hij zijn nek weer introk en zachtjes de deur weer dichttrok.

Enigszins verbouwereerd van de reactie was ik even later weer druk in de weer met mijn camera’s in mijn eerste pogingen de Aurora Borealis, genoemd naar de Griekse godin van de dageraad op het lichtgevoelig materiaal te vereeuwigen.

Aurora Borealis werkt verslavend. De rest van de reis bleef ik tevergeefs in de avonduren de hemel afturen in de hoop nog een glimp van het noorderlicht op te kunnen vangen.

Een jaar later mocht ik als IJsland reisleider de Aurora Borealis reizen van oktober begeleiden. Vanaf 2011 zijn daar mijn fotografiereizen in oktober en maart bijgekomen omdat de kans op Noorderlicht dan groot is, en de dagen nog lang genoeg zijn om fotografisch helemaal los te kunnen gaan op het IJslandse landschap.

Bovenstaande foto werd gemaakt tijdens de Aurora Borealis-fotografiereis van 2015. Die nacht logeerden we in een voormalige school vlak bij Selfoss. Iedereen lag al op één oor toen de Aurora zich aan de hemel openbaarde.  Slaapdronken stapte iedereen uit bed, maar vol adrenaline stonden we even later zij aan zij te fotograferen terwijl we sluitertijden, diafragmawaarde, ISO gevoeligheid en brandpunt instellingen met elkaar bespraken.

De foto aan het begin van dit artikel is de kleuren uitvoering. Hieronder staat ook nog een monochrome afbeelding van het Noorderlicht. Hoewel de kleur van de Aurora natuurlijk belangrijk is vind ik de monochrome variant ook prettig om naar te kijken.

Wil je ook een keer met mij naar IJsland met de kans om in de avonduren de Aurora Borealis te zien en te fotograferen? Kijk dan op mijn site. Ode aan IJsland.

 

Bezoek mijn printshop

 

 

Het geheim van vuur en ijs

Mensen die mij al langer kennen, weten dat ik me graag bevind in het land van vuur en ijs, IJsland. Enkele jaren geleden gaf ik mezelf de opdracht om het vuur en ijs welke het land symboliseren in één foto te combineren. Ik had al snel een beeld voor ogen en verheugde me al op de experimenten die zouden volgen.

Om de vlammen mooi en fel tegen de achtergrond af te laten steken was voor mij de initiële setting al snel bepaald. De achtergrond moest donker zijn. Diep, diep zwart. Dat maakte het eerste deel al eenvoudig. Zwart karton is in mijn studio altijd aanwezig.

De ondergrond wilde ik graag spiegelend hebben. Bovendien moest die ook wisselende temperaturen kunnen weerstaan. Vuur en ijs liggen qua temperatuur nogal ver uit elkaar en een scheurende spiegel in combinatie met een brandbare vloeistof is niet iets waarop ik zit te wachten.

In mijn collectie achter- en ondergronden lag een plaat hoogglans aluminium. De ondergrond was dus ook al snel bepaald.

Het ijs was natuurlijk weer een ander verhaal. Of je gaat naar de supermarkt en koopt een zak van die blokjes, of je vult ijsklontzakjes, legt ze in de diepvries en wacht ongeveer 24 uur. Als fotograaf wordt je geduld toch regelmatig op de proef gesteld, dus die 24 uren waren ook nog wel te overbruggen.

Op zoek naar de juiste brandstof

Als brandstof koos ik spiritus. Een goed brandbare vloeistof waarmee ik in mijn vroege jeugd al vaak experimenteerde. De keuze van Spiritus was niet de juiste. Zonder het ijs begon ik in de studio met het in brand steken van plasjes spiritus. De Spiritus creëerde een mooie blauwe vlam. Alleen op de foto komt een blauwe vlam niet zo mooi over. Blauw is koel, en de vlam moest toch echt hitte uitstralen, en dan vooral hitte in de figuurlijke zin.

Terpentine dan maar… Ook dat was geen succes. Geen mooie vlammen. Brandgel en wasbenzine waren het ook niet helemaal, of beter gezegd helemaal niet.

Op zoek op internet. Aceton. Aceton gaf een mooie gele vlam. Nou heb ik best veel in huis, maar Aceton is een van de dingen die ik niet zomaar ergens heb staan. Even later zat ik op de fiets onderweg naar de drogisterij waar aceton toch wel in het assortiment hoort te zitten.

Ongemakkelijk begaf ik mij naar de afdeling nagellak waar ik een behoorlijke tijd, terwijl andere bezoekers mij vreemd aankeken op zoek was naar de nagellakremover. Ik had al een flesje in mijn hand toen ik een andere vloeistof zag staan. Ether. Ether is natuurlijk heel, heel erg brandbaar. Ik besloot voor beide te gaan, zowel aceton als Ether.

Thuis dook ik al weer snel de studio in. Het ijs was nog niet bevroren, dus legde ik andere (niet brandbare) attributen neer op de aluminium plaat. Mijn camera zette ik op statief en ik schatte in dat een vlam met een belichting van ongeveer twee seconde wel zichtbaar zou moeten zijn. Met behulp van flitslicht zorgde ik ervoor dat de attributen goed belicht werden.

Nu nog het licht in de studio dimmen en ik was klaar voor mijn foto. Na het eerste resultaat maakte ik nog wat correcties totdat ik tevreden was met het resultaat. Vervolgens de combinatie met de Ether. Ether is erg vluchtig, dus voorzichtigheid was geboden. Om overslag van vlammen te voorkomen ging eerst de kachel in de studio uit.

De lucifers lagen onder handbereik, net zoals de draadontspanner. In het gedimde licht opende ik het flesje ether en gooide een volgens mij redelijk kleine hoeveelheid op de objecten die klaar lagen op de aluminium plaat. Vervolgens draaide ik de dop weer op het flesje en zette het afgesloten flesje zover mogelijk van mijn onderwerp vandaan. Terwijl de studio nu gevuld was met de lucht die me het meest deed denken aan de lucht in een operatiekamer ontstak ik een lucifer en hield die dicht bij de ether.

Even dacht ik dat Satan in hoogsteigen persoon bezit kwam nemen van mijn studio. Slechts één seconde, misschien iets langer sloeg een vlam zowat tot aan het plafond van mijn studio. De vlammen vielen al snel terug tot de gewenste proporties. Terwijl de vlam nog ongeveer 15 centimeter hoog was drukte ik op de afstandsbediening van mijn camera. Enkele seconden later zag ik het ontstane beeld op het display van mijn camera verschijnen. Ik was tevreden.

Die avond was het water in de diepvries verworden tot blokjes, of beter gezegd bolletjes ijs. Het ijs werd zorgvuldig op de aluminiumplaat gelegd en overgoten met de ether. Niet teveel natuurlijk, want je wilt geen aanspraak hoeven maken op je brandverzekering, maar ook niet te weinig zodat de ether alweer vervluchtigd is alvorens ik het flesje veilig zou kunnen opbergen en de lucifer kan laten ontbranden.

Terwijl de vlammen zo nu en dan het plafond in mijn studio kietelden dacht ik aan de vroegere Romeinse keizer Nero. Nero, die ook zo veel inspiratie wist te halen uit enkele vlammen.

Bezoek mijn printshop

Enkele jaren geleden inspireerde deze foto de dichter Julius Dreyfsandt zu Schlamm tot het schrijven van een gedicht.  

De ontstane poëzie en fotografie smolt samen tot Foëzie

in vuur en vlam
dooft zij het naakte lijf
langs een robe van ijzige blokken
die dooien aan opvrijende benen

haar gezicht huist
in een vragende schaduw
zij wil haar blik niet aan mij vertonen
enkel hem zonder schroom
met een onaantastbare
verleiding belonen

zij bespeelt een minnaar
die ook door adem is omhuld
en in hetzelfde verlangen is gekleed

in deze pas de deux
is pure passie
door dragende zuchten
te vermoeden

enkel beider ogen hebben weet
van zuigende harten
hun driften mogen
een onthulling bevroeden

Foëzie in mijn webshop vind je hier: Foëzie