Menu Sluiten

Fotograferen op IJsland

 

Fotograferen is voor mij niet alleen zoeken naar een goede compositie, kijken naar de lichtval, of keuzes maken welk objectief, diafragma, sluitertijd of ISO te gebruiken. Fotograferen is zoveel meer. Het is mijn fitness, mijn yoga, mijn meditatie, mijn ontspanning.

Doe je een rugzak aan of om?

De fitness begint op het moment dat ik mijn rugzak uit de kofferbak haal en omdoe. Noem je dat zo? Doe je een rugzak om, of doe je hem aan? Je trekt hem uiteindelijk ook niet uit, maar doet hem “af”.  Nu we dat duidelijk hebben kan de fitness beginnen. De veel te zware rugzak voorkomt dat ik krom ga lopen. Het gewicht houdt mij wel recht.

Dan begint het “powerwalken”. Je bent met de auto op je bestemming aangekomen, maar dat wil niet zeggen dat je er al bent. Meestal vereist fotograferen ook nog een stukje wandelen.

Dat stukje wandelen is vaak mijn meditatie. Aan het begin van de wandeling springen mijn gedachten nog alle kanten in. Bij iedere stap die ik dan zet, springen de futiliteiten uit mijn bovenkamer. Alsof een storm dan mijn hoofd heeft leeggeblazen vervolg ik in een soort van trance mijn route. Ontdaan van al die ballast spring ik dan in de volgende fase.

Een ordening van mijn gedachten

Het is net of alles dan op zijn plaats valt, zelf voor wereldse problemen weet ik dan vaak de juiste oplossingen te bedenken.  Eigenlijk zou ik dan pauze moeten houden en mijn gedachten toevertrouwen aan papier, of gezien het tijdperk waarin we leven aan mijn “simple dictafoon app”. Helaas is de wandelflow waarin ik verkeer ook de motor van mijn gedachten. Als ik stop om te schrijven of te dicteren springen de futiliteiten, die al die tijd al achter mij aanrende terug in mijn gedachten en ben ik terug bij af. De wereld zal dus nog even moeten wachten op mijn “gouden tip”.

Aangekomen bij mijn “onderwerp”, wat dat dan ook mag zijn, begint mijn yoga. Het is niet altijd mogelijk om je onderwerp vanuit een eenvoudig rechtopstaande positie te benaderen. Leunend op één been, een arm dicht bij me, de andere uitgestrekt om de reflectie van de zon uit de frontlens te houden zou zomaar kunnen resulteren in een houding die – mocht je het statief en camera even wegdenken – op een yogahouding lijkt. 

De ontspanning is trouwens tegelijkertijd begonnen met mijn eerste fitness oefening uit het begin van dit schrijfsel. Bovenstaande foto is het resultaat van al de voorgaande handelingen die totaal los staan van alle technieken en creativiteit die je nodig hebt om bijvoorbeeld tot dat resultaat te komen.

Mijn nieuwe publicatie “Fotograferen op IJsland”

Wil je ook tot dergelijke resultaten komen, wellicht is dan mijn nieuwe publicatie “Fotograferen op IJsland” iets voor jou. Of wie weet ken je iemand die het boekje graag zou willen hebben. 70 pagina’s op A5 formaat met tips hoe je een geiser, de Aurora Borealis, een waterval, of een landschap fotografeert. Wat neem je mee tijdens je wandelingen, wat zijn de gevaren van fotograferen op IJsland, wat zijn de meest gemaakte fouten in landschapsfotografie en nog veel meer.

Vanaf 11 december 2017 (mooi op tijd voor onder de kerstboom) is het boekje voor slechts € 6,95 + € 3,00 verzendkosten te verkrijgen. Je kunt het nu al bij mij bestellen op de site odeaanIJsland.nl via dit bestelformulier. Uitlevering gebeurt in de week van 11 december.

Je kunt het ook winnen… Wat je daarvoor moet doen kun je zien in het filmpje op mijn facebook pagina.

 

 

Bezoek mijn printshop

 

De vele gezichten van de Lómagnúpur

Tientallen kilometers, zelfs meer dan een uur rijden voordat je de berg passeert staat hij al dominant en statig in het landschap. Eenmaal de berg voorbij blijft hij nog minstens zolang zichtbaar in je spiegels. De Lómagnúpur. Als je de naam vertaald naar een Nederlandse naam kom je uit op “de eenzame piek”.

En de piek is eenzaam. De bijna 700 meter hoge berg die ooit als landtong oprees uit de zee staat nu als herinnering aan de laatste ijstijd prominent aan de rand van het Skeiðarársandur. Ver van de zee die de berg in een ver verleden omsloot.

Een berg met een bloedige geschiedenis

De meeste reizigers draaien op het moment van het passeren even hun nek om en gunnen de berg een korte blik.  Afgeleid door het uitzicht op de gletsjertong Skeiðarárjökull, of de hoogste berg van IJsland, de Hvannadalshnjúkur wordt het gaspedaal nog iets dieper ingetrapt. De gletsjer lonkt…

Wie over meer zelfbeheersing beschikt weet de auto hier te parkeren en ziet een bijzondere berg. Een bijzondere berg die ook nog onderdeel uitmaakt van een van de beroemdste IJslandse saga’s; “De verbranding van Njáll. Lomagjenoepoer zoals je het zou uitpreken is het huis van een van de vier IJslandse beschermheiligen; de reus Járngrímur.

In Njáls saga opent de berg zich en stapt Járngrímur naar buiten. De reus noemt de namen van de 25 mannen uit deze saga die verantwoordelijk zijn voor de verbranding van Njáll. Binnen korte tijd sterven al deze mannen een gewelddadige dood.

Het plaatje wordt compleet

Een van de eerste keren dat ik hier stopte zal in 2005 zijn geweest. Ook ik had de voorgaande keren even mijn hoofd gedraaid en me daarna gericht op de gletsjer. Ik was de berg al voorbijgereden toen ik in mijn spiegel keek. De roze blauwe lucht, een sliert bewolking… Het plaatje was plotseling compleet.

Sinds die keer sta ik iedere keer klaar om de bus of auto aan de kant te zetten. De ene keer houdt een dreigende wolk de berg in de greep, de andere keer ligt er sneeuw op de toppen. Soms is de voorgrond een groen grasland, soms een dorre steppe. Het mooiste vind ik toch de windstille dagen als een rimpelloos meertje van regenwater zich aan de voet van de berg heeft gevormd.

De vele gezichten van de Lómagnúpur

De ene keer blijf ik lang, de andere keer jaagt een regen of hagelbui me terug in de warme beschutting van de auto. Maar iedere keer als ik stop staat er een andere “eenzame piek”, en toont IJsland mij een van de vele gezichten van de Lómagnúpur.

 

 

Bezoek mijn printshop

 

 

Het late ochtendgloren…

Het is ongeveer 08:00 uur als we wakker worden in onze vakantiewoning ergens aan het begin van het Snæfellsness schiereiland op IJsland. Vandaag hebben we een ontmoeting met het ochtendgloren. We hebben nog wat tijd over voor een goed ontbijt, een douche en het vinden van een goede plek voor onze ontmoeting.

Het is halverwege januari en dus hartje winter in IJsland. Dat wil zeggen dat zelfs het ochtendgloren uitslaapt. We zullen hem of haar dan ook niet eerder hoeven te verwachten dan omstreeks 11:00.

Wat zegt het woordenboek over het ochtendgloren?
1) Aanbreken van de dag 2) Begin van de dag 3) Begin van de ochtend 4) Dageraad 5) Het aanbreken van de dag 6) Morgenschemering 7) Morgenstond 8) Ochtendstond 9) Zonsopgang.

Er is nog voldoende tijd maar hebben ook nog een flinke rit voor de boeg. Het liefst heb ik de mythische gletsjer Snæfellsjökull, minimaal in zicht op het moment dat het ochtendgloren zich voltrekt.

Naar Ytri Tunga

Als we beginnen aan de rit is het nog aardedonker. Toch kleurt de onderzijde van de wolken al rood, dieprood. De afstand tot onze eerste fotostop bedraagt dan ook niet meer dan luttele honderden meters. Niet handig dus als je nog ongeveer 100 kilometer voor de boeg hebt naar het plaatsje Ytri Tunga. Vanaf Ytri Tunga is het door mij eerdergenoemde uitzicht op de Snæfellsjökull, meestal grandioos.

De lucht kleurt langzaam van donker- naar azuurblauw. De wolken staan hun kleur af aan de sneeuw die roze tot rood kleurt. We stoppen nog enkele keren uit angst de mooiste kleurschakeringen te missen maar vinden onze bestemming nog voor de zon zich boven de horizon verheft.

Een grandioos kleurenpallet

De bergen gitzwart, de sneeuw spierwit, de lucht bijna diep purple. Onder de indruk van het onaardse kleurenpalet zou je bijna vergeten je foto te maken.
 

Bezoek mijn printshop

 

Zomaar een steen, of “Zowaar een steen”

Toen begin dit jaar vanwege de fors toegenomen drukte de route naar een van mijn favoriete watervallen op IJsland werd afgesloten voor alle verkeer had ik eigenlijk een beetje de pest in. Het had mij in het verleden behoorlijk wat moeite gekost om die route te vinden. Maar ik begreep het wel. De route startte vanaf een park met vakantiewoningen met beperkte mogelijkheden om te parkeren, en nu konden de bewoners vaak hun eigen huis niet eens meer bereiken door de kriskras door elkaar geparkeerde auto’s of kapot gereden wegen.

Nu had ik in het verleden al eens bedacht om te parkeren bij de brug over de rivier Brúar en dan stroomopwaarts te gaan lopen. Ik had alleen geen idee of je op die manier bij de waterval kon komen, en hoe lang je er dan over zou doen.

Minimaal 4 kilometer

Onlangs parkeerde ik mijn auto bij die brug. In een rechte lijn scheidde slechts 2,7 kilometer mij van mijn bestemming. In tegenstelling tot de wandelpaden die we in Nederland veel zien, zijn de wandelpaden in IJsland zelden te volgen langs een rechte lijn. Ik gokte op minimaal 4 kilometer, trok mijn jas aan, pakte wat eten en snacks in voor onderweg en begon gewapend met een volle rugzak aan fotoapparatuur aan mijn nieuwe “avontuur”.

De eerste 500 meter waren saai. Enorm saai. De tweede 500 meter waren dat ook, maar een vijftal IJslandse paarden zorgde voor vermaak. Ze kwamen dicht, erg dicht in mijn comfortzone. Ondanks het bordje aan het begin van de route dat vroeg om de dieren niet aan te halen, kon ik het niet laten ze even te aaien. Ten slotte waren het ook de paarden die mij aanhaalden en niet andersom. Ik voelde mezelf niet in overtreding.

Viscositeit van modder en een vuile broek

Hoe leuk deze paarden ook zijn, na het nemen van een paar foto’s nam ik afscheid en vervolgde mijn nieuwe pad. Het was niet te vermijden zo nu en dan een paar stappen door modder te moeten zetten. Modder die beschikte over de juiste viscositeit om de modder die onder druk van mijn schoenzolen, zo nu en dan wist op te spuiten tot halverwege de knie van mijn andere been. Waar je in het begin nog voorzichtig stapt om je broek schoon te houden, besef je al snel dat het schoonhouden van je broek niet behoort tot de mogelijkheden van deze wandeling.

Eenmaal de conclusie van het onvermijdelijke smerig worden van m’n broek te hebben getrokken ging de wandeling een stuk sneller. Ik stapte stevig door maar werd al weer snel tot de orde geroepen door de aanblik van het fantastische landschap dat zich steeds voor mij ontvouwde. Er waren een paar mooie watervallen op de route waaronder de Hlauptungufoss even later gevolgd door de Miðfoss. Twee van de vele plekken die zo mooi waren dat ik daar de nodige tijd fotograferend moest doorbrengen. Zoveel tijd dat ik niet eens wist of ik mijn doel, de Brúarfoss vandaag nog zou bereiken. Vond ik dat erg? Nee! Absoluut niet. Ik was gestuit op een stukje vrijwel ongerept IJsland.

Klein en simpel kan ook

Voor een boeiende foto hoeft het niet altijd groot of groots te zijn. Klein en simpel maakt vaak ook mooie plaatjes. Ik was voorgenoemde watervallen nog maar net voorbij toen mijn oog viel op een steen. Zomaar een steen. Een steen in de rivierbedding die door het snelstromende water in een woeste omhelzing werd gehouden.

Wat kon ik doen? Ik plaatste mijn camera op het statief. Daarna bevestigde ik een voor het moment geschikt geacht filter, zocht naar een mooie compositie en drukte af. Ik maakte een foto van zomaar een steen, of moet ik zeggen “ik maakte een foto van zowaar, een steen”.

Bezoek mijn printshop

 

 

De spectaculaire uitbarsting van de Strokkur

De spectaculaire uitbarsting van de Strokkur

Hoe vaak stond ik niet op deze plek? In de regen, bij harde wind, in de vrieskou, soms gewoon erg vroeg, of zoals hier bij een mooie blauwe hemel met hier en daar een wolkje. De keren dat ik getuige mocht zijn van de spectaculaire uitbarsting van de Strokkur zijn allang niet meer op één hand te tellen. Handen en voeten, heb je hiervoor nodig, en dan nog kom je tekort.

De mooiste keren vergeet je niet snel

Die ene keer dat ik erg vroeg wakker werd en de hemel buiten in vuur en vlam stond was er één om nooit meer te vergeten. Het was rond 05:30 en ongelooflijk koud. Op het gepruttel van wat stoompotjes en het geluid waarmee de uitbarsting van de Strokkur gepaard gaat na, was het doodstil.

Aan de rand van de Strokkur, op veilige afstand, zette ik mijn statief klaar en monteerde mijn camera. Toen alles goed was ingesteld was het wachten op de uitbarsting. Langzaam klotste het water steeds tegen de rand van de 26 meter diepe put en maakte daarbij een zacht bonkend geluid. Een geluid dat je overdag door de massa mensen en het rumoer die dat met zich meebrengt meestal niet hoort. Nu wel, een bijna regelmatige gebonk alsof je de hartslag van de geiser kon horen.

Wat is erger? Een kapotte knie, of een gekrenkt ego?

Ik had het niet snel genoeg door, maar de wind was gedraaid, en het opgestuwde water van de Strokkur kwam als een douche over mij en mijn camera naar beneden. Een fractie van een seconde voor het water ons raakte had ik het door en greep ik mijn camera met statief en al van de grond. In een poging te ontsnappen aan al dat watergeweld wilde ik een stap opzijzetten. Natuurlijk wist ik, of had ik kunnen weten, dat in de richting waarin ik wilde vluchten een grote steen lag. Nadenken en snel reageren gaan echter niet altijd goed samen zodat ik even later met camera en statief in mijn hand een buiteling maakte over eerdergenoemde steen.

Bijna zo snel als ik was gevallen stond ik ook weer op. En het eerste wat ik deed was om me heen kijken of iemand het had gezien. Nee, gelukkig ik was nog steeds alleen, en als niemand het heeft gezien is het dan eigenlijk wel gebeurd?

Ik controleerde eerst mijn camera, maar die had geen schade. Daarna kreeg mijn knie een korte inspectie, want er sijpelde wel wat bloed door mijn broek heen. Het viel allemaal best mee. Op een kapotte knie en een gekrenkt ego na was er niets aan de hand.

En onder de juiste omstandigheden…

Bij bovenstaande foto ging alles wel goed. Voor het eerst in lange tijd waren de omstandigheden goed voor een tegenlicht opname. De zon brandde fel, de lucht was blauw en aan de overkant stonden geen mensen in de weg. Ik stelde mijn camera in en met mijn draadontspanner en mijn handen diep in mijn zakken maakte ik een serie foto’s waarvan ik dit de mooiste vond.

Bezoek mijn printshop

 

 

De fatale schoonheid

De gravel kraakt onder mijn banden, dikke stofwolken vormen nog lang een perfect spoor van waar we net reden. De hele carrosserie van de auto protesteert als we weer eens door een diepe met modder gevulde kuil rijden. We naderen het zwarte strand Reynisfjara met de ruim 60 meter hoge rotspieken, de Reynisdrangar. Het parkeerterrein kan een paar auto’s herbergen. Een klein houten hokje doet dienst als toilet. Toilet is wellicht een te luxe naam voor een hok met daarin een houten bankje met een rond gat waaruit een lucht opstijgt die je naar adem doet snakken. We zijn hier helemaal alleen, dus de deur blijft op een kiertje.

Tussen de rotsen door wandelen we de laatste 2 a 300 meter naar het strand en staan dan oog in oog met de fatale schoonheid van een van de pilaren van de Reynisdrangar.

Dat was toen, dit is nu

Maar dat was in 1999. Nu zoemen onze banden over asfalt. We komen aan bij Svarti Kaffi, een nieuw gebouw waar je zelfs voor IJslandse begrippen te dure broodjes en te dure koffie kunt drinken. Het toiletgebouwtje heeft plaats moeten maken voor toiletten waar je je behoefte kunt afrekenen met een creditcard, en waar je met de gratis WIFI kunt controleren of het echt wel zo hard waait, of je trots op Facebook je lunch kunt presenteren aan al die mensen die graag willen weten wat je zo al eet tussen de middag.

Ik vervolg het pad naar het strand waar niets is veranderd, of toch wel? De Reynisdrangar staan nog steeds op dezelfde plek, de basaltkolommen zien er niet anders uit als 18 jaar geleden en als ik omkijk sta ik nog steeds oog in oog met Dyrhólaey, een andere markante rotspunt aan de zuidkust van IJsland.

Veranderingen in de stroming

Toch is er iets veranderd, iets wat je niet zomaar kunt zien, maar wat je wel kunt ervaren. De zeestroming is veranderd. Zo nu en dan rolt een golf aanmerkelijk verder het strand op dan de golf ervoor. Het is raadzaam om minimaal 1 oog gericht te houden op de verraderlijke golven. Niet iedereen doet dat getuige de vele foto’s van mensen die hier regelmatig een nat pak halen en waarvan de rugzakken die zojuist nog naast hen op de grond stonden worden meegesleurd door de hebberige golven van de oceaan.

Meestal houden de golven het bij een waarschuwing en komen de mensen vrij met een nat pak en zijn ze wat spullen en hun ego kwijt. In ruil hiervoor krijgen ze de schrik van hun leven. Soms ook nemen de golven de mensen verder mee de zee op. Spelen wat met de spartelende lichamen. Als ze niet meer meespelen spuwen de golven de levenloze lichamen terug op het strand.

Vandaag staat er een flinke storm en zijn de golven totaal onvoorspelbaar. Ik richt mijn telelens op de door golven geteisterde basaltkolommen en wacht op het moment waarop de golven zich woest een weg omhoog banen. Klik… ik heb je.

Bezoek mijn printshop

 

 

Wandeling bij Rauðisandur

Als ik de volgende dag ontwaak (even het vorige blogbericht lezen als je niet weet waar ik het over heb) en in de spiegel kijk zie ik dat het de nacht niet is gelukt mijn glimlach glad te strijken. Het zonnetje schijnt, ik sta op een van de mooiste plekjes die deze wereld rijk is en mijn longen worden gevuld met een onwaarschijnlijk frisse lucht die ik met volle teugen door mijn neus opsnuif. Het is een mooie dag voor een wandeling.

Vanaf de camping is het een steenworp lopen naar het strand. Nou werp ik een steen niet zo ver, dus laten we het houden op twee steenworpen. Als ik aankom bij het strand valt mijn oog op twee niet te missen rotspartijen en een handvol rotsen die het door de zon beschenen gouden strand hier en daar voorzien van een welkome landschappelijke afwisseling.

In extase of opgewonden?

Even geniet ik van het tafereeltje. Voor een voorbijganger is dit meestal voldoende. Voor een fotograaf is dit enkel het voorspel. Even kijken, in extase raken, (ik wilde opgewonden schrijven maar dat kan als vervolg op mijn vorige zin in een verkeerde context geplaatst worden), fotoapparatuur klaarzetten, instellen, foto maken en als climax terugkijken en beoordelen of je tevreden bent met het resultaat. Een soort sigaretje roken dus.

Gezien de bijna ideale omstandigheden ben ik uiterst tevreden met het resultaat. Hier zou het verhaal bij deze foto dus technisch gesproken klaar zijn.

Voor mij hoort er echter nog een klein stukje bij. Een half uurtje na deze foto te hebben gemaakt begin ik aan een strandwandeling. De kliffen in de achtergrond welke wel haast zeker de kliffen van Látrabjarg zijn liggen te ver weg. Die ga ik zeker niet bereiken, maar ik wil het gouden strand diep op mij in laten werken, en dat gaat het beste met een wandeling. Een paar paaltjes die ik in de verte zie moeten mijn einddoel of keerpunt van deze wandeling worden.

Zoals iedere wandeling begint ook deze wandeling met de eerste stap. Het eindeloze strand blijft eindeloos, en met iedere stap komen de paaltjes in de verte dichterbij, maar dat is slechts gevoelsmatig. Visueel lijkt het of de paaltjes iedere stap die ik zet ook zetten en daarmee de afstand tussen mij en mijn einddoel gelijk houden.

De donkere toren

Mijn gedachten gaan dwalen, en even voel ik mij Roland. Roland van Gilead, de scherpschutter uit de boekenserie “De donkere toren” van Stephen King. Hij liep dagenlang over een eindeloos strand, onderging ontberingen, had honger, dorst en zijn huid raakte verweerd door de felle zon.

Mijn “ontberingen” staan natuurlijk niet in verhouding, maar ik snap zijn beleving.

De paaltjes worden nu snel groter. Noem het een tik, maar ik wil voor ik terugkeer de paaltjes even aanraken. Nog even bekijk ik de paaltjes, maar ondanks de lange weg ernaartoe blijven het gewoon paaltjes, niets bijzonders. Ik draai me om en loop terug. Roland van Gilead heeft nog een lange weg te gaan.

Bezoek mijn printshop

 

 

De ultieme zonsondergang

Bestaat die eigenlijk wel? De ultieme zonsondergang. In mijn leven heb ik er al veel gezien. Nee, niet de ultieme, maar gewoon zonsondergangen. De ene is mooi vanwege het moment, de andere door je gemoedstoestand, de andere vanwege die gekoppelde beleving.

Als ik alles loslaat, mijn gemoedstoestand, mijn beleving, het moment dan blijft deze foto voor mij de ultieme variant. Maar wellicht ben ik als eigenaar van het moment niet objectief genoeg om daar over een oordeel te kunnen vellen.

Die dag was een dag als alle andere… Nou begin ik met een leugen. Die dag was een bijzondere dag. Ik bevond me op IJsland, en was die dag alleen, of beter gezegd ik was de hele week al alleen geweest. Ik had wat dingen te regelen in IJsland en koppelde onze vakantie aan het zakelijke deel, waardoor Ans al weer thuis was en ik nog wat tijd op IJsland door mocht brengen.

Die dag was ik begonnen aan de voet van een van de mooiste watervallen van IJsland, de Dynjandi. Eigenlijk heet die waterval de Fjallfoss, maar volgens mij kent iedereen deze waterval enkel aan eerdergenoemde benaming.

Op weg naar Rauðisandur

Vanaf die waterval was het nog een behoorlijk stukje rijden naar het mooie rode strand van Rauðisandur. Nou ja, mooie rode strand? Het is maar net onder welke omstandigheden je het strand te zien krijgt. Wanneer de zon door een dik wolkendek tevergeefs kleur probeert te geven aan de onderliggende aarde sta je hier oog in oog met een weliswaar mooi, maar toch voornamelijk grauw strand.

Ik kwam aan bij het strand op een dag dat de voorwaarden bijna ideaal waren. Na een lange wandeling vond ik een kleine camping aan de oostzijde van het strand. Het was laat in het seizoen waardoor de ik de camping als mijn domein kon beschouwen. Ik begon met het bereiden van mijn avondeten en keek vanuit het keukenraam naar buiten. Dat klinkt als heel wat, maar ik zat nog steeds in mijn camper en had van hieruit zonder een stap te verzetten ook door de achterdeur, het huiskamer- en slaapkamerraam ook naar buiten kunnen kijken.

Wat ik zag was nog niet wat je op bovenstaande foto ziet, maar het was al voldoende om de pitten van mijn gasfornuis uit te draaien en gewapend met camera en statief naar buiten te gaan. Ik bleef buiten tot het laatste restje zonlicht was uitgedoofd en ik verder kon met het bereiden van mijn maaltijd.

Nagenietend van de mooie momenten die ik net had ervaren probeerde ik nog een glimp op te vangen van het mooie “buiten” maar keek door het donker enkel in de reflectie van de ogen van een gelukkig man.

Bezoek mijn printshop

 

 

Bij iedere foto een herinnering

Het is maandagmorgen. Ik blader door mijn foto’s op zoek naar de foto die deze week in de schijnwerpers komt te staan. Het lijkt makkelijker dan je zou denken. Mijn geheugen zit mij dwars. Ik onthoud te veel en weet daardoor vaak niet wat ik als eerste wil vertellen. Bij iedere foto een herinnering.

Zo bleef ik weer veel te lang hangen bij bovenstaande foto. Niet alleen het moment van deze foto, maar al die keren dat ik hier kwam waren momenten gevuld met herinneringen. Vaak was ik in het gezelschap van Ans, verschillende keren met vrienden, maar ook vaak in het gezelschap van mensen die ik nog maar een paar dagen eerder mocht leren kennen.

Die keer tijdens de winterreis

Die ene keer dat de waterval helemaal was omgeven door ijspegels zal ik nooit meer vergeten. Een waaghals had zich tot vooraan bij de waterval begeven en stond recht onder de grootste ijspegels die ik ooit had gezien. De temperaturen waren die dag boven het vriespunt gekomen en je hoorde het ijs boven het geluid van de waterval uit kraken.

Zijn vriendin volgde vol van bewondering de verrichtingen van haar vriend. Ik raakte zelf geïrriteerd door zijn gedrag. Niet alleen bevond hij zich op een gevaarlijke plek waar ieder moment enkele honderden, of in ieder geval tientallen kilo’s aan ijspegels van 20 meter hoog op hem neer konden storten. -Dat zou hij dan hooguit door een klein wonder nog kunnen overleven.- Maar hij stond ook hinderlijk in de weg voor een achttal fotografen die hier ook liever een maagdelijke waterval fotografeerden.

Ik vroeg haar of haar vriend goed verzekerd was. “Hoezo?”; was haar antwoord. Ik legde haar kort uit wat voor schade die ijspegels aan haar vriendje zouden uitrichten mochten ze hun strijd met de zwaartekracht staken. Haar antwoord was kort.  “Hij weet wat hij doet”.

De echo van haar antwoord hing nog in haar mond toen op de plek waar de jongeman twee seconden eerder nog stond een grote hoeveelheid ijspegels naar beneden suisde. Het kleine wonder was geschied. De pegels mistte hem op een haar na. Een verschil van twee seconden was het verschil geweest tussen leven en dood.

Net zo wit als de sneeuw snelde de jongeman terug naar de veilige plek op afstand van de waterval.

Glibberend over het ijs

Of die keer dat we bijna op handen en voeten moesten afdalen om bij de waterval te komen omdat het pad spiegelglad was geworden. Naar beneden is één ding, maar naar boven bleek toch wel een groot probleem te zijn.

Door elkaar te ondersteunen wisten we één van ons een stukje hoger op het pad te krijgen. Vanaf die hogere positie werd dan weer een uitgeschoven statief aangereikt waarlangs wij dan weer omhoog konden klimmen. Sinds die keer neem ik trouw mijn spikes voor onder mijn schoenen mee in de IJsland winterreizen.

Het voordeel van vaak terugkomen op dezelfde plekken is dat je tijd krijgt om te experimenteren en kunt zoeken naar het mooiste standpunt voor “de” foto. Wat mij betreft is het beste standpunt midden in de stroming op een paar rotsen. Daarvandaan is bovenstaande foto van de zwarte waterval, beter bekend als Svartifoss ook genomen.

Deze foto werd genomen door Hans van Dam. Een van mijn deelnemers aan de fotografiereis van 2014. Een bezoekje aan zijn site is ook meer dan de moeite waard. Hans van Dam Fotografie Kijk naar zijn foto’s en lees zijn poëtische verhalen. 

Bezoek mijn printshop

 

Na 1000 jaar weer herenigd

We beginnen ergens rond het jaar 1000 na Christus. Thor, Freya, Odin met zijn achtbenige paard Sleipnir en vele andere afgoden worden door de Vikingen aanbeden. IJsland is iets meer dan een eeuw eerder gekoloniseerd. 

Terwijl de Vikingen hun bloedige vetes beslechten stijgt waterdamp vanuit de Atlantische oceaan naar grote en koude hoogten. Het water condenseert, bevriest en valt als sneeuw naar beneden ergens op de grootste gletsjer van Europa, de Vatnajökull.

Jaren verstrijken. Sneeuw valt laag na laag en vormt een steeds dikkere massa. Door de enorme druk van de bovenliggende lagen sneeuw veranderen de onderste lagen in IJs. IJs dat steeds vaster en compacter wordt. Het ijs wordt zo compact dat het rode en gele licht eenmaal gevangen in het ijs niet meer kunnen ontsnappen waardoor enkel nog het blauwe licht reflecteert.

We gaan langzaam 1000 jaar vooruit in de tijd. Diep onder een dikke ijslaag ligt de neerslag uit de tijd van de Vikingen. Oorlogen ontstaan, de pest breekt uit, er komt een kleine ijstijd, Amerika wordt ontdekt. De wereld veranderd, maar niet voor het ijs.

1000 Jaar van onwetendheid

Onvermijdelijk schuift het 1000 jaar oude ijs naar de rand van de gletsjer waar het uiteindelijk de strijd met de zwaartekracht niet kan winnen. Het ijs breekt af van de massa en komt terecht in het ijsbergenmeer Jökulsárlón. Langzaam maar zeker drijft het ijs in de richting van haar laatste bestemming. De reis is lang. Keer op keer loopt het ijs vast op de bodem van het meer. Het ijs kan niet meer doen dan wachten tot het voldoende is afgesmolten om haar reis voort te zetten.

Na 1000 jaar weer herenigd.

Na een tocht van ongeveer drie jaar bereikt het ijs zijn uiteindelijke lot, de Atlantische oceaan, waar golven zo hard op het ijs beuken dat stukken afbreken, steeds kleiner worden en langzaam afsmelten tot ze weer terug zijn waar en hoe ze 1000 jaar eerder aan deze interessante reis waren begonnen.

Ik sta op het strand Breiðamerkursandur, vlak bij het ijsbergenmeer. Getijdenwerking heeft enkele grote brokken ijs op het strand teruggeworpen. Golven slaan stuk op het harde ruim 1000 jaar oude ijs. Gewapend met mijn camera wacht ik het ultieme moment af om af te drukken…

Bezoek mijn printshop

 

De volgende foto en zijn verhaal vindt je hier over: