Menu Sluiten

De Aurora Borealis

De eerste keer vergeet je nooit meer.

Wie het mocht meemaken weet waarschijnlijk nog precies waar hij of zij was, en ook met wie. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Het was in de vroege ochtend van 18 augustus 2006. Een extase van ruwweg 75 minuten waarin ik niet wist waar ik moest kijken.

We stonden met onze camper bij de Dettifoss in Noord IJsland waar we de nacht wilden doorbrengen. De Dettifoss is de meest krachtige waterval van West Europa en ligt in de Jökulsárgljúfur, wat de IJslanders wel eens de Grand Canyon van Europa noemen. Sinds een paar jaar is kamperen hier officieel niet meer toegestaan, maar in 2006 was dat geen probleem. Ik wilde gaan slapen, en uit gewoonte besloot ik nog even naar buiten te gaan. In deze tijd van het jaar wordt het nooit echt helemaal donker in IJsland waardoor ik totaal niet was voorbereid op wat ik even later ging zien.

Ik stapte de deur uit van de camper. De deur van onze toenmalige camper bevond zich op ongeveer een meter hoogte, dus ik keek goed naar beneden waar ik mijn voeten neerzette. Eenmaal veilig op de vaste grond duwde ik mijn handen diep in mijn zakken. Ik trok mijn schouders een beetje op waardoor mijn nek omsloten werd door de kraag van mijn vest. Het voelde iets behaaglijker en gaf wat bescherming tegen de koude van de IJslandse nacht.

Ik richtte mijn hoofd naar de hemel in de hoop iets van de sterrenhemel te kunnen zien. Verbazing maakte zich van mij meester. Even moest ik in mijn grijze massa laten doordringen wat ik zag. “Noorderlicht”. Een fenomeen waarvan je in het algemeen mag aannemen dat het zich in de maanden oktober tot en met maart aan het hemelgewelf kan openbaren. Maar het was augustus. Het was niet echt, nee het kon niet echt zijn en toch… Het was geen zinsbegoocheling. In volle glorie baande het Noorderlicht zich van noord naar zuid.

Ik snelde me het trapje van de camper weer op en terwijl ik mijn fotospullen snel bij elkaar griste vertelde ik Ans wat ik had gezien. Even later stonden we samen te kijken naar het spektakel aan de nachtelijke hemel.

In mijn enthousiasme wekte ik ook onze buren. De camper had een Belgische kentekenplaat en ik vond het mijn plicht om onze zuiderburen deelgenoot te maken van het noorderlicht. Na enkele malen kloppen hoorde ik wat gestommel in de camper. De deur van de camper ging open, en even later stond er een wat lange slungelachtige man in de deuropening. Met een zacht Belgisch accent vroeg hij; “Awel, wat is er”. Ik zei: “Noorderlicht! Kijk” en wees naar de hemel. De Belg strekte zijn nek buiten de deuropening keek omhoog en zei: “O ja, Skon he, dank u wel”, waarop hij zijn nek weer introk en zachtjes de deur weer dichttrok.

Enigszins verbouwereerd van de reactie was ik even later weer druk in de weer met mijn camera’s in mijn eerste pogingen de Aurora Borealis, genoemd naar de Griekse godin van de dageraad op het lichtgevoelig materiaal te vereeuwigen.

Aurora Borealis werkt verslavend. De rest van de reis bleef ik tevergeefs in de avonduren de hemel afturen in de hoop nog een glimp van het noorderlicht op te kunnen vangen.

Een jaar later mocht ik als IJsland reisleider de Aurora Borealis reizen van oktober begeleiden. Vanaf 2011 zijn daar mijn fotografiereizen in oktober en maart bijgekomen omdat de kans op Noorderlicht dan groot is, en de dagen nog lang genoeg zijn om fotografisch helemaal los te kunnen gaan op het IJslandse landschap.

Bovenstaande foto werd gemaakt tijdens de Aurora Borealis-fotografiereis van 2015. Die nacht logeerden we in een voormalige school vlak bij Selfoss. Iedereen lag al op één oor toen de Aurora zich aan de hemel openbaarde.  Slaapdronken stapte iedereen uit bed, maar vol adrenaline stonden we even later zij aan zij te fotograferen terwijl we sluitertijden, diafragmawaarde, ISO gevoeligheid en brandpunt instellingen met elkaar bespraken.

De foto aan het begin van dit artikel is de kleuren uitvoering. Hieronder staat ook nog een monochrome afbeelding van het Noorderlicht. Hoewel de kleur van de Aurora natuurlijk belangrijk is vind ik de monochrome variant ook prettig om naar te kijken.

Wil je ook een keer met mij naar IJsland met de kans om in de avonduren de Aurora Borealis te zien en te fotograferen? Kijk dan op mijn site. Ode aan IJsland.

 

Bezoek mijn printshop

 

 

Het geheim van vuur en ijs

Mensen die mij al langer kennen, weten dat ik me graag bevind in het land van vuur en ijs, IJsland. Enkele jaren geleden gaf ik mezelf de opdracht om het vuur en ijs welke het land symboliseren in één foto te combineren. Ik had al snel een beeld voor ogen en verheugde me al op de experimenten die zouden volgen.

Om de vlammen mooi en fel tegen de achtergrond af te laten steken was voor mij de initiële setting al snel bepaald. De achtergrond moest donker zijn. Diep, diep zwart. Dat maakte het eerste deel al eenvoudig. Zwart karton is in mijn studio altijd aanwezig.

De ondergrond wilde ik graag spiegelend hebben. Bovendien moest die ook wisselende temperaturen kunnen weerstaan. Vuur en ijs liggen qua temperatuur nogal ver uit elkaar en een scheurende spiegel in combinatie met een brandbare vloeistof is niet iets waarop ik zit te wachten.

In mijn collectie achter- en ondergronden lag een plaat hoogglans aluminium. De ondergrond was dus ook al snel bepaald.

Het ijs was natuurlijk weer een ander verhaal. Of je gaat naar de supermarkt en koopt een zak van die blokjes, of je vult ijsklontzakjes, legt ze in de diepvries en wacht ongeveer 24 uur. Als fotograaf wordt je geduld toch regelmatig op de proef gesteld, dus die 24 uren waren ook nog wel te overbruggen.

Op zoek naar de juiste brandstof

Als brandstof koos ik spiritus. Een goed brandbare vloeistof waarmee ik in mijn vroege jeugd al vaak experimenteerde. De keuze van Spiritus was niet de juiste. Zonder het ijs begon ik in de studio met het in brand steken van plasjes spiritus. De Spiritus creëerde een mooie blauwe vlam. Alleen op de foto komt een blauwe vlam niet zo mooi over. Blauw is koel, en de vlam moest toch echt hitte uitstralen, en dan vooral hitte in de figuurlijke zin.

Terpentine dan maar… Ook dat was geen succes. Geen mooie vlammen. Brandgel en wasbenzine waren het ook niet helemaal, of beter gezegd helemaal niet.

Op zoek op internet. Aceton. Aceton gaf een mooie gele vlam. Nou heb ik best veel in huis, maar Aceton is een van de dingen die ik niet zomaar ergens heb staan. Even later zat ik op de fiets onderweg naar de drogisterij waar aceton toch wel in het assortiment hoort te zitten.

Ongemakkelijk begaf ik mij naar de afdeling nagellak waar ik een behoorlijke tijd, terwijl andere bezoekers mij vreemd aankeken op zoek was naar de nagellakremover. Ik had al een flesje in mijn hand toen ik een andere vloeistof zag staan. Ether. Ether is natuurlijk heel, heel erg brandbaar. Ik besloot voor beide te gaan, zowel aceton als Ether.

Thuis dook ik al weer snel de studio in. Het ijs was nog niet bevroren, dus legde ik andere (niet brandbare) attributen neer op de aluminium plaat. Mijn camera zette ik op statief en ik schatte in dat een vlam met een belichting van ongeveer twee seconde wel zichtbaar zou moeten zijn. Met behulp van flitslicht zorgde ik ervoor dat de attributen goed belicht werden.

Nu nog het licht in de studio dimmen en ik was klaar voor mijn foto. Na het eerste resultaat maakte ik nog wat correcties totdat ik tevreden was met het resultaat. Vervolgens de combinatie met de Ether. Ether is erg vluchtig, dus voorzichtigheid was geboden. Om overslag van vlammen te voorkomen ging eerst de kachel in de studio uit.

De lucifers lagen onder handbereik, net zoals de draadontspanner. In het gedimde licht opende ik het flesje ether en gooide een volgens mij redelijk kleine hoeveelheid op de objecten die klaar lagen op de aluminium plaat. Vervolgens draaide ik de dop weer op het flesje en zette het afgesloten flesje zover mogelijk van mijn onderwerp vandaan. Terwijl de studio nu gevuld was met de lucht die me het meest deed denken aan de lucht in een operatiekamer ontstak ik een lucifer en hield die dicht bij de ether.

Even dacht ik dat Satan in hoogsteigen persoon bezit kwam nemen van mijn studio. Slechts één seconde, misschien iets langer sloeg een vlam zowat tot aan het plafond van mijn studio. De vlammen vielen al snel terug tot de gewenste proporties. Terwijl de vlam nog ongeveer 15 centimeter hoog was drukte ik op de afstandsbediening van mijn camera. Enkele seconden later zag ik het ontstane beeld op het display van mijn camera verschijnen. Ik was tevreden.

Die avond was het water in de diepvries verworden tot blokjes, of beter gezegd bolletjes ijs. Het ijs werd zorgvuldig op de aluminiumplaat gelegd en overgoten met de ether. Niet teveel natuurlijk, want je wilt geen aanspraak hoeven maken op je brandverzekering, maar ook niet te weinig zodat de ether alweer vervluchtigd is alvorens ik het flesje veilig zou kunnen opbergen en de lucifer kan laten ontbranden.

Terwijl de vlammen zo nu en dan het plafond in mijn studio kietelden dacht ik aan de vroegere Romeinse keizer Nero. Nero, die ook zo veel inspiratie wist te halen uit enkele vlammen.

Bezoek mijn printshop

Enkele jaren geleden inspireerde deze foto de dichter Julius Dreyfsandt zu Schlamm tot het schrijven van een gedicht.  

De ontstane poëzie en fotografie smolt samen tot Foëzie

in vuur en vlam
dooft zij het naakte lijf
langs een robe van ijzige blokken
die dooien aan opvrijende benen

haar gezicht huist
in een vragende schaduw
zij wil haar blik niet aan mij vertonen
enkel hem zonder schroom
met een onaantastbare
verleiding belonen

zij bespeelt een minnaar
die ook door adem is omhuld
en in hetzelfde verlangen is gekleed

in deze pas de deux
is pure passie
door dragende zuchten
te vermoeden

enkel beider ogen hebben weet
van zuigende harten
hun driften mogen
een onthulling bevroeden

Foëzie in mijn webshop vind je hier: Foëzie

Kirkjufell, de markante berg

Kirkjufell, de markante berg op het schiereiland Snæfellsnes in West IJsland. Tot 2012 reed bijna iedereen hier waarschijnlijk zo aan voorbij. Maar….

In 2006 was ik in Oost IJsland, en vanwege het slechte weer waren we een toeristen bureautje binnengelopen op zoek naar informatie, souvenirs, koffie of wie weet wat voor andere zaken ze daar zouden verkopen, die leuk waren om als herinnering mee naar huis te nemen.

Mijn oog viel op een standaard met ansichtkaarten. Eén foto trok speciaal de aandacht. Een erg spitse berg met in de voorgrond een kleine waterval. Nieuwsgierig keek ik op de achterkant van de kaart om te zien of er informatie over de locatie van de foto te vinden was.

De berg lag bij het plaatsje Grundarfjörður in West IJsland. Daar waren we een paar dagen eerder nog geweest. Vreemd dat ik de berg had gemist. Het was ook te ver om nog eens naar terug te rijden, maar ik sloeg de afbeelding op in mijn grijze massa en nam me voor om hier nog eens heen te gaan bij mijn volgende IJsland bezoek.

De jaren daarop hadden andere gebieden op IJsland toch meer prioriteit. Snæfellsnes blijft toch een uithoek op het eiland dat hoewel het zeker de moeite waard is om te bezoeken tot een bonus van een IJslandreis behoort. Die bonus wordt niet altijd geïncasseerd om dat de rest van het eiland nogal schreeuwt om aandacht.

Het was dus 2011 alvorens ik weer eens aankwam bij de markante berg. Sinds 2011 kom ik er ook weer vaker omdat het schiereiland is opgenomen in de route van mijn fotografie reizen naar IJsland. Voor informatie over die reizen verwijs ik u graag naar mijn site OdeAanIJsland.nl.

Maar goed, 2011 dus. Ik had de berg voor mezelf. Dat wil zeggen, er was welgeteld nog 1 andere fotograaf die net als ik in afwachting van het goede licht de nodige uurtjes met dit uitzicht wist door te brengen.

Tevreden met mijn plaatjes keerde ik die avond laat terug naar mijn camper.

In 2012 kwam een foto van deze markante berg als cover op de internationale editie van de National Geographic. Helaas niet mijn foto. Vanaf toen ging het snel. Erg snel. De berg kreeg een iconische status en is inmiddels uitgegroeid tot een van de meest gefotografeerde bergen van IJsland. En altijd geschoten vanaf dezelfde locatie.

Altijd op zoek naar het iets andere plaatje bezocht ik deze berg in januari 2016. Het was een koude en gure dag. De winter had IJsland in zijn greep. Ik had het geluk dat een grote groep bezoekers net in de bus stapte toen ik er mijn auto parkeerde.

Als je deze locatie voor jezelf blijkt te hebben kun je eigenlijk maar een ding doen. Fotoapparatuur bij elkaar rapen. Jas, das, handschoenen aan en naar de juiste locatie rennen. Een ding was anno 2016 al zeker. De wetenschap dat je de berg niet erg lang voor jezelf zult hebben.

Al snel zag ik dat bij de onderste waterval zoveel ijsvorming had plaatsgevonden dat ik gedeeltelijk achter de waterval kon kruipen, een plekje dat normaal gesproken vrijwel onbereikbaar is. Ik had nu dus de kans om thuis te komen met dat “andere” plaatje van deze zeer markante berg.

Na een aantal foto´s gemaakt te hebben besloot ik mijn tot infrarood omgebouwde camera ter hand te nemen om nog meer dat “andere” plaatje te kunnen schieten.

Zonder te fotograferen zat ik nog een tijdje te genieten vanuit mijn unieke plekje toen een nieuwe bus met bezoekers zich aandiende. Nu zijn er verschillende categorieën van bezoekers. Je hebt ten eerste de reizigers. Dat zijn de goed voorbereide mensen die gaan voor het landschap, met waarschijnlijk ook de foto´s en de beleving. Het motto “take pictures, leave nothing but footsteps” is hen niet vreemd. Dit in tegenstelling tot de categorie “toeristen”. De goede daargelaten is de typische toerist onvoorbereid en wil deze zo snel mogelijk plaatjes maken en doorrijden naar een volgende locatie. Als bij het maken van de foto´s schade aan het landschap ontstaat of aanwijzingen moeten worden opgevolgd geld dat niet voor hen, maar slechts voor die andere.

Ik herkende in de aankomende groep duidelijk categorie twee. Om te voorkomen dat ze mij zouden opmerken en op dezelfde locatie wilde gaan zitten als waar ik zat, wat zonder goede voorbereiding, niet geheel zonder risico was besloot ik voorzichtig uit mijn “schuilhut” vandaan te komen en me weer terug te begeven naar de camper.
Mijn missie was geslaagd.

Bezoek mijn printshop

Vergeten herinneringen

Vergeten herinneringen, een weliswaar vreemde titel. Misschien had vernieuwde herinnering beter geweest. De foto werd gemaakt in de vallei Gjáin in zuid IJsland. Gjáin is alleen bereikbaar met een 4×4 auto. Onderweg naar deze plek wordt je bij de juiste weersomstandigheden al geconfronteerd met een kleurrijk en toch desolaat landschap waar je iedere meter opnieuw de bus aan de kant wilt zetten om weer een foto te maken.

De weg stopt bij een riviertje vanwaar je verder moet wandelen. Een wandelpad leidt je naar de boerderij Stöng waarvandaan het normaal gesproken nog 15 minuten wandelen is alvorens je aankomt bij Gjáin. Niemand haalt die 15 minuten, want door de vele fotogenieke plekjes onderweg komt 45 minuten meer in de buurt van de werkelijke wandeltijd.

Eenmaal aangekomen bij Gjáin wil je er niet meer weg. Er is teveel te zien en in je op te nemen. Dingen die je nooit meer wilt of kunt vergeten.

Kennismaking met Peter

Tijdens mijn eerste reis naar IJsland die ik als gids mocht leiden in 2007 waren er enkele amateur geologen in mijn gevolg. Een ervan was Peter. Peter was een bijzondere man die graag zocht naar stenen en structuren in het landschap en dan graag met anderen deelde waarom het landschap was zoals het landschap was.

Bijna jaarlijks kon ik tijdens de oktober reis naar IJsland er op rekenen dat Peter de eerste was die zich samen met zijn vrouw Lita aanmeldde voor de reis. Ook toen de reis later overging naar een fotografiereis wilden ze graag mee. Fotografie was niet hun drijfveer, maar ze vonden het tempo van de fotografiereis erg prettig. Je blijft net wat langer op de plekjes die ook voor hun zo dierbaar waren.

Het sprookjesachtige Gjáin

Gjáin was een van die plekken die in de oktoberreis bijna altijd op mijn programma stond. De eerste keren dat Peter aanwezig was in mijn reizen liep hij mee zover hij kon. De afdalingen naar de lagergelegen watervalletjes liet hij aan ons over. Hij bleef bij het uitzichtpunt en genoot hier van het landschap.

Enkele jaren geleden ging het slechter met Peter. Hij had zware artrose. Hij wilde nog graag mee naar IJsland, maar tijdens de wandelingen bleef hij wat dichter bij de bus omdat de wandelingen voor hem te zwaar werden.

Twee jaar geleden annuleerde hij de reis kort voor vertrek omdat het echt niet meer ging. Lita ging nog wel mee, en gewapend met een camera maakte zij de foto’s van dingen die Peter zo graag nog een keer had willen zien. Ook nam ze zo nu en dan wat bijzondere stenen van IJsland voor hem mee.

Kort na thuiskomst van mijn februari/maart IJsland reis kreeg ik bericht van zijn vrouw. Het ging slecht met Peter. Het zou nog slechts een kwestie zijn van weken. Via de telefoon kon ik nog kort met Peter spreken en afscheid nemen. Hij klonk niet anders als anders, was sterk en accepteerde zijn lot.

Zijn laatste reis

Afgelopen maandag viel de rouwbrief in de bus.

Op de voorzijde van de brief stond de tekst:

There is a universal balance throughout Nature and everything finds its level.

Met de rouwbrief in mijn handen dacht ik aan de keren dat Peter in mijn gezelschap was en hij genoot van het IJslandse landschap. Gjáin moet welhaast een van zijn favoriete plekjes op aarde zijn geweest. Ik denk niet dat ik nog ooit naar Gjáin kan gaan zonder even aan Peter te denken. 

Bezoek mijn printshop