Menu Sluiten

Dansende Ballerina’s bij maanlicht

Als klein ventje was ik al gefascineerd door de pluizenbollen van de Taraxacum officinale al kende ik die toen alleen onder de naam paardenbloem. Een ordinaire naam voor een ordinaire bloem die meestal snel uit de tuin werd verwijderd zodra hij voorzichtig zijn gele kopje liet zien. De bloem werd voor mij pas echt interessant als de bloem was verdwenen en de witte pluizenbol tevoorschijn kwam.

Als je al die pluisjes in een keer weg kon blazen werd je 100 jaar en in mijn jeugdige bravoure wist ik zo vele malen die 100 jaar bij elkaar te blazen om vervolgens vol bewondering te kijken hoe al die zaadjes door de wind werden meegevoerd.

Van verwondering tot foto

Later toen ik de fotografie ontdekte werden de pluizenbollen natuurlijk een dankbaar object om te fotograferen. Als enkele bol, meerdere bollen bij elkaar of een bol waarvan een aantal zaadjes al ontbrak. Ooit heb ik  eens met een pincet net zolang de zaadjes uit zitten trekken tot ik een pluizenbol met hanenkam had gecreëerd. Dat zal in de/mijn punk tijd zijn geweest.

Het kan niet anders dan dat er een moment komt dat je het met die pluizenbol helemaal hebt gehad en je het fotograferen van dat ding overlaat aan al die anderen die nog steeds verwonderd kunnen raken door dit wonder der natuur. Ja, het blijft een wonder van de natuur. Wij groeien op met het gegeven van de paardenbloem en beschouwen hem als een stuk onkruid.

Het verschil tussen kijken en zien

Jammer dat onze kinderlijke verwondering verdwijnt en we de dingen met onze volwassen ogen gaan bekijken. Ga eens plat op je buik liggen en kijk eens goed naar zo’n paardenbloem. Als je er goed naar kijkt ga je hem misschien ook weer zien.

Bij het lezen van deze laatste zin denk je misschien, “maar dat is toch hetzelfde”? Ik wil dat meteen even rechtzetten. Er is een groot verschil tussen kijken en zien. Denk daar maar eens over na.

Vorig jaar zat ik in mijn studio met in mijn hand een pluizenbol. Ik had het ding van alle kanten bekeken en begon het opnieuw te zien. Te zien met de kinderlijke verwondering alsof je het voor de eerste keer ziet.

De inspiratie begon te borrelen. Ik kon aan de slag. Van de studio wand rolde het zwarte karton naar beneden. Een zwart dienblad werd keurig waterpas gezet en tot de rand gevuld met water. De flitslichten werden neergezet, waarbij ik bij een van de lampen een blauwfilter plaatste. Dat had natuurlijk iedere andere kleur kunnen zijn, maar blauw is nu eenmaal mijn lievelingskleur en ik vond het mooi bij mijn onderwerp passen.

De kiem is gelegd

Voorzichtig plukte ik met behulp van een pincet een aantal zaadjes van de bol en plaatste deze voorzichtig op het met water gevulde dienblad. Eerst een enkel zaadje, maar dat was toch wel wat weinig. Ik voegde nog twee zaadjes toe om wat meer vulling in mijn beeld te krijgen. Helemaal tevreden was ik nog niet.

Kijkend naar het tafereeltje voor me bedacht ik dat de zaadjes die langzaam meedeinden met ieder zuchtje wind dat door mijn studio blies net een groepje ballerina’s was. Het zwanenmeer! Dat moest het worden. De pluizenbol voorzag mij van voldoende ballerina’s voor een uitvoering van het zwanenmeer. Voorzichtig dirigeerde ik de ballerina’s bij elkaar zodat ze een groepje vormde. Bij het zwanenmeer is één ballerina natuurlijk de sterdanseres. Die ontbrak nog in mijn foto. Met een klein stokje maakte ik de sterdanseres los van het groepje.

Gepassioneerd draaide zij haar rondjes terwijl ergens in het donker de fotograaf tevreden door zijn lens keek en afdrukte.

 

Bezoek mijn printshop

 

 

De onvoltooide wandeling

De onvoltooide wandeling

Die morgen begonnen we aan een wandeling in het Speulderbos. We verbleven op een in de nabijheid gelegen camping en hadden eerst rustig de tijd genomen om te ontbijten. Vanaf de camping had ik het al gezien. Het licht; dat was toch niet interessant.

Plichtsgetrouw vulde ik mijn rugzak met twee camera’s, enkele objectieven, een reportageflitser en nog wat klein spul dat de fotograaf onderweg nodig kan hebben. Aan de buitenzijde van de rugzak bungelde om het plaatje compleet te maken een zwaar statief. De volle rugzak met fotospullen dwong mij in een kaarsrechte positie en maakte iedere voetafdruk net een beetje dieper dan je gezien mijn eigen omvang zou verwachten.

Een overdaad aan onderwerpen

Ik opende het poortje dat ons van de camping af het bos in leidde en wandelde er doorheen. Ik hield het poortje open voor Ans en sloot het zachtjes nadat ze er doorheen was. We hadden amper tien stappen gezet toen ik een mooi exemplaar van de porseleinzwam zag. Ik wilde net gaan knielen om het exemplaar beter te bekijken en te onderzoeken hoe ik het als gepolijste sneeuw uitziende kleinood het best kon fotograferen toen Ans me wees op een ander exemplaar. En nog een, en nog een, en hele bosjes en boomstammen vol met de meest uiteenlopende creaties zoals je die in een herfstbos aan kunt treffen.

Een vluchtige blik over mijn schouder naar een ander perceel van het bos met de dansende bomen was voldoende om te beseffen dat de wandeling voor mij hier zou eindigen. Ik draaide me om naar Ans, en zonder dat ik iets hoefde te zeggen zei ze: “geeft niets. Ik ga wel hardlopen”.

Totdat de nevel helemaal opgetrokken was bracht ik die ochtend kruipend en plat op mijn buik liggend door. Een ding had ik wel geleerd. Als het licht op de camping niet optimaal is, wil dat nog niet zeggen dat in het iets verderop gelegen bos datzelfde licht niet met iets magisch bezig is.

Bezoek mijn printshop

 

Sfeer of Technische perfectie

Zaadpluis van het Wildemanskruid

Het is het verschil tussen een foto “zien” of een foto “voelen”. Gaat het in een foto om sfeer of technische perfectie? Als je een foto gaat beoordelen, waar kijk je dan als eerste naar?

Beschouwingsafstand

Bezoek maar eens een expositie. Mensen die weinig of geen verstand hebben van de technische kant van de fotografie kijken anders dan de doorgewinterde fotografen. Ze lopen langs de panelen en houden een bepaalde afstand om de foto in zijn geheel te bekijken. Vanaf die afstand geven ze een mening over wat ze zien. Die mening reflecteert dan vaak het “voelen” van de foto.

De doorgewinterde – of denkende dat hij een doorgewinterde fotograaf is – daarentegen kijkt anders naar de foto. Criterium één voor hem/haar is dat de foto “gestoken” scherp moet zijn. Op een afstand van nog geen 10 centimeter, vaak gewapend met leesbrilletje staan ze bijna pixel tellend te oordelen over de foto. Ze nemen de technische kant van de foto onder de loep, en vergeten daarbij vaak de “sfeer” van de foto te voelen.

Het is ook niet moeilijk om een mening over een foto te hebben. Ik heb ook bijna altijd een mening. Maar doet mijn mening of iemands mening over de technische kant van een foto ertoe als je bij het kijken naar de foto wordt overrompeld door een “wow” gevoel?

Gestoken scherpte

Doet het ertoe dat je niet weet waar je naar kijkt hoelang je je ogen ook over de foto heen laat dwalen? Doet het ertoe dat het moeilijk zo niet onmogelijk is om ergens op de foto iets van “gestoken scherpte” te ontwaarden?

Bovenstaande foto is voor mij geslaagd door de sfeer die hij uitstraalt. Vindt je dat genoeg, dan hoef je niet verder te lezen in dit blogje. Als je wel verder leest, dan weet je straks dat je kijkt naar de zaadpluis van de bloem die in Nederland bekend staat als Wildemanskruid. Voor wie dat niet ver genoeg gaat kan ik nog vermelden dat de Latijnse benaming Pulsatilla Vulgaris is.

Op mijn hypermoderne tot veel in staat zijnde fotocamera bevestigde ik een oud onooglijk in massaproductie nog geen € 20,00 tweede- of derdehands marktplaatslensje van het merk Helios. Het lensje staat bekend om het schitterende Bokeh.

Wat is Bokeh?

Bokeh is Japans, en vertaald betekend het onscherpte. Het gaat dus om de onscherpe delen in je foto. In deze foto ontbreekt het niet aan die onscherpe delen. Je mag dan ook van alles vinden van deze foto, je mag er ook van alles over zeggen, maar wat ik niet wil horen is dat hij niet echt gestoken scherp is.

Bezoek mijn printshop

 

Bij iedere foto een herinnering

Het is maandagmorgen. Ik blader door mijn foto’s op zoek naar de foto die deze week in de schijnwerpers komt te staan. Het lijkt makkelijker dan je zou denken. Mijn geheugen zit mij dwars. Ik onthoud te veel en weet daardoor vaak niet wat ik als eerste wil vertellen. Bij iedere foto een herinnering.

Zo bleef ik weer veel te lang hangen bij bovenstaande foto. Niet alleen het moment van deze foto, maar al die keren dat ik hier kwam waren momenten gevuld met herinneringen. Vaak was ik in het gezelschap van Ans, verschillende keren met vrienden, maar ook vaak in het gezelschap van mensen die ik nog maar een paar dagen eerder mocht leren kennen.

Die keer tijdens de winterreis

Die ene keer dat de waterval helemaal was omgeven door ijspegels zal ik nooit meer vergeten. Een waaghals had zich tot vooraan bij de waterval begeven en stond recht onder de grootste ijspegels die ik ooit had gezien. De temperaturen waren die dag boven het vriespunt gekomen en je hoorde het ijs boven het geluid van de waterval uit kraken.

Zijn vriendin volgde vol van bewondering de verrichtingen van haar vriend. Ik raakte zelf geïrriteerd door zijn gedrag. Niet alleen bevond hij zich op een gevaarlijke plek waar ieder moment enkele honderden, of in ieder geval tientallen kilo’s aan ijspegels van 20 meter hoog op hem neer konden storten. -Dat zou hij dan hooguit door een klein wonder nog kunnen overleven.- Maar hij stond ook hinderlijk in de weg voor een achttal fotografen die hier ook liever een maagdelijke waterval fotografeerden.

Ik vroeg haar of haar vriend goed verzekerd was. “Hoezo?”; was haar antwoord. Ik legde haar kort uit wat voor schade die ijspegels aan haar vriendje zouden uitrichten mochten ze hun strijd met de zwaartekracht staken. Haar antwoord was kort.  “Hij weet wat hij doet”.

De echo van haar antwoord hing nog in haar mond toen op de plek waar de jongeman twee seconden eerder nog stond een grote hoeveelheid ijspegels naar beneden suisde. Het kleine wonder was geschied. De pegels mistte hem op een haar na. Een verschil van twee seconden was het verschil geweest tussen leven en dood.

Net zo wit als de sneeuw snelde de jongeman terug naar de veilige plek op afstand van de waterval.

Glibberend over het ijs

Of die keer dat we bijna op handen en voeten moesten afdalen om bij de waterval te komen omdat het pad spiegelglad was geworden. Naar beneden is één ding, maar naar boven bleek toch wel een groot probleem te zijn.

Door elkaar te ondersteunen wisten we één van ons een stukje hoger op het pad te krijgen. Vanaf die hogere positie werd dan weer een uitgeschoven statief aangereikt waarlangs wij dan weer omhoog konden klimmen. Sinds die keer neem ik trouw mijn spikes voor onder mijn schoenen mee in de IJsland winterreizen.

Het voordeel van vaak terugkomen op dezelfde plekken is dat je tijd krijgt om te experimenteren en kunt zoeken naar het mooiste standpunt voor “de” foto. Wat mij betreft is het beste standpunt midden in de stroming op een paar rotsen. Daarvandaan is bovenstaande foto van de zwarte waterval, beter bekend als Svartifoss ook genomen.

Deze foto werd genomen door Hans van Dam. Een van mijn deelnemers aan de fotografiereis van 2014. Een bezoekje aan zijn site is ook meer dan de moeite waard. Hans van Dam Fotografie Kijk naar zijn foto’s en lees zijn poëtische verhalen. 

Bezoek mijn printshop

 

Na 1000 jaar weer herenigd

We beginnen ergens rond het jaar 1000 na Christus. Thor, Freya, Odin met zijn achtbenige paard Sleipnir en vele andere afgoden worden door de Vikingen aanbeden. IJsland is iets meer dan een eeuw eerder gekoloniseerd. 

Terwijl de Vikingen hun bloedige vetes beslechten stijgt waterdamp vanuit de Atlantische oceaan naar grote en koude hoogten. Het water condenseert, bevriest en valt als sneeuw naar beneden ergens op de grootste gletsjer van Europa, de Vatnajökull.

Jaren verstrijken. Sneeuw valt laag na laag en vormt een steeds dikkere massa. Door de enorme druk van de bovenliggende lagen sneeuw veranderen de onderste lagen in IJs. IJs dat steeds vaster en compacter wordt. Het ijs wordt zo compact dat het rode en gele licht eenmaal gevangen in het ijs niet meer kunnen ontsnappen waardoor enkel nog het blauwe licht reflecteert.

We gaan langzaam 1000 jaar vooruit in de tijd. Diep onder een dikke ijslaag ligt de neerslag uit de tijd van de Vikingen. Oorlogen ontstaan, de pest breekt uit, er komt een kleine ijstijd, Amerika wordt ontdekt. De wereld veranderd, maar niet voor het ijs.

1000 Jaar van onwetendheid

Onvermijdelijk schuift het 1000 jaar oude ijs naar de rand van de gletsjer waar het uiteindelijk de strijd met de zwaartekracht niet kan winnen. Het ijs breekt af van de massa en komt terecht in het ijsbergenmeer Jökulsárlón. Langzaam maar zeker drijft het ijs in de richting van haar laatste bestemming. De reis is lang. Keer op keer loopt het ijs vast op de bodem van het meer. Het ijs kan niet meer doen dan wachten tot het voldoende is afgesmolten om haar reis voort te zetten.

Na 1000 jaar weer herenigd.

Na een tocht van ongeveer drie jaar bereikt het ijs zijn uiteindelijke lot, de Atlantische oceaan, waar golven zo hard op het ijs beuken dat stukken afbreken, steeds kleiner worden en langzaam afsmelten tot ze weer terug zijn waar en hoe ze 1000 jaar eerder aan deze interessante reis waren begonnen.

Ik sta op het strand Breiðamerkursandur, vlak bij het ijsbergenmeer. Getijdenwerking heeft enkele grote brokken ijs op het strand teruggeworpen. Golven slaan stuk op het harde ruim 1000 jaar oude ijs. Gewapend met mijn camera wacht ik het ultieme moment af om af te drukken…

Bezoek mijn printshop

 

De volgende foto en zijn verhaal vindt je hier over:

 

Poort tot oneindigheid

Iedere gepassioneerde fotograaf heeft naast veel te veel apparatuur, een collectie rugzakken en diverse statieven ook nog de beschikking over enkele eigenschappen zonder welke hij het woord gepassioneerde niet zou mogen gebruiken… Slechts “een fotograaf” blijft dan over.

Geduld, hoop, en doorzettingsvermogen zijn de eerste eigenschappen die mij te binnen schieten. Daarnaast is een andere eigenschap ook erg belangrijk. Het leren omgaan met teleurstellingen. Niet altijd ben je op de juiste plek op het juiste moment. Niet altijd gaat de zon onder zoals je had gehoopt en niet altijd druk je af op het juiste moment.

Afgelopen zondag stond ik laat aan het strand bij Domburg. De hele dag had de zon geschenen en dreven er hier en daar wat witte wolkjes voor de blauwe hemel. Vanaf onze uitvalsbasis in Veere vertrokken we met de fiets richting het strand voor een gouden zonsondergang. Even voor aankomst dook de zon weg achter een dikke pak wolken.

De eerste eigenschap waar ik het straks over had was nu hard nodig. Geduld. Geduld omdat onder aan de dikke pak wolken nog een wolkeloze strook lucht zichtbaar was waar de zon zich later vast nog zou laten zien.

De wolken zakten bijna gelijk richting de horizon met de zon. De eigenschap “Hoop” werd zwaar op de proef gesteld. Het enige wat nog overbleef was mijn doorzettingsvermogen. Mijn doorzettingsvermogen dat had ik hard nodig om ondanks mijn te grote voorraad apparatuur en te zware statief te trachten nog iets van de avond te redden. Ondanks het vlakke licht probeerde ik creatief bezig te blijven met strand, zee, vogels en de vele palissades die hier tot ver in de zee reikten.

Poort tot oneindigheid

Toen de zon bijna onder was en de wolken zich nog steeds als spelbrekers manifesteerden raakte mijn geduld op. Hoop had ik niet meer, en mijn doorzettingsvermogen was met de noorderzon vertrokken.

Net toen ik de laatste ritssluiting van mijn rugzak dicht zipte viel een donkere schaduw voor mij op de grond. Ik draaide me om en keek recht in het gouden hart van onze magische zon. De wolken die nu van onderen beschenen werden kregen een goud tot goudrode gloed. De palissades kregen vorm, en zelfs het krijsen van de meeuwen klonk nu als een heuse melodie.

Nog voor iemand door had wat er gebeurde, lag mijn rugzak weer open en stond mijn camera kant-en-klaar gemonteerd op mijn veel te zware statief. Mijn goede humeur kwam weer terug al verdween dat weer net zo snel toen ik mijn eerste opname terug zag. In plaats van een haarscherp beeld keek ik naar een enigszins bewogen foto. De iele pootjes van mijn statief vonden geen grip in het losse strandzand en zakte onverbiddelijk verder en verder naar beneden.

De vierde eigenschap

Naast geduld, hoop en doorzettingsvermogen komt nu nog een belangrijke eigenschap. Vindingrijkheid. Ik liep naar mijn rugzak om te bedenken of ik iets had om de iele statiefpootjes tegemoet te komen. Dit keer vond ik de oplossing in drie filterdoosjes van filters die ik altijd mee sjouw bij de rest van de apparatuur. De 10 bij 10 centimeter doosjes boden een remedie tegen de wegzakkende pootjes.

Tot de zon helemaal was verdwenen stond ik neuriënd achter mijn camera met een grote en tevreden glimlach op mijn gezicht.

Bezoek mijn printshop

 

 

De bloem, voor altijd in de bloei van z’n leven

 

Voor altijd in de bloei van zijn leven

 

Bloemen zijn voor de meeste fotografen een dankbaar onderwerp. Ik heb in mijn leven al veel, heel veel bloemen in hun bloei gefotografeerd.

Dan komt er een tijd dat je een mooie bloem ziet en dat je die de tijd en aandacht schenkt om hem of haar zo mooi mogelijk op de foto te zetten. Kijkend naar het eindresultaat bekruipt je dan een vervelend gevoel. De bloem is mooi gefotografeerd, de scherpte is perfect en de belichting past perfect bij je onderwerp. En toch… het is gewoon een foto van een bloem…

Je wilt niet de perfecte bloem fotograferen, je wilt de perfecte foto van een bloem maken. Perfectie zit hem niet in een technisch geslaagde foto. Perfectie zit hem in het enorm gelukkig zijn met het eindresultaat.

Nog vaak kon ik gefascineerd naar een bloem kijken. Het zijn werkelijk bijzondere schepsels met meestal een bijzondere schoonheid en een bijna perfecte symmetrie. Toch kwam het vaak niet meer tot fotograferen.

Een idee wordt geboren

Een tijdje geleden was ik bezig met een totaal ander beeld. (Het geheim van vuur en ijs). Ik werkte aan een foto waarin blokjes ijs in combinatie met vuur werden gebruikt toen ik een eureka moment ervaarde.

De eerste ingeving was om een bloem in volle bloei af te laten zinken in een bak met water. Als je dan wat geduld hebt gaan luchtbelletjes zich hechten aan de bloem en kun je een niet alledaagse foto van een bloem maken. Het leek me een leuk experiment. Een experiment dat ik tot op heden nog nooit heb uitgevoerd, want voor het zover was had ik al bedacht dat ik die bak water ook wel 24 uur of meer in de diepvries kon plaatsen. Het beeld dat ik voor me had bevatte nog steeds de bubbeltjes, maar nu gevangen in mooi helder en doorzichtig ijs.

Hoe ga je te werk?

Veel heb je niet nodig. Een bloem, een gewichtje om het drijven van de bloem te voorkomen en een redelijke hoeveelheid water. Daarnaast natuurlijk de vorm. De vorm bleek uiteindelijk het grootste probleem te zijn. Glas vriest kapot, net zoals plastic trouwens. De vorm mag ook niet te groot of juist te klein zijn. De bloem moet aan alle zijden omgeven zijn door water. Eén uitstekend blaadje kan de foto verpesten. Het uitstekende deel krijgt een totaal andere reflectie en zal snel gaan verdorren.

Zo’n idee blijft dan even in mijn achterhoofd borrelen waarbij op onverwachte momenten de oplossing zich aandient. Soms wordt ik midden in de nacht wakker en dan dringt de oplossing plotseling door. Soms ben ik met iemand in gesprek als er plotseling in een fractie van een seconde een paar hersencellen met elkaar beginnen te communiceren en mij met een schok de oplossing aandragen. (sorry als ik even afwezig leek tijdens ons laatste gesprek. Dat was dan waarschijnlijk interne communicatie).

Dit keer kwam de oplossing toen ik door de supermarkt liep en ik bij het bronwater de anderhalve liter vierkante pakken bronwater van Bar le Duc zag staan. De goede vorm, de goede inhoud en waterdicht.

De uitwerking

De volgende dag verdween de eerste bloem voorzien van een gewichtje in de opengewerkte verpakking van anderhalve liter bronwater. (het bronwater heb ik eerst zelf opgedronken). 24 Spannende uren later verwijderde ik het omhulsel. Enigszins beteuterd hield ik het koude resultaat in mijn handen. Het ijs was niet bepaald helder maar eerder melkachtig wit. Langzaam ontstonden scheuren in het inwendige van het ijskoude blok.

Even dacht ik dat mijn experiment mislukt was, maar toen ik het blok nog eens goed bekeek zag ik toch wel mogelijkheden. In de studio maakte in een lichtopstelling die voor mijn gevoel de vormen van de bloem en het ijs zijn best tot zijn recht zouden laten komen. Het grootste probleem hierbij waren de reflecties in het ijs.

Door te spelen met de lichtinstellingen en de richting van het licht wist ik deze reflecties tot een minimum te beperken. Het volgende probleem was dat door het smelten van het ijs het blok ook niet meer stabiel op zijn plek bleef staan. Over zijn eigen smeltwater schoof het blok steeds langzaam van zijn plaats. Omdat scherp stellen op een doorzichtig voorwerp niet eenvoudig is moest ook dat probleem eerst worden opgelost. Een klein stukje stof onder het blok was voldoende om het blok ijs te stabiliseren.

Hoewel ik tevreden was met het resultaat heb ik later nog diverse experimenten uitgevoerd om toch tot helder ijs te kunnen komen. Het is me niet gelukt. (Tips hierover zijn welkom).

Wat ik al geprobeerd heb:

  • Gedestilleerd water
  • Water invriezen, laten ontdooien en opnieuw invriezen
  • Tikjes tegen het ijs geven om zoveel mogelijk lucht te laten ontsnappen
  • Water brak laten worden
  • Zout oplossen in het water

De bovenstaande foto zal deel uit maken van de vijfde sessie “bloemen voor de eeuwigheid”

 

Kijkend door de lens dacht ik:

“deze bloem is voor altijd in de bloei van zijn leven”.

Bezoek mijn printshop

 

Noodlanding of menselijk falen?

De overblijfselen van de McDonnel Douglass R4D-8

 

Eerst kwamen de geruchten. Het begint namelijk altijd met geruchten. Ergens in IJsland ver van de doorgaande weg lagen de resten van een McDonnell Douglas R4D-8, nu beter bekend als “De” Dakota. Het klinkt misschien gek, maar in de tijd dat de geruchten mij bereikten was het internet nog niet zo volgestampt met informatie als nu. Ik zocht, maar vond niets.

Op een dag wist ik wel de globale locatie van het wrak, maar nog steeds niet hoe ik er kon komen. Ook de IJslandse bevolking, hoewel normaal gesproken erg behulpzaam deden er meestal het zwijgen toe als het over de exacte locatie van het object ging.

Niet veel later vertelde iemand mij dat als je ongeveer wist waar je moest zoeken, het vliegtuig ook op Google Earth zichtbaar was. Niet veel later wist ik de exacte locatie van het wrak.

Eindelijk gevonden

Het was februari 2013 toen ik de stoute schoenen aantrok, de hoofdweg afdraaide en mezelf met een 4×4 auto over het zwarte zand van het Sólheimasandur waagde in de richting van waar het wrak zou moeten liggen. In het pekzwarte zand was zelfs een redelijk spoor zichtbaar waarover meerdere auto’s mij waren voorgegaan.

Ongeveer vier kilometer verderop stond ik dan eindelijk oog in oog met de Dakota die hier op 21 november 1973 een noodlanding maakte. Omdat het zand hier wel erg mul werd besloot ik de laatste 400 meter te lopen. Ik zat, en zit er nog steeds niet op te wachten om mijn huurauto tot de bodemplaat weg te zien zakken in het Sólheimasandur. Wie weet komen er 40 jaar later dan mensen kijken naar de overblijfselen van mijn huurauto die dan door het striemende zand van al zijn lak is ontdaan terwijl door de wind losgeslagen stenen (ja dat kan in IJsland) de ruiten aan gruzelementen geslagen hebben. En of dat niet erg genoeg is, zijn er dan altijd nog IJslanders die het nodig vinden om de gedoemde auto met hun hagelgeweren vol gaten te moeten schieten.

Met dat idee in mijn hoofd legde ik de laatste meters naar het wrak af waar ik na enige bestudering van dit surrealistische geheel mijn best deed om het zo mooi mogelijk met mijn camera vast te leggen. Ik denk dat ik ongeveer een uur rondom dit wrak doorbracht alvorens ik het tijd vond om de harde weg weer op te gaan zoeken. In die tijd zag ik geen enkele andere auto.

Van parel tot toeristische attractie

In 2015 veranderde alles. Het volgens mij, Canadese tieneridool JB kwam naar IJsland en bezocht onder andere het wrak om er een videoclip op te nemen. In de clip is te zien hoe hij met een skateboard over het in slechte staat verkerende dak van het wrak manoeuvreert. Of JB werkelijk de schuldige is weet ik niet, maar heel de wereld wist plots dat er een wrak lag. Dankzij behulpzame internetsites wist men ook exact hoe er te komen.

Kortom het wrak werd plots een van de highlights van IJsland. De landeigenaar werd het al snel beu. Met enige regelmaat mocht hij weer eens een auto vlot trekken die bijna tot zijn bodemplaat in het mulle zand terecht gekomen was. Ook viel het vliegtuig ten prooi aan vandalisme. Zo werd het enige jaren geleden voorzien van graffiti. Vele JB fans wilde net zoals hun grote idool gefotografeerd worden op het in slechte staat verkerende dak van de Dakota.

De weg naar het wrak werd afgesloten voor al het verkeer. Je kunt nog steeds het wrak bereiken, maar je auto parkeer je vooraan de weg, en als je dan het wrak echt wilt zien zit er niets anders op dan de laatste vier kilometer te voet af te leggen.

Waar komt het wrak vandaan?

Het vliegtuig was een van de vier Dakota ’s die hier door de Amerikanen op Keflavík gestationeerd waren. De vliegtuigen hadden eerder dienst gedaan in de Korea en Vietnam oorlogen. Alle vier de Dakota ‘s kwamen in IJsland aan hun einde.

Het vliegtuig op het Sólheimasandur kwam terug van een bevoorradingsvlucht ten behoeve van het radar station bij Stokksnes. Op de terugweg kreeg het vliegtuig gedurende een storm ook nog enorm veel last van ijsafzetting aan de vleugels. Het vliegtuig verloor snel hoogte waardoor de gezagvoerder geen andere keus had dan een noodlanding te maken.  Ze waren voorbereid om deze noodlanding op zee uit te voeren toen de piloot het Sólheimasandur in zicht kreeg. Hij besloot daar het vliegtuig aan de grond de zetten. Door de verwarring werd er door de IJslanders eerst in de zee naar overlevenden gezocht. Uiteindelijk kwamen de reddingswerkers tegelijkertijd aan met een helikopter van het Amerikaanse leger.

Wie het vliegtuig nadert zal al snel zien dat zowel de vleugels als het staartdeel ontbreken. Waar de vleugels zijn gebleven heb ik niet terug kunnen vinden. Maar volgens de overlevering is het staartstuk door een lokale boer vakkundig afgezaagd, afgevoerd en vervolgens verkocht. Verkocht aan iemand die er een zomerhuisje van heeft gemaakt.

Volgens diezelfde overlevering maakte het vliegtuig de noodlanding omdat de gezagvoerder (onterecht trouwens) in de veronderstelling was dat hij zonder brandstof zat.

Alle zeven inzittende overleefden het voorval.

Het nieuwsartikel uit de krant Morgunblaðid van 22 november 1973 in IJsland:

Bezoek mijn printshop

De Studebaker uit 1926

Gedurende onze reizen maken we vaak gebruik van een draagbare GPS, een Global Positioning System. Net als een navigator voor in je auto stel je het apparaat in om je te begeleiden naar je bestemming. Waar je in de auto simpelweg een adres opgeeft maakt een GPS gebruik van coördinaten. De Coördinaten van bovenstaande foto zou er bijvoorbeeld uitzien als: N 52° 46.496′ W 119° 15.271. Dit coördinaat bijvoorbeeld, leidt je naar een plek in British Columbia, Canada waar we deze Studebaker uit 1926 aantrof.

We vonden het coördinaat op de site geocaching.com. Geocaching.com is een goede bron om research te doen naar de mooiste plekjes op je reisbestemmingen. Op deze site wordt met behulp van coördinaten aangegeven waar mensen “schatten” verstopt hebben die je dan kunt zoeken met meestal niet meer dan het betreffende coördinaat dat soms wordt aangevuld met een kleine hint.

De mooiste zoektochten zijn die tochten waarbij je onderweg puzzels moet oplossen om verder te komen naar een volgend coördinaat. Niet dat ik die puzzels zo graag doe, maar de “schatten” zijn meestal verstopt door de “locals”, op plekken die ze zelf bijzonder vinden. Dit zijn vaak plekken die in reisgidsen niet zijn vernoemd en daardoor ver weg liggen van de drukke toeristische routes.

Een van deze “schatten” bracht ons een tijdje geleden naar deze prachtige Studebaker. Een autowrak, gebouwd in 1926. In of rondom deze Studebaker zou dus een “schat” verstopt zijn. Voor mij is de “schat” bijna altijd de omgeving waarin we terecht komen, in dit geval dus het wrak zelf.

Om goed werk te kunnen leveren moet een fotograaf geïnspireerd worden. Die inspiratie kan bijvoorbeeld komen van een aantrekkelijke jonge dame, maar ook gewoon van een oud stuk roest. Tsja, je bent veelzijdig fotograaf of je bent het niet. Ik bedenk me nu dat een combinatie van bovenstaande inspiratiebronnen ook best mooie plaatsjes op had kunnen leveren.

Zowel de leeftijd als het exacte model van de Studebaker waren niet meer te achterhalen door het ontbreken van alle type plaatjes. Nu zijn oude auto’s ook niet mijn specialiteit, dus zonder de aanwijzingen op de eerder genoemde site had ik waarschijnlijk ook nooit geweten dat het zich hier om een Studebaker ging.

Ik was druk in de weer met het fotografisch vastleggen van de vele materialen die ooit tezamen een mooie auto vormden toen een wat modernere auto stopte en een man en vrouw uitstapte. Ondanks dat ik individuen niet in “typische mensen voor een typische omgeving of beroep” hokjes wil stoppen voldeden deze mensen prima in deze omgeving waarbij ze ook eigenaren, of in ieder geval vervangende eigenaren waren van de “campground” waarop de Studebaker stoer bezig was om terug te keren naar de vorm waarin hij was, voordat hij ooit Studebaker werd.

De man liep naar me toe, waarbij hij werd voorafgegaan door een alcohol walm. Die alcoholwalm werd even later vrijwel tenietgedaan door de parfumlucht (of deodorant, ik ben geen kenner) van de vrouw.

De man bleek dus de beheerder te zijn van de campground. Wij kampeerden hier niet maar hadden wel onze gigantische camper, want ja, alle campers in Canada zijn gigantisch, hier geparkeerd. Niet vies van een beetje vooroordelen dacht ik: “O jee, here comes trouble”. Ik verwachtte op zijn minst dat we vriendelijk doch dringend zouden worden verzocht om of te betalen, of te verdwijnen. Het tegendeel was waar.

De man was de neef van de voormalige eigenaar van de Studebaker, en wist ons te vertellen dat de auto nieuw was gekocht door zijn oud-oom in 1926, maar dat de auto al sinds de jaren 50 niet meer van zijn plek was geweest.

Natuurlijk wilde hij ook best even poseren bij de auto, of voor dat wat ooit een auto was. Daarna wees hij ons nog op het station waar we als we wilden het chemisch toilet konden legen en ons water aan konden vullen. Ook vertelde hij nog even waar de beste WIFI op de camping te vinden was. Allemaal gratis.

We namen afscheid, en ik liep nog even om de auto heen en besloot dat het ook wel een heel mooi object was voor infrarood fotografie.

 De Studebaker vastgelegd met een conventionele camera  De neef van de eigenaar

Bezoek mijn printshop

 


P.S.

Mits goed bijgehouden of gerestaureerd had het nog een mooi autootje kunnen zijn…

Bron foto van de gerestaureerde studebaker: klik hier

 

De mooie rooie

Als uitvalsbasis voor mijn landschaps- en natuurfotografie maak ik graag gebruik van de campings van onder andere Staatsbosbeheer. Wandelen of fietsen in een “nieuwe” omgeving werkt voor mij erg inspirerend.

Vorig jaar was ik in Drenthe waar ik de prehistorische hunebedden graag weer eens wilde zien en natuurlijk ook wilde fotograferen. Ik was bijna terug bij de camping en genoot van het frisse lentegroen. Groene weiden, groene varens, groene bomen. De lente was met zijn ontluikende groene kleuren een schat aan inspiratie en brenger van een erg goed humeur.

In een reflex, en misschien voor ik het zelf door had stond ik plots naast mijn fiets. Tussen al het frisse groen stond een solitaire rode beuk. Een beuk, net zo fris rood als de groene beuken fris groen waren.

De fiets werd geparkeerd, de rugzak met fotospullen ging open en het zoeken naar het beste standpunt kon beginnen. De zon stond bijna op de perfecte plek voor het mooiste plaatje, maar werd jammer genoeg enigszins afgeschermd door een dun laagje bewolking.

Zorgvuldig noteerde ik de locatie van de boom op de kaart met het idee om hier morgen rond de zelfde tijd of misschien wel een uurtje eerder nog eens terug te komen.

De volgende dag had ik met de omstandigheden meer geluk en kon ik de foto’s maken die mij een geluksgevoel- en het bovenstaande plaatje opleverden.

Hieronder nog een variant op het thema:

Als ik iets bijzonders vind en/of fotografeer ga ik op zoek naar achtergrond informatie. Zo leerde ik dat de beuk vaak de Moeder of de Koningin van het bos wordt genoemd. De beuk symboliseert wijsheid en moederlijke warmte.

Het woord beuk is afgeleid van Bos of Beoce wat Sanskriet is en zowel boek als boom betekend.

De Germanen beschouwden de Beuk als een heilige en gewijde boom. Runentekens werden in de oudheid vaak gekerfd in beukenschors of er werden staafjes van beukenhout gegooid om daaruit te lezen. Vandaar ook de Duitse woorden Buche en Buchstabe (letter).

De Romeinen vereerden de Beuk en zagen hem als een geluksbrenger, ze gebruikten het hout om offervaten te maken.

Dorre Beukenblaadjes staan ook bekend als ‘heksengeld’, waarmee heksen bepaalde diensten betaalden.

In de natuurgeneeskunde wordt de schors van beuken ook wel gebruikt als middel tegen koorts en ontstekingen. Kauwen op de blaadjes helpt tegen pijn aan de lippen, kiezen of het tandvlees. Beukennootjes bevatten de narcotische stof fagine. Het eten van veel beukennootjes kan dan ook leiden tot buitengewone vrolijkheid wat vaak wordt gevolgd door misselijkheid en hoofdpijn.

En als laatste vond ik een gedicht van Rose Fyleman

I’d like to have a garden with a beech tree on the lawn;
The little birds that live there would wake me up at dawn.
And in the summer weather, when all the leaves were green,
I’d sit beneath the beech boughs and see the sky between.

 

Bezoek mijn printshop