Menu Sluiten

Fossalar, de bekende onbekende

Komende vanuit het westen met de watervallen Seljalandsfoss, waar je achterlangs lopen kunt, de Skogafoss waarin je vaak een regenboog kunt spotten in de nevel en de Foss á Siðu waar je twee minuten eerder voorbijkwam en waarschijnlijk even de auto aan de kant wilde zetten, zou je de Fossalar bijna ongezien voorbij rijden.

In de “oudere” reisgidsen wordt hij niet eens vernoemd. Zittende in je (huur)auto zul je hooguit een glimp opvangen van deze prachtige waterval die eigenlijk geen naam mag hebben. Als je dan bij het passeren even niet oplet ben je er zonder te beseffen dat je iets heel bijzonders langs de route hebt laten liggen.

Voor mijn volgende bezoek

Ik moet er ook minimaal een keer of vijf aan voorbijgereden zijn zonder ook maar een moment het gas los te hebben gelaten. De eerste keer dat ik hem zag, was tijdens mijn eerste IJslandreis waarvoor ik als reisbegeleider/gids op pad was. Dat zal in 2007 zijn geweest. We waren even gestopt bij de basalt formatie Dverghamrar en reden net verder naar het oosten toen ik voor het eerst deze waterval zag. Voordat ik kon reageren waren we er al aan voorbij en was het voor mijn chauffeur te laat om nog te stoppen. Ik sloeg de locatie op in mijn geheugen om te bewaren voor mijn volgende IJslandreis.

Een jaar later, 2008, tijdens een privéreis stond ik hier voor het eerst stil om de waterval in al zijn glorie te fotograferen. Sinds die bewuste reis in 2008 ben ik hier nooit meer aan voorbij gereden zonder op zijn minst een half uurtje bij deze waterval, waarvan ik pas veel later leerde dat hij wel degelijk een naam had, stil te staan.

De uitzondering was maart 2017 toen de weg sneeuwvrij was, maar in de bermen zestig tot zeventig centimeter sneeuw een onneembare hindernis vormde om de bus te parkeren.

De Fossalar, een juweeltje op slechts een steenworp afstand van de hoofdweg.

Voor de liefhebbers is deze ook verkrijgbaar in zwart/wit

Een fotoloze wandeling, of “saved by the bell”

Het was niet voor het eerst, en zeker niet voor het laatst. Ik sta hierin ook zeker niet alleen. Zorgvuldig pak je de rugzak in en maakt meteen de keuze wat mee moet en wat thuis kan blijven. Alle spullen zijn ingepakt qua de te verwachten mogelijkheden tijdens je wandeling. Je trekt aan de lipjes van de ritssluiting waardoor de rugzak zich sluit en je spullen veilig ingepakt zitten.

Je tilt de rugzak van de tafel, en de gedachte die door je hoofd schiet is “allemachtig wat is dat ding zwaar”, al dan niet voorzien van een krachtterm naar keuze in te vullen.

De rugzak gaat open voor inspectie, maar op het moment dat je realiseert dat er niets thuis kan blijven realiseer je ook dat je statief ook nog mee moet. “Ik ben helemaal gestoord” is de volgende gedachten die door je hoofd schiet.

Als de rugzak eenmaal op de daarvoor bestemde plek zit valt het in de regel wel mee. Dat wil zeggen mits je een goede rugzak hebt. Het heeft mij en waarschijnlijk vele van jullie vele rugzakken gekost voordat je er een had die aan je verwachtingen voldeed. De goedkope prullen liggen ergens ver weggestopt in een kast, ergens verstopt op zolder of hebben hun onhandigheid moeten bekopen met een enkeltje kliko.

Ook dit keer liep ik te zeulen met een te zware rugzak op een grijs en inspiratieloos strand. We waren al een paar uur onderweg, en de ritssluitingen van de rugzak waren nog niet open geweest. Zo nu en dan ging mijn jaloerse blik naar de mensen die zonder rugzak hun telefoon eenvoudig uit hun binnen of kontzak toverde en een kiekje maakte. Waarom kan ik dat niet?

Een fotoloze wandeling

Ik had er mezelf al in berust dat ik fotoloos weer huiswaarts zou keren toen de lucht een klein beetje opentrok. Niet ver van ons vandaan stonden door zee en windwerking verweerde palen die tezamen een golfbreker vormde. De elementen vielen samen, tot een perfecte samenwerking van zon, zee, licht en paaltjes.

Op de terugweg voelde mijn rugzak stukken minder zwaar.

Bezoek mijn printshop

 

 

Selfoss, daar waar stenen drijven

Verwonderd kijk ik naar de stenen, drijvend op het water. Langzaam worden ze door de stroming naar de waterval getrokken waar ze door de kracht van het vallende water onder het oppervlak verdwijnen. Enkele tientallen centimeters verderop ploppen ze weer tevoorschijn. Hobbelend op het zacht schommelende water worden ze weer teruggetrokken door dezelfde stroming die ze net nog uitspuwde. Het luchtige puimsteen, door de stroming gevangen, houdt mijn blik gericht op deze kleine aftakking, stromend tussen het gitzwarte zand dat hier is afgezet door de achter mij woest kolkende gletsjerrivier, de Jökulsá á Fjöllum.

Op korte afstand van elkaar vind je hier de honderden meters lange en 11 meter hoge Selfoss, de krachtigste waterval van Europa, de Dettifoss, en niet veel verder de Hafragilsfoss. Ik voel me als een kind dat net een mooi cadeau heeft uitgepakt maar gefascineerd blijft spelen met de doos en het inpakpapier.

Honderden kubieke meter water stromen door de rivier alvorens hij mijn aandacht weer weet te veroveren. Mijn ogen dwalen over het kolkende water op zoek naar een vernieuwde of minstens een andere kijk op deze waterval.

De ingrediënten voor een goede foto

In mijn optiek heb je voor een goede foto slechts een paar ingrediënten die de foto standaard of boeiend maken. Het begint met standpunt, brandpunt en perspectief. Deze drie tezamen bepalen wat mij betreft echter slechts 25% van de dynamiek van je foto. De overige 75% heb je zelf niet in de hand. Dat is het aanwezige licht. Het licht is een gegeven. Een gegeven dat je enkel kunt accepteren zoals het je gegeven wordt.

Kruipend en strompelend over stenen nader ik langzaam maar zeker mijn “ideale” standpunt. In gedachten maak ik een kader om mijn “uitzicht”.  Als ik mijn eerste “controle” foto terugzie op mijn cameradisplay besef ik dat ik de perfecte plaats heb gevonden.  

 

 

Bezoek mijn printshop

 

 

Fotograferen op IJsland

 

Fotograferen is voor mij niet alleen zoeken naar een goede compositie, kijken naar de lichtval, of keuzes maken welk objectief, diafragma, sluitertijd of ISO te gebruiken. Fotograferen is zoveel meer. Het is mijn fitness, mijn yoga, mijn meditatie, mijn ontspanning.

Doe je een rugzak aan of om?

De fitness begint op het moment dat ik mijn rugzak uit de kofferbak haal en omdoe. Noem je dat zo? Doe je een rugzak om, of doe je hem aan? Je trekt hem uiteindelijk ook niet uit, maar doet hem “af”.  Nu we dat duidelijk hebben kan de fitness beginnen. De veel te zware rugzak voorkomt dat ik krom ga lopen. Het gewicht houdt mij wel recht.

Dan begint het “powerwalken”. Je bent met de auto op je bestemming aangekomen, maar dat wil niet zeggen dat je er al bent. Meestal vereist fotograferen ook nog een stukje wandelen.

Dat stukje wandelen is vaak mijn meditatie. Aan het begin van de wandeling springen mijn gedachten nog alle kanten in. Bij iedere stap die ik dan zet, springen de futiliteiten uit mijn bovenkamer. Alsof een storm dan mijn hoofd heeft leeggeblazen vervolg ik in een soort van trance mijn route. Ontdaan van al die ballast spring ik dan in de volgende fase.

Een ordening van mijn gedachten

Het is net of alles dan op zijn plaats valt, zelf voor wereldse problemen weet ik dan vaak de juiste oplossingen te bedenken.  Eigenlijk zou ik dan pauze moeten houden en mijn gedachten toevertrouwen aan papier, of gezien het tijdperk waarin we leven aan mijn “simple dictafoon app”. Helaas is de wandelflow waarin ik verkeer ook de motor van mijn gedachten. Als ik stop om te schrijven of te dicteren springen de futiliteiten, die al die tijd al achter mij aanrende terug in mijn gedachten en ben ik terug bij af. De wereld zal dus nog even moeten wachten op mijn “gouden tip”.

Aangekomen bij mijn “onderwerp”, wat dat dan ook mag zijn, begint mijn yoga. Het is niet altijd mogelijk om je onderwerp vanuit een eenvoudig rechtopstaande positie te benaderen. Leunend op één been, een arm dicht bij me, de andere uitgestrekt om de reflectie van de zon uit de frontlens te houden zou zomaar kunnen resulteren in een houding die – mocht je het statief en camera even wegdenken – op een yogahouding lijkt. 

De ontspanning is trouwens tegelijkertijd begonnen met mijn eerste fitness oefening uit het begin van dit schrijfsel. Bovenstaande foto is het resultaat van al de voorgaande handelingen die totaal los staan van alle technieken en creativiteit die je nodig hebt om bijvoorbeeld tot dat resultaat te komen.

Mijn nieuwe publicatie “Fotograferen op IJsland”

Wil je ook tot dergelijke resultaten komen, wellicht is dan mijn nieuwe publicatie “Fotograferen op IJsland” iets voor jou. Of wie weet ken je iemand die het boekje graag zou willen hebben. 70 pagina’s op A5 formaat met tips hoe je een geiser, de Aurora Borealis, een waterval, of een landschap fotografeert. Wat neem je mee tijdens je wandelingen, wat zijn de gevaren van fotograferen op IJsland, wat zijn de meest gemaakte fouten in landschapsfotografie en nog veel meer.

Vanaf 11 december 2017 (mooi op tijd voor onder de kerstboom) is het boekje voor slechts € 6,95 + € 3,00 verzendkosten te verkrijgen. Je kunt het nu al bij mij bestellen op de site odeaanIJsland.nl via dit bestelformulier. Uitlevering gebeurt in de week van 11 december.

Je kunt het ook winnen… Wat je daarvoor moet doen kun je zien in het filmpje op mijn facebook pagina.

 

 

Bezoek mijn printshop

 

Zomaar een steen, of “Zowaar een steen”

Toen begin dit jaar vanwege de fors toegenomen drukte de route naar een van mijn favoriete watervallen op IJsland werd afgesloten voor alle verkeer had ik eigenlijk een beetje de pest in. Het had mij in het verleden behoorlijk wat moeite gekost om die route te vinden. Maar ik begreep het wel. De route startte vanaf een park met vakantiewoningen met beperkte mogelijkheden om te parkeren, en nu konden de bewoners vaak hun eigen huis niet eens meer bereiken door de kriskras door elkaar geparkeerde auto’s of kapot gereden wegen.

Nu had ik in het verleden al eens bedacht om te parkeren bij de brug over de rivier Brúar en dan stroomopwaarts te gaan lopen. Ik had alleen geen idee of je op die manier bij de waterval kon komen, en hoe lang je er dan over zou doen.

Minimaal 4 kilometer

Onlangs parkeerde ik mijn auto bij die brug. In een rechte lijn scheidde slechts 2,7 kilometer mij van mijn bestemming. In tegenstelling tot de wandelpaden die we in Nederland veel zien, zijn de wandelpaden in IJsland zelden te volgen langs een rechte lijn. Ik gokte op minimaal 4 kilometer, trok mijn jas aan, pakte wat eten en snacks in voor onderweg en begon gewapend met een volle rugzak aan fotoapparatuur aan mijn nieuwe “avontuur”.

De eerste 500 meter waren saai. Enorm saai. De tweede 500 meter waren dat ook, maar een vijftal IJslandse paarden zorgde voor vermaak. Ze kwamen dicht, erg dicht in mijn comfortzone. Ondanks het bordje aan het begin van de route dat vroeg om de dieren niet aan te halen, kon ik het niet laten ze even te aaien. Ten slotte waren het ook de paarden die mij aanhaalden en niet andersom. Ik voelde mezelf niet in overtreding.

Viscositeit van modder en een vuile broek

Hoe leuk deze paarden ook zijn, na het nemen van een paar foto’s nam ik afscheid en vervolgde mijn nieuwe pad. Het was niet te vermijden zo nu en dan een paar stappen door modder te moeten zetten. Modder die beschikte over de juiste viscositeit om de modder die onder druk van mijn schoenzolen, zo nu en dan wist op te spuiten tot halverwege de knie van mijn andere been. Waar je in het begin nog voorzichtig stapt om je broek schoon te houden, besef je al snel dat het schoonhouden van je broek niet behoort tot de mogelijkheden van deze wandeling.

Eenmaal de conclusie van het onvermijdelijke smerig worden van m’n broek te hebben getrokken ging de wandeling een stuk sneller. Ik stapte stevig door maar werd al weer snel tot de orde geroepen door de aanblik van het fantastische landschap dat zich steeds voor mij ontvouwde. Er waren een paar mooie watervallen op de route waaronder de Hlauptungufoss even later gevolgd door de Miðfoss. Twee van de vele plekken die zo mooi waren dat ik daar de nodige tijd fotograferend moest doorbrengen. Zoveel tijd dat ik niet eens wist of ik mijn doel, de Brúarfoss vandaag nog zou bereiken. Vond ik dat erg? Nee! Absoluut niet. Ik was gestuit op een stukje vrijwel ongerept IJsland.

Klein en simpel kan ook

Voor een boeiende foto hoeft het niet altijd groot of groots te zijn. Klein en simpel maakt vaak ook mooie plaatjes. Ik was voorgenoemde watervallen nog maar net voorbij toen mijn oog viel op een steen. Zomaar een steen. Een steen in de rivierbedding die door het snelstromende water in een woeste omhelzing werd gehouden.

Wat kon ik doen? Ik plaatste mijn camera op het statief. Daarna bevestigde ik een voor het moment geschikt geacht filter, zocht naar een mooie compositie en drukte af. Ik maakte een foto van zomaar een steen, of moet ik zeggen “ik maakte een foto van zowaar, een steen”.

Bezoek mijn printshop

 

 

Bij iedere foto een herinnering

Het is maandagmorgen. Ik blader door mijn foto’s op zoek naar de foto die deze week in de schijnwerpers komt te staan. Het lijkt makkelijker dan je zou denken. Mijn geheugen zit mij dwars. Ik onthoud te veel en weet daardoor vaak niet wat ik als eerste wil vertellen. Bij iedere foto een herinnering.

Zo bleef ik weer veel te lang hangen bij bovenstaande foto. Niet alleen het moment van deze foto, maar al die keren dat ik hier kwam waren momenten gevuld met herinneringen. Vaak was ik in het gezelschap van Ans, verschillende keren met vrienden, maar ook vaak in het gezelschap van mensen die ik nog maar een paar dagen eerder mocht leren kennen.

Die keer tijdens de winterreis

Die ene keer dat de waterval helemaal was omgeven door ijspegels zal ik nooit meer vergeten. Een waaghals had zich tot vooraan bij de waterval begeven en stond recht onder de grootste ijspegels die ik ooit had gezien. De temperaturen waren die dag boven het vriespunt gekomen en je hoorde het ijs boven het geluid van de waterval uit kraken.

Zijn vriendin volgde vol van bewondering de verrichtingen van haar vriend. Ik raakte zelf geïrriteerd door zijn gedrag. Niet alleen bevond hij zich op een gevaarlijke plek waar ieder moment enkele honderden, of in ieder geval tientallen kilo’s aan ijspegels van 20 meter hoog op hem neer konden storten. -Dat zou hij dan hooguit door een klein wonder nog kunnen overleven.- Maar hij stond ook hinderlijk in de weg voor een achttal fotografen die hier ook liever een maagdelijke waterval fotografeerden.

Ik vroeg haar of haar vriend goed verzekerd was. “Hoezo?”; was haar antwoord. Ik legde haar kort uit wat voor schade die ijspegels aan haar vriendje zouden uitrichten mochten ze hun strijd met de zwaartekracht staken. Haar antwoord was kort.  “Hij weet wat hij doet”.

De echo van haar antwoord hing nog in haar mond toen op de plek waar de jongeman twee seconden eerder nog stond een grote hoeveelheid ijspegels naar beneden suisde. Het kleine wonder was geschied. De pegels mistte hem op een haar na. Een verschil van twee seconden was het verschil geweest tussen leven en dood.

Net zo wit als de sneeuw snelde de jongeman terug naar de veilige plek op afstand van de waterval.

Glibberend over het ijs

Of die keer dat we bijna op handen en voeten moesten afdalen om bij de waterval te komen omdat het pad spiegelglad was geworden. Naar beneden is één ding, maar naar boven bleek toch wel een groot probleem te zijn.

Door elkaar te ondersteunen wisten we één van ons een stukje hoger op het pad te krijgen. Vanaf die hogere positie werd dan weer een uitgeschoven statief aangereikt waarlangs wij dan weer omhoog konden klimmen. Sinds die keer neem ik trouw mijn spikes voor onder mijn schoenen mee in de IJsland winterreizen.

Het voordeel van vaak terugkomen op dezelfde plekken is dat je tijd krijgt om te experimenteren en kunt zoeken naar het mooiste standpunt voor “de” foto. Wat mij betreft is het beste standpunt midden in de stroming op een paar rotsen. Daarvandaan is bovenstaande foto van de zwarte waterval, beter bekend als Svartifoss ook genomen.

Deze foto werd genomen door Hans van Dam. Een van mijn deelnemers aan de fotografiereis van 2014. Een bezoekje aan zijn site is ook meer dan de moeite waard. Hans van Dam Fotografie Kijk naar zijn foto’s en lees zijn poëtische verhalen. 

Bezoek mijn printshop

 

Poort tot oneindigheid

Iedere gepassioneerde fotograaf heeft naast veel te veel apparatuur, een collectie rugzakken en diverse statieven ook nog de beschikking over enkele eigenschappen zonder welke hij het woord gepassioneerde niet zou mogen gebruiken… Slechts “een fotograaf” blijft dan over.

Geduld, hoop, en doorzettingsvermogen zijn de eerste eigenschappen die mij te binnen schieten. Daarnaast is een andere eigenschap ook erg belangrijk. Het leren omgaan met teleurstellingen. Niet altijd ben je op de juiste plek op het juiste moment. Niet altijd gaat de zon onder zoals je had gehoopt en niet altijd druk je af op het juiste moment.

Afgelopen zondag stond ik laat aan het strand bij Domburg. De hele dag had de zon geschenen en dreven er hier en daar wat witte wolkjes voor de blauwe hemel. Vanaf onze uitvalsbasis in Veere vertrokken we met de fiets richting het strand voor een gouden zonsondergang. Even voor aankomst dook de zon weg achter een dikke pak wolken.

De eerste eigenschap waar ik het straks over had was nu hard nodig. Geduld. Geduld omdat onder aan de dikke pak wolken nog een wolkeloze strook lucht zichtbaar was waar de zon zich later vast nog zou laten zien.

De wolken zakten bijna gelijk richting de horizon met de zon. De eigenschap “Hoop” werd zwaar op de proef gesteld. Het enige wat nog overbleef was mijn doorzettingsvermogen. Mijn doorzettingsvermogen dat had ik hard nodig om ondanks mijn te grote voorraad apparatuur en te zware statief te trachten nog iets van de avond te redden. Ondanks het vlakke licht probeerde ik creatief bezig te blijven met strand, zee, vogels en de vele palissades die hier tot ver in de zee reikten.

Poort tot oneindigheid

Toen de zon bijna onder was en de wolken zich nog steeds als spelbrekers manifesteerden raakte mijn geduld op. Hoop had ik niet meer, en mijn doorzettingsvermogen was met de noorderzon vertrokken.

Net toen ik de laatste ritssluiting van mijn rugzak dicht zipte viel een donkere schaduw voor mij op de grond. Ik draaide me om en keek recht in het gouden hart van onze magische zon. De wolken die nu van onderen beschenen werden kregen een goud tot goudrode gloed. De palissades kregen vorm, en zelfs het krijsen van de meeuwen klonk nu als een heuse melodie.

Nog voor iemand door had wat er gebeurde, lag mijn rugzak weer open en stond mijn camera kant-en-klaar gemonteerd op mijn veel te zware statief. Mijn goede humeur kwam weer terug al verdween dat weer net zo snel toen ik mijn eerste opname terug zag. In plaats van een haarscherp beeld keek ik naar een enigszins bewogen foto. De iele pootjes van mijn statief vonden geen grip in het losse strandzand en zakte onverbiddelijk verder en verder naar beneden.

De vierde eigenschap

Naast geduld, hoop en doorzettingsvermogen komt nu nog een belangrijke eigenschap. Vindingrijkheid. Ik liep naar mijn rugzak om te bedenken of ik iets had om de iele statiefpootjes tegemoet te komen. Dit keer vond ik de oplossing in drie filterdoosjes van filters die ik altijd mee sjouw bij de rest van de apparatuur. De 10 bij 10 centimeter doosjes boden een remedie tegen de wegzakkende pootjes.

Tot de zon helemaal was verdwenen stond ik neuriënd achter mijn camera met een grote en tevreden glimlach op mijn gezicht.

Bezoek mijn printshop

 

 

De Aurora Borealis

De eerste keer vergeet je nooit meer.

Wie het mocht meemaken weet waarschijnlijk nog precies waar hij of zij was, en ook met wie. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Het was in de vroege ochtend van 18 augustus 2006. Een extase van ruwweg 75 minuten waarin ik niet wist waar ik moest kijken.

We stonden met onze camper bij de Dettifoss in Noord IJsland waar we de nacht wilden doorbrengen. De Dettifoss is de meest krachtige waterval van West Europa en ligt in de Jökulsárgljúfur, wat de IJslanders wel eens de Grand Canyon van Europa noemen. Sinds een paar jaar is kamperen hier officieel niet meer toegestaan, maar in 2006 was dat geen probleem. Ik wilde gaan slapen, en uit gewoonte besloot ik nog even naar buiten te gaan. In deze tijd van het jaar wordt het nooit echt helemaal donker in IJsland waardoor ik totaal niet was voorbereid op wat ik even later ging zien.

Ik stapte de deur uit van de camper. De deur van onze toenmalige camper bevond zich op ongeveer een meter hoogte, dus ik keek goed naar beneden waar ik mijn voeten neerzette. Eenmaal veilig op de vaste grond duwde ik mijn handen diep in mijn zakken. Ik trok mijn schouders een beetje op waardoor mijn nek omsloten werd door de kraag van mijn vest. Het voelde iets behaaglijker en gaf wat bescherming tegen de koude van de IJslandse nacht.

Ik richtte mijn hoofd naar de hemel in de hoop iets van de sterrenhemel te kunnen zien. Verbazing maakte zich van mij meester. Even moest ik in mijn grijze massa laten doordringen wat ik zag. “Noorderlicht”. Een fenomeen waarvan je in het algemeen mag aannemen dat het zich in de maanden oktober tot en met maart aan het hemelgewelf kan openbaren. Maar het was augustus. Het was niet echt, nee het kon niet echt zijn en toch… Het was geen zinsbegoocheling. In volle glorie baande het Noorderlicht zich van noord naar zuid.

Ik snelde me het trapje van de camper weer op en terwijl ik mijn fotospullen snel bij elkaar griste vertelde ik Ans wat ik had gezien. Even later stonden we samen te kijken naar het spektakel aan de nachtelijke hemel.

In mijn enthousiasme wekte ik ook onze buren. De camper had een Belgische kentekenplaat en ik vond het mijn plicht om onze zuiderburen deelgenoot te maken van het noorderlicht. Na enkele malen kloppen hoorde ik wat gestommel in de camper. De deur van de camper ging open, en even later stond er een wat lange slungelachtige man in de deuropening. Met een zacht Belgisch accent vroeg hij; “Awel, wat is er”. Ik zei: “Noorderlicht! Kijk” en wees naar de hemel. De Belg strekte zijn nek buiten de deuropening keek omhoog en zei: “O ja, Skon he, dank u wel”, waarop hij zijn nek weer introk en zachtjes de deur weer dichttrok.

Enigszins verbouwereerd van de reactie was ik even later weer druk in de weer met mijn camera’s in mijn eerste pogingen de Aurora Borealis, genoemd naar de Griekse godin van de dageraad op het lichtgevoelig materiaal te vereeuwigen.

Aurora Borealis werkt verslavend. De rest van de reis bleef ik tevergeefs in de avonduren de hemel afturen in de hoop nog een glimp van het noorderlicht op te kunnen vangen.

Een jaar later mocht ik als IJsland reisleider de Aurora Borealis reizen van oktober begeleiden. Vanaf 2011 zijn daar mijn fotografiereizen in oktober en maart bijgekomen omdat de kans op Noorderlicht dan groot is, en de dagen nog lang genoeg zijn om fotografisch helemaal los te kunnen gaan op het IJslandse landschap.

Bovenstaande foto werd gemaakt tijdens de Aurora Borealis-fotografiereis van 2015. Die nacht logeerden we in een voormalige school vlak bij Selfoss. Iedereen lag al op één oor toen de Aurora zich aan de hemel openbaarde.  Slaapdronken stapte iedereen uit bed, maar vol adrenaline stonden we even later zij aan zij te fotograferen terwijl we sluitertijden, diafragmawaarde, ISO gevoeligheid en brandpunt instellingen met elkaar bespraken.

De foto aan het begin van dit artikel is de kleuren uitvoering. Hieronder staat ook nog een monochrome afbeelding van het Noorderlicht. Hoewel de kleur van de Aurora natuurlijk belangrijk is vind ik de monochrome variant ook prettig om naar te kijken.

Wil je ook een keer met mij naar IJsland met de kans om in de avonduren de Aurora Borealis te zien en te fotograferen? Kijk dan op mijn site. Ode aan IJsland.

 

Bezoek mijn printshop

 

 

Het geheim van vuur en ijs

Mensen die mij al langer kennen, weten dat ik me graag bevind in het land van vuur en ijs, IJsland. Enkele jaren geleden gaf ik mezelf de opdracht om het vuur en ijs welke het land symboliseren in één foto te combineren. Ik had al snel een beeld voor ogen en verheugde me al op de experimenten die zouden volgen.

Om de vlammen mooi en fel tegen de achtergrond af te laten steken was voor mij de initiële setting al snel bepaald. De achtergrond moest donker zijn. Diep, diep zwart. Dat maakte het eerste deel al eenvoudig. Zwart karton is in mijn studio altijd aanwezig.

De ondergrond wilde ik graag spiegelend hebben. Bovendien moest die ook wisselende temperaturen kunnen weerstaan. Vuur en ijs liggen qua temperatuur nogal ver uit elkaar en een scheurende spiegel in combinatie met een brandbare vloeistof is niet iets waarop ik zit te wachten.

In mijn collectie achter- en ondergronden lag een plaat hoogglans aluminium. De ondergrond was dus ook al snel bepaald.

Het ijs was natuurlijk weer een ander verhaal. Of je gaat naar de supermarkt en koopt een zak van die blokjes, of je vult ijsklontzakjes, legt ze in de diepvries en wacht ongeveer 24 uur. Als fotograaf wordt je geduld toch regelmatig op de proef gesteld, dus die 24 uren waren ook nog wel te overbruggen.

Op zoek naar de juiste brandstof

Als brandstof koos ik spiritus. Een goed brandbare vloeistof waarmee ik in mijn vroege jeugd al vaak experimenteerde. De keuze van Spiritus was niet de juiste. Zonder het ijs begon ik in de studio met het in brand steken van plasjes spiritus. De Spiritus creëerde een mooie blauwe vlam. Alleen op de foto komt een blauwe vlam niet zo mooi over. Blauw is koel, en de vlam moest toch echt hitte uitstralen, en dan vooral hitte in de figuurlijke zin.

Terpentine dan maar… Ook dat was geen succes. Geen mooie vlammen. Brandgel en wasbenzine waren het ook niet helemaal, of beter gezegd helemaal niet.

Op zoek op internet. Aceton. Aceton gaf een mooie gele vlam. Nou heb ik best veel in huis, maar Aceton is een van de dingen die ik niet zomaar ergens heb staan. Even later zat ik op de fiets onderweg naar de drogisterij waar aceton toch wel in het assortiment hoort te zitten.

Ongemakkelijk begaf ik mij naar de afdeling nagellak waar ik een behoorlijke tijd, terwijl andere bezoekers mij vreemd aankeken op zoek was naar de nagellakremover. Ik had al een flesje in mijn hand toen ik een andere vloeistof zag staan. Ether. Ether is natuurlijk heel, heel erg brandbaar. Ik besloot voor beide te gaan, zowel aceton als Ether.

Thuis dook ik al weer snel de studio in. Het ijs was nog niet bevroren, dus legde ik andere (niet brandbare) attributen neer op de aluminium plaat. Mijn camera zette ik op statief en ik schatte in dat een vlam met een belichting van ongeveer twee seconde wel zichtbaar zou moeten zijn. Met behulp van flitslicht zorgde ik ervoor dat de attributen goed belicht werden.

Nu nog het licht in de studio dimmen en ik was klaar voor mijn foto. Na het eerste resultaat maakte ik nog wat correcties totdat ik tevreden was met het resultaat. Vervolgens de combinatie met de Ether. Ether is erg vluchtig, dus voorzichtigheid was geboden. Om overslag van vlammen te voorkomen ging eerst de kachel in de studio uit.

De lucifers lagen onder handbereik, net zoals de draadontspanner. In het gedimde licht opende ik het flesje ether en gooide een volgens mij redelijk kleine hoeveelheid op de objecten die klaar lagen op de aluminium plaat. Vervolgens draaide ik de dop weer op het flesje en zette het afgesloten flesje zover mogelijk van mijn onderwerp vandaan. Terwijl de studio nu gevuld was met de lucht die me het meest deed denken aan de lucht in een operatiekamer ontstak ik een lucifer en hield die dicht bij de ether.

Even dacht ik dat Satan in hoogsteigen persoon bezit kwam nemen van mijn studio. Slechts één seconde, misschien iets langer sloeg een vlam zowat tot aan het plafond van mijn studio. De vlammen vielen al snel terug tot de gewenste proporties. Terwijl de vlam nog ongeveer 15 centimeter hoog was drukte ik op de afstandsbediening van mijn camera. Enkele seconden later zag ik het ontstane beeld op het display van mijn camera verschijnen. Ik was tevreden.

Die avond was het water in de diepvries verworden tot blokjes, of beter gezegd bolletjes ijs. Het ijs werd zorgvuldig op de aluminiumplaat gelegd en overgoten met de ether. Niet teveel natuurlijk, want je wilt geen aanspraak hoeven maken op je brandverzekering, maar ook niet te weinig zodat de ether alweer vervluchtigd is alvorens ik het flesje veilig zou kunnen opbergen en de lucifer kan laten ontbranden.

Terwijl de vlammen zo nu en dan het plafond in mijn studio kietelden dacht ik aan de vroegere Romeinse keizer Nero. Nero, die ook zo veel inspiratie wist te halen uit enkele vlammen.

Bezoek mijn printshop

Enkele jaren geleden inspireerde deze foto de dichter Julius Dreyfsandt zu Schlamm tot het schrijven van een gedicht. 

De ontstane poëzie en fotografie smolt samen tot Foëzie

in vuur en vlam
dooft zij het naakte lijf
langs een robe van ijzige blokken
die dooien aan opvrijende benen

haar gezicht huist
in een vragende schaduw
zij wil haar blik niet aan mij vertonen
enkel hem zonder schroom
met een onaantastbare
verleiding belonen

zij bespeelt een minnaar
die ook door adem is omhuld
en in hetzelfde verlangen is gekleed

in deze pas de deux
is pure passie
door dragende zuchten
te vermoeden

enkel beider ogen hebben weet
van zuigende harten
hun driften mogen
een onthulling bevroeden

Foëzie in mijn webshop vind je hier: Foëzie

The towerbridge

Toen ik in 2013 de Abraham leeftijd behaalde werd ik door Ans, verrast met een weekendje Londen. Ik ben normaal geen stadsmens en vind me liever omringd door kabbelende beekjes en fluitende vogels dan dat ik word opgejaagd door de geluiden van razende motoren, claxonnerende automobilisten of schreeuwende muziek die vanuit kleine boetiekjes de straten in geslingerd wordt.

Als ik dan eenmaal in de stad ben kan ik toch wel genieten van de vele landmarks en plaatsen die iedereen wel uit boeken of films kent. Zo ook de Towerbridge. Ik denk dat je wel mag stellen dat je niet in London bent geweest als je deze brug niet minimaal vanuit de verte hebt gezien.

Gelukkig werden we ook nog begeleid door twee goede vrienden, Jan Jaap en Annemiek die de stad op hun duimpje kenden. Ik hoefde maar te zeggen hoe laat ik waar wilde zijn, en zij maakten er hun verantwoordelijkheid van om op tijd op de bestemming aanwezig te zijn.

Bij het naderen van de brug naderden we ook het blauwe uurtje. De meeste mensen die nachtfotografie beoefenen wachten tot het helemaal donker is en gaan dan op pad. Voor mij worden de beelden veel dynamischer als de straatverlichting al brand terwijl er nog iets van blauw in de lucht aanwezig is. Vlak na zonsondergang is dan de ideale tijd.

Op de brug vond ik mooi plekje waar de het lijnenspel van de brug mooi naar de eerste toren leidde. Niet alleen het licht van de brug, maar ook dat van de passerende automobilisten speelde een rol in mijn compositie.

Ik ondervond dat een belichting van 10 seconden het juiste effect gaf aan het beeld dat ik voor ogen had. Door het gebruik van een groothoekobjectief met een brandpunt van 16mm kon ik volstaan met een diafragmawaarde van ƒ 4. Toen ik in de verte een dubbeldeks bus in het vizier kreeg was het een kwestie van zoeken naar het juiste moment om af te drukken. De verlichting van de bus gaf een mooie invulling aan de bovenhoek van het beeld en bracht voor mij “The Tower” meer in balans.

Ik wachtte nog even op de volgende bus, maar voordat die de brug passeerde was het blauwe uurtje voorbij. De nacht had het laatste beetje blauw verjaagd en opgevuld met diepzwart. Hierdoor bleef deze opname voor mij “de Foto

Bezoek mijn printshop