Menu Sluiten

Brúarfoss, de brugwaterval

1999, Jennifer Lopez stond net met haar eerste hitje “If you had my love” in de top 40, De meest moderne Pc’s draaide op Windows 98 Second Edition, en internet ging meestal met het programma Netscape gekoppeld aan een 14K4 modem.

Informatie zoeken over “exotische bestemmingen” ging via verkeersbureaus waaraan je een briefkaart kon sturen met verzoek om informatie. IJsland ging via het verkeersbureau van Noorwegen. De informatie die je uiteindelijk enkele weken later thuiskreeg was summier. Summier, maar nog altijd meer als je kon vinden via internet. De vakantiebeurs in Eindhoven bestond toen uit niet meer dan vijftien of twintig aanbieders. Het WWW was in die tijd nog niet zo goed gevuld als tegenwoordig, en het zoeken werd afgestraft tegen het normale telefoontarief dat per minuut moest worden afgerekend.

1999 was ook de eerste keer dat ik IJsland bezocht. Gewapend met onze brochures, de IJsland gids van Arnold Janssen, de wandelgids van Rother en wat we zo links en rechts hadden gehoord doorkruisten wij IJsland. Het was een indrukwekkende belevenis waar ik nog steeds met veel plezier aan terug denk.

Mijn eerste bezoek aan de Brúarfoss?

Natuurlijk zie je in drie weken maar een klein stukje van de natuurschoon en de vele wonderen van IJsland. Ook hoorde ik de naam van een bijzondere waterval, de Brúarfoss. Op de kaart was deze waterval snel gevonden, zodat ik bij een volgend IJsland bezoek ook deze waterval op mijn lijst van wonderen bij kon schrijven. Helaas zijn er in IJsland twee watervallen die Brúarfoss heten. Vertaald betekend Brúarfoss brugwaterval, dus de naam is redelijk voor de hand liggend.

Na nog meer speurwerk vond ik de locatie van de Brúarfoss. Ik werkte inmiddels als gids op IJsland, en een van de chauffeurs waarmee ik samen werkte wist mij de exacte locatie te noemen. Tijdens een privéreis naar IJsland in 2006 stond ik eindelijk oog in oog met deze prachtige waterval. Ik leefde mij fotografisch helemaal uit en met weer een nieuwe ervaring op zak keerde ik huiswaarts.

Bij mijn volgende bezoeken aan IJsland wist ik als het enigszins kon deze waterval ook weer te vinden. Ander weer is een ander IJsland, dus ieder bezoek was anders. De foto’s bleven wel veelal hetzelfde. Je kent de mooiste standpunten en je weet wanneer het licht op zijn mooist is.  Dat is natuurlijk alleen waar bij de juiste weersomstandigheden. Zo baggerde ik al eens meer dan enkeldiep door de modder maar ook kniediep door de sneeuw.

Fotografische oververzadiging

Dan komt er een moment dat je weer terug bent bij de waterval en je eigenlijk niet weet wat je foto’s nog toevoegen aan de verzameling die je thuis al hebt. Je bent oververzadigd. Dan kun je drie dingen doen. Je kunt nog een keer dezelfde foto maken, maar wat is daarvan de lol? Je kunt ook gewoon geen foto maken en weer terugwandelen naar je auto, maar je bent er nu toch. Zonde van je tijd. Of… Je zoekt naar een andere invalshoek, een ander standpunt, een ander effect. Wat dan ook. Dat is waar je creativiteit invulling moet gaan geven aan de creatie van die “andere” foto.

Wat ik hier leerde, is dat ik dat niet moet doen als ik ergens voor de tweede, derde of misschien wel tiende keer kom, maar ook als ik ergens voor de eerste keer kom. De geijkte foto’s kent iedereen wel. Maak gerust die “geijkte” foto, maar ga niet weg voordat je die andere hebt.

Zo denk ik nog steeds terug aan die keer dat ik met blote voeten enkeldiep in het ijskoude water van deze rivier stond op zoek naar een ander standpunt. Duizenden naalden die aan alle kanten in mijn voeten staken, en het opkomende besef dat de stenen op de bodem van deze rivier ook best scherp waren. Maar dat is een ander verhaal, en dat komt nog wel eens voorbij bij “het verhaal bij een andere foto”.

Fossalar, de bekende onbekende

Komende vanuit het westen met de watervallen Seljalandsfoss, waar je achterlangs lopen kunt, de Skogafoss waarin je vaak een regenboog kunt spotten in de nevel en de Foss á Siðu waar je twee minuten eerder voorbijkwam en waarschijnlijk even de auto aan de kant wilde zetten, zou je de Fossalar bijna ongezien voorbij rijden.

In de “oudere” reisgidsen wordt hij niet eens vernoemd. Zittende in je (huur)auto zul je hooguit een glimp opvangen van deze prachtige waterval die eigenlijk geen naam mag hebben. Als je dan bij het passeren even niet oplet ben je er zonder te beseffen dat je iets heel bijzonders langs de route hebt laten liggen.

Voor mijn volgende bezoek

Ik moet er ook minimaal een keer of vijf aan voorbijgereden zijn zonder ook maar een moment het gas los te hebben gelaten. De eerste keer dat ik hem zag, was tijdens mijn eerste IJslandreis waarvoor ik als reisbegeleider/gids op pad was. Dat zal in 2007 zijn geweest. We waren even gestopt bij de basalt formatie Dverghamrar en reden net verder naar het oosten toen ik voor het eerst deze waterval zag. Voordat ik kon reageren waren we er al aan voorbij en was het voor mijn chauffeur te laat om nog te stoppen. Ik sloeg de locatie op in mijn geheugen om te bewaren voor mijn volgende IJslandreis.

Een jaar later, 2008, tijdens een privéreis stond ik hier voor het eerst stil om de waterval in al zijn glorie te fotograferen. Sinds die bewuste reis in 2008 ben ik hier nooit meer aan voorbij gereden zonder op zijn minst een half uurtje bij deze waterval, waarvan ik pas veel later leerde dat hij wel degelijk een naam had, stil te staan.

De uitzondering was maart 2017 toen de weg sneeuwvrij was, maar in de bermen zestig tot zeventig centimeter sneeuw een onneembare hindernis vormde om de bus te parkeren.

De Fossalar, een juweeltje op slechts een steenworp afstand van de hoofdweg.

Voor de liefhebbers is deze ook verkrijgbaar in zwart/wit

Selfoss, daar waar stenen drijven

Verwonderd kijk ik naar de stenen, drijvend op het water. Langzaam worden ze door de stroming naar de waterval getrokken waar ze door de kracht van het vallende water onder het oppervlak verdwijnen. Enkele tientallen centimeters verderop ploppen ze weer tevoorschijn. Hobbelend op het zacht schommelende water worden ze weer teruggetrokken door dezelfde stroming die ze net nog uitspuwde. Het luchtige puimsteen, door de stroming gevangen, houdt mijn blik gericht op deze kleine aftakking, stromend tussen het gitzwarte zand dat hier is afgezet door de achter mij woest kolkende gletsjerrivier, de Jökulsá á Fjöllum.

Op korte afstand van elkaar vind je hier de honderden meters lange en 11 meter hoge Selfoss, de krachtigste waterval van Europa, de Dettifoss, en niet veel verder de Hafragilsfoss. Ik voel me als een kind dat net een mooi cadeau heeft uitgepakt maar gefascineerd blijft spelen met de doos en het inpakpapier.

Honderden kubieke meter water stromen door de rivier alvorens hij mijn aandacht weer weet te veroveren. Mijn ogen dwalen over het kolkende water op zoek naar een vernieuwde of minstens een andere kijk op deze waterval.

De ingrediënten voor een goede foto

In mijn optiek heb je voor een goede foto slechts een paar ingrediënten die de foto standaard of boeiend maken. Het begint met standpunt, brandpunt en perspectief. Deze drie tezamen bepalen wat mij betreft echter slechts 25% van de dynamiek van je foto. De overige 75% heb je zelf niet in de hand. Dat is het aanwezige licht. Het licht is een gegeven. Een gegeven dat je enkel kunt accepteren zoals het je gegeven wordt.

Kruipend en strompelend over stenen nader ik langzaam maar zeker mijn “ideale” standpunt. In gedachten maak ik een kader om mijn “uitzicht”.  Als ik mijn eerste “controle” foto terugzie op mijn cameradisplay besef ik dat ik de perfecte plaats heb gevonden.  

 

 

Bezoek mijn printshop

 

 

Achteromkijken helpt niet

“Achteromkijken helpt niet,” aldus een citaat van de Nederlandse dichter Bergman (1921-2009). Het citaat gaat verder; “vooruitzien kan niet, wij hebben geen poot om op te staan.” Iedere fotograaf weet dat achteromkijken wel degelijk helpt. Wie enkel vooruitkijkt mist de halve wereld, aldus het citaat van de fotograaf Gerry van Roosmalen, 1963-20??.

Onlangs was ik op pad met de IJslandse gids Einar Rúnar Sigurðsson. Einar heeft een zesde zintuig voor het vinden van de mooiste ijsgrotten in de grootste Europese gletsjer, de Vatnajökull. Met zijn superjeep verruilden we de hoofdweg aan de zuidkust van IJsland met een jeep trail. Behendig stuurde Einar zijn superjeep door kuilen, over hellingen en door rivieren.

Een smeuïge ondergrond

Door de ingezette dooi zat er een kilometer voor de gletsjertong niets anders op dan de auto achter te laten en het laatste stuk te lopen. Lopen over het zompige terrein was al een avontuur op zich. Als je bij de ene stap vaste grond onder je voeten had, moest je bij de volgende stap ineens een sprintje trekken om te voorkomen dat je tot ver boven je enkels weg zou zakken in de smeuïge ondergrond.

Het voelde prettig om te staan op het duizend jaar oude ijs van de gletsjertong Breiðamerkurjökull. Slipvrij dankzij stevige crampons zette we koers naar de ijsgrotten. Als een kind in een snoepwinkel liep en kroop ik door de grotten. Lichtinvallen, ijsstructuren, watervalletjes en een kleurenpallet van helderwit tot diepblauw. Een ruimte die respect afdwong, zo’n ruimte waar je niet met elkaar spreekt, maar waar je begrijpend naar elkaar knikt in plaats van uit te schreeuwen hoe mooi het is. Een ruimte waarin je niet praat maar fluistert.  

In zo’n plaats wordt je overvallen door meer inspiratie dan tijd. Je wilt rustig werken, maar beseft ook dat je niet alle foto’s kunt maken die je zou willen maken. Dat zou nog niet kunnen al mocht je hier een hele week verblijven.

Claustrofobisch of niet?

Bij de ingang van een tweede grot informeerde Einar of ik wellicht claustrofobisch was. Nu denk ik van mezelf dat ik dat niet ben, maar op het moment dat ik mezelf door smalle gangetjes moet murwen, of laag over de grond moet kruipen om in een andere ruimte te komen schieten er wel eens verontrustende gedachten door mijn hoofd. Vooral “wat als”, of “stel je voor dat”.  Al die gedachten verdwenen dit keer op het moment dat ik aankwam in een van de wat grotere ruimtes van deze ijsgrot. Daar aangekomen bleven enkel de vragen; welk objectief moet ik gebruiken, welk diafragma is het best, waar is mijn draadontspanner en hoe zet ik hier in vredesnaam mijn statief neer.

Aan het einde van “mijn tijd” pakte ik de camera in en kroop terug door de smalle spelonken en onder hangende ijsformaties. Toen ik mij oprichtte stond ik oog in oog met bovenstaande beeld. Ik was daar onderdoor gelopen en had het niet gezien.

Achteromkijken helpt dus wel.

 

Bezoek mijn printshop

 

 

Een Halo, een bijzonder fenomeen

 

Het was al wat later in de ochtend op een mooie IJslandse winterdag. Het mos van het Eldhraun, een 585 vierkante kilometer groot lavaveld was bedekt met een mooi sneeuwdeken. Op de hogere delen staken stukken mos door het witte tapijt om maar vooral niets te missen van het aangename winterweer.

Bijzonnen of een ander fenomeen

Het felle licht van de zon weerkaatste op het witte tapijt zodat ik mijn ogen moest dichtknijpen tot kleine spleetjes. Op enige afstand van de zon, zowel links als rechts verschenen vreemde lichtvlekken die ik voor bijzonnen hield. Het verschijnsel bleef maar een paar minuten zichtbaar, maar ik prijsde mezelf gelukkig hiervan even getuigen geweest te zijn.

Mijn reis ging verder richting het oosten totdat ik de afslag naar de Svínafellsjökull, een van de mooiere gletsjertongen van de Vatnajökull, nam. Ik parkeerde de auto en liep naar de gletsjer.

Een duidelijke Halo omcirkelde de zon

Was hij net pas ontstaan, of viel hij me nu pas op? Een wijde ring van licht omcirkelde de zon. Een Halo!

Een halo ontstaat op dezelfde manier als een regenboog, waarbij een regenboog zijn oorsprong vindt in vloeibare waterdruppels, regen dus, en een halo in ijskristallen. Waar een regenboog zich altijd recht tegenover de zon manifesteert, vind je de halo juist in de richting van de zon.

Keuzestress is ook voor fotografen een dilemma

Met dichtgeknepen ogen bewonderde ik de halo die natuurlijk fotografisch gezien niet op de juiste locatie aan de hemel stond. Ik moest mijn aandacht verdelen tussen het blauwe ijs van de Svínafellsjökull en de kring rondom de zon. Voor een fotograaf een zware opgaaf want zowel de gletsjer als de Halo waren deze dag bijzonder fotogeniek.

Wetende dat de gletsjer langer zou blijven liggen dan dat de Halo zich zou manifesteren besloot ik me vooral op de Halo te richten. Ik plaatste mijn 12mm objectief (groothoek) op mijn camera en zocht naar een punt waar ik beide natuurverschijnselen binnen één plaatje kon vangen.

Bezoek mijn printshop

 

 

Winters IJsland, een koude omgeving om warm van te worden

De dagen worden korter, temperaturen dalen. Binnen is het aangenaam warm, buiten slaat de snoeiharde wind je om de oren. De gletsjers houden angstvallig hun water beter vast waardoor het peil van de rivieren daalt. Het geweld van het vallende water slaat de druppels uiteen tot fijne nevels die door de ijskoude begroeiing en rotsen meteen worden gegijzeld. Laag voor laag voor laag.

Structuren in vele vormen en maten vormen zich. Kleuren trekken zich terug. Het landschap is teruggebracht tot een kleurenpallet van wit, blauw en diverse grijstinten. Een koude omgeving om warm van te worden.

Glibberend naar beneden

Ik sta aan de top van een van de beroemdste IJslandse watervallen, de Gullfoss. Het pad naar beneden is glibberig. Platgetrapte sneeuw door twee keer zoveel voeten als bezoekers hebben de sneeuw samengeperst tot een baan van ijs.

Mijn schoenen worden voorzien van crampons. Zijn metalen punten vinden goed houvast in het compact getrapte ijs onder mijn voeten. Achter mij voel ik de jaloerse blikken van de cramponloze medemens die niet anders kan dan de schoonheid van de ijssculptuur van boven te aanschouwen.

Overmoed, een realistisch gevaar in IJsland

Ondanks de aanwezigheid van mijn crampons, of beter gezegd dankzij mijn crampons, ben ik nog bewuster van iedere stap die ik zet. Het grootste gevaar zit hem immers in de overmoed die je kunt krijgen door gebruik te maken van hulpmiddelen. Hulpmiddelen zijn ten slotte geen wondermiddelen.

Zou het kunnen? Hier staan om je heen kijken en niet op zijn minst heel even ontroerd zijn? Ik heb vlinders in mijn buik. Verliefd zijn op een landschap, kan dat? Ik vind me zelf terug, zittend op mijn knieën terwijl ik de omgeving minutieus in mij opneem. Nog even kijken zonder camera. Het moment in mijn geheugen vast leggen als een dierbare herinnering.

 

Bezoek mijn printshop

 

Los Cuernos, de Hoornen

Voorbereidingen voor de reis

Lekker aan de koffie, boeken op tafel en de laptop bij de hand. Buiten schijnt de zon ons vanaf een strakblauwe hemel tegemoet. Kijkend naar de plaatjes, lezend in de begeleidende teksten wetend dat je over een paar weken hier deel van uit gaat maken. Je fantasie schotelt je onbewust een romantisch(er) beeld voor van wat je gaat zien en beleven.

In die fantasie is geen plaats voor vermoeidheid, pijn, regen of wind. Je weet dat het erbij hoort, maar je voelt en realiseert het je niet. Daarom is de echte beleving altijd mooier…

Je trotseert de elementen. Je vecht om tegen de wind in verder te wandelen of wordt van uit onverwachte hoek bijna omgeblazen door diezelfde wind. De ene keer sta je hijgend boven aan weer een heuvel, doet je jas open vanwege de warmte, en even later weer dicht tegen de koude. Je zet een muts op je hoofd, doet handschoenen aan en een das om, om even later met de muts, handschoenen en de das in je hand verder te wandelen.

Fantasie of werkelijkheid

In je fantasie heb je ook nooit honger of dorst. Ook dat komt ter plekke wel. In die fantasie heb je ook al een beeld van hoe je de foto gaat maken. Die foto, die maak je nooit! De omstandigheden zijn altijd anders dan je had verwacht. Er is geen strakblauwe lucht. Die ene wolk hangt niet net boven die bergpiek en die prachtige zonsondergang leek bij lange na niet op die ene die je op internet gevonden had.

Dan kom je 22 kilometer, en 9 uur wandelen later terug op het beginpunt van je wandeling, vormen zich in de grijze lucht wolken en duwt de zon voor enkele momenten diezelfde wolken opzij zodat enkele zonnestralen de bergrug Cordillera Paine mooi uitlichten.

Dan heb je niet “die foto”. Het is een andere foto waarmee je met een gelukzalige glimlach op je gezicht de dag afsluit.

 

 

Bezoek mijn printshop

 

De kleurrijke wijk La Boca in Buenos Aires

Ik ben geen stadsmens. Ik voel me er niet thuis, heb continu het idee dat ik op mijn hoede moet zijn, het is lawaaierig, druk en vaak stinkt het. Nee, geef mij maar de weidsheid van een landschap en de frisse lucht van de bergen.

Hallo Buenos Aires

Toen we hoorden dat onze reis naar Patagonia via Buenos Aires zou gaan waar we dan in verband met de juiste aansluiting onszelf ook nog twee dagen moesten vermaken probeerden we natuurlijk eerst om een andere vlucht te nemen. Toen dat niet mogelijk bleek te zijn bedacht ik mezelf dat het dan wel handig zou zijn om wat leesvoer mee te nemen en twee dagen door te brengen in de hotelkamer.

Thuis als je moe bent van alle dagelijkse beslommeringen lijkt dat nog best een goed idee. Een idee wat natuurlijk niet standhoudt want na een uur in zo’n hotelkamer komen de muren al op me af en wil ik eruit. (Behalve ’s-nachts natuurlijk, dan kan ik best blijven liggen).

Binnen 10 stappen sta ik al op scherp

En zo bevind ik me plotseling bij een temperatuur van bijna 30 graden in hartje Buenos Aires. Met de camera in mijn hand stap ik het hotel uit. Ik sta nog geen 10 stappen buiten de deur en wordt al aangesproken door een wild gebarende man die mij waarschuwt de camera weg te stoppen, want het is hier niet veilig, en er zijn best wel veel mensen die graag de camera van mij willen overnemen.

Ik sta meteen op scherp en kijk goed om me heen of tegelijkertijd niet iemand achter mij probeert mijn portemonnee of telefoon te rollen, of dat er iemand anders opvallend dicht bij ons komt staan. Dat is allemaal niet het geval, dus de waarschuwing van de man lijkt oprecht. Daar begint het gesodemieter al denk ik. Ik moet op mijn hoede zijn.

De camera verdwijnt in een onopvallende linnen tas die nonchalant over de schouder hangt. We blijven er natuurlijk uit te zien als die toerist, hier waarschijnlijk beter bekend als “la presa”, “de prooi”.

La Boca in het straatje Caminito (wat weggetje betekend)

We wandelen door de stad met als doel de wijk “La Boca”. Een wijk met gekleurde huisjes. De huisjes zijn gekleurd door de bewoners om op die manier de dagelijkse sores en de armoede te vergeten. La Boca, waar volgens de boekjes op straat nog live de tango wordt gedanst.

We maken gebruik van de straten waar we niet alleen, en daardoor waarschijnlijk veiliger zullen zijn. We komen dan ook ongeschonden in La Boca aan. La Boca zou best mooi kunnen zijn als volkswijkje zoals in de boekjes te lezen was. We komen alleen geen enkele bewoner tegen. Wel veel terrasjes, souvenirwinkeltjes, eettentjes, barretjes en heel veel toeristen.

Een tango van twee minuten

De tango wordt gedanst, maar de ruimte die het dans duo heeft, bedraagt ongeveer 2 vierkante meter. De muziek is niet live maar komt vanuit een oude laptop en wordt weergegeven op erg slechte luidsprekerboxen. Hierdoor lijkt het geluid wel erg authentiek en toch nog uit een ouderwetse, met springveer op spanning gebrachte, pathefoon te klinken.

Een dansje duurt ongeveer twee minuten waarna een buiging wordt gemaakt, het applaus in ontvangst wordt genomen en met de hoed wordt rondgegaan.

Een stukje verderop kun je dan op de foto met een echte tangodanser of danseres net naar gelang je voorkeur. Er wordt geen stap gedanst, en de foto wordt gemaakt met je eigen camera waarvoor de meeste mensen dan hun telefoon tevoorschijn halen, gevolgd door de portemonnee, want voor de foto moet natuurlijk betaald worden.

Niet veel later staan we oog in oog met Maradonna.  Ja, hij zit er echt. Een wilde bos haar, een blauwwit shirt aan zijn lijf, en als je geen verstand of interesse hebt in voetbal lijkt hij misschien nog best op een verre neef of oom van de echte Maradonna. Tegen betaling mag je met je held op de foto.

Het duurt even voordat ik geacclimatiseerd ben aan dit stadse tafereel en ik mijn camera tevoorschijn haal. Met een beetje geduld en wachtend op het juiste moment zijn er in La Boca voor fotografen ook best nog leuke plaatjes te schieten.

 

 

Bezoek mijn printshop

 

De foto die er bijna niet was…

De dag begint met de belofte van mooi weer. De lucht is strakblauw. Strakblauw zoals je enkel op ansichtkaarten ziet. De bergrug Cordillera Paine spiegelt mooi in het blauwe meer “Lago Pehoé”. De camera heeft het al gezien en roept me, maar we hebben haast. De boot ligt klaar om ons naar “Guarderia Lago Pehoé” te brengen. Als we deze boot missen, of we niet mee kunnen omdat de boot vol zit zullen we ons wandeldoel niet kunnen halen.

Reservetijd

Ons wandeldoel is het uitzicht op de grijze gletsjer. Een wandeling die onze naar verwachting minimaal 6 uur gaat bezighouden. Als we alleen de verwachtte wandeltijd tellen hebben we iets minder dan twee uur reservetijd. Reservetijd is nodig voor de pauzes, broodnodige fotostops, en natuurlijk voor het beloofde uitzicht.

Nog voordat de trossen worden losgegooid breekt de dag zijn belofte. De lucht trekt dicht in een tempo zoals ik het nog nooit eerder meemaakte. Een wit/grijs deken van wolken vlakt het licht af en beperkt daarmee de fotografische schoonheid van het landschap. Met het afvlakken van het licht vlakt ook mijn enthousiasme om te fotograferen af. Ik kijk naar de meer dan 10 kilogram wegende rugzak waarvan de inhoud is veranderd van mijn favoriete werktuigen naar 10 kilogram wandelballast. Ik sta er niet te lang bij stil. Fotografisch interessante dagen worden afgewisseld door iets mindere dagen. Ce la vie.

Ontdaan van motivatie en inspiratie wil ik benedendeks wachten tot de boot aanlegt op zijn bestemming. Dat houd ik bijna twee minuten vol. Ik ben te rusteloos om nog 28 minuten op het ongemakkelijke houten bankje te blijven zitten. Ik haal mijn camera uit de rugzak en klim aan de achterzijde via de trap naar het bovendek.

Streven naar een topper per dag

Wat het uitzicht zal worden weet ik al, de Los Cuernos. Wat ik niet weet en waar ik eenmaal aangekomen op het bovendek achter kom is dat het meer ondanks de snelheid van onze boot nog steeds grotendeels rimpelloos is. Het gevolg is een dubbelle Los Cuernos. Snel schiet ik enkele foto’s.

Niet iedere foto die geschoten wordt is een topper, maar mijn streven is om iedere dag een topper te schieten. Op het moment van schieten weet ik nog niet dat dit de topper zou zijn. Hoewel we met veel plezier de wandeling maken, het licht wordt deze dag niet meer interessant voor nog een topper. En de topper is een foto die er bijna niet was.

 

Bezoek mijn printshop

 

De geschrokken boom

Wanneer ik mijn betoog begin krijg ik meestal afwijzende reacties. Hoe kom ik erbij? Natuurlijk verduidelijk ik eerst mijn stelling. Het is mijn mening! Iedereen met een andere mening heeft net zoveel gelijk. Meestal krijg ik na het geven van wat extra uitleg toch wel gelijk.

De ansichtkaarten lucht

Ik kan me voorstellen dat deze alinea vragen oproept. Waar gaat dit over. Het betoog waar ik het over had gaat over fotograferen met een strakblauwe lucht en het zonnetje hoog aan de hemel. Voor mij is dit de tweede plek van de meest oninspirerende luchten die je als fotograaf kunt ervaren. Voor de duidelijkheid, de eerste plek gaat naar de egaal lichtgrijze lucht waarbij iedere dynamiek uit een landschap verdwijnt. Ik raak in vervoering van witte wolken die zweven in het blauwe, of een dreigende lucht die is opgebouwd uit vele tinten grijs variërend van bijna wit naar nog net niet zwart. 

Maar toch… Soms kan een blauwe lucht toch heel interessant zijn.  Daarover later meer.

Een tussenwandeling

Niet zo lang geleden bevond ik mij tussen twee lange wandelingen in. De ene had ik net achter de rug, en mijn voeten waren het er nog niet over eens of ze het mij wel zouden vergeven. De andere wandeling stond gepland voor de volgende dag. Ik had bewust mijn voeten hier nog niets over verteld.

Ik zat aan de andere kant van de wereld en dan wil je de korte tijd dat je hier kunt verblijven niet verspillen aan een dag zonder invulling. De invulling bestond deze dag uit een rondwandeling van maximaal twee tot drie uur, een tussenwandeling dus.

De wit gebleekte boom

Toen ik tijdens de wandeling de boom passeerde trok deze zeker wel mijn aandacht. Een bijzonder mooie wit gebleekte boom in een verder groen en blauw landschap. Hij moest echter mijn aandacht delen met de Los Cuernos die ik al een tijdje in het vizier had. Verdelen van mijn aandacht is niet altijd mijn sterkste punt, dus liep ik door.

De Los Cuernos zijn een aantal mooie goud/bruin gekleurde rotspunten, met een zwarte hoed, muts of pet, net wat je erin wilt zien. Aan het einde van de wandeling sta je voor een meer dat voor een voetganger een onneembare hindernis vormt om de Los Cuernos verder te benaderen. Met als achtergrond een bijna geheel blauwe lucht kun je hier niet veel meer doen dan het maken van een registratie van hetgeen je ziet. Oog in oog met een prachtig stukje Patagonisch natuur staan, en dan met een onvoldaan gevoel aan de terug wandeling beginnen. Dat kan gebeuren als je liever wat creatiever te werk gaat.

Het onvoldane gevoel wordt nog groter als je dan zonder “de” foto terug keert naar de camper. Dat klinkt negatief, maar is goed want ik wil “de” foto ook maken. Dat triggert mij om beter en anders te kijken.

De stille getuige

Niet afgeleid door het zicht op de Los Cuernos, en getriggerd door het onvoldane gevoel “de” foto nog niet te hebben gemaakt keek ik beter, intenser en zoekend over het landschap. De boom die me voorheen nauwelijks was opgevallen keek me nu zichtbaar geschrokken aan.

De boom was een stille getuige van de ramp die hier plaatsvond op 27 december 2011. Een verkeerde inschatting van een toerist die wat toiletpapier wilde verbranden zorgde voor een brand die 16000 hectare, iets meer dan 7% van de oppervlakte van het nationale park Torres del Paine verwoestte.

De boom moet het hebben gezien. Met zijn “roots” in het nationale park, Torres del Paine kon hij de vuurzee niet ontvluchten…

Zijn geschrokken grimas, zijn witte gelaat, de strakblauwe lucht. Soms zijn de omstandigheden die je niet wilt hebben ideaal voor je plaatje.

 

Bezoek mijn printshop