Menu Sluiten

De ultieme zonsondergang

Bestaat die eigenlijk wel? De ultieme zonsondergang. In mijn leven heb ik er al veel gezien. Nee, niet de ultieme, maar gewoon zonsondergangen. De ene is mooi vanwege het moment, de andere door je gemoedstoestand, de andere vanwege die gekoppelde beleving.

Als ik alles loslaat, mijn gemoedstoestand, mijn beleving, het moment dan blijft deze foto voor mij de ultieme variant. Maar wellicht ben ik als eigenaar van het moment niet objectief genoeg om daar over een oordeel te kunnen vellen.

Die dag was een dag als alle andere… Nou begin ik met een leugen. Die dag was een bijzondere dag. Ik bevond me op IJsland, en was die dag alleen, of beter gezegd ik was de hele week al alleen geweest. Ik had wat dingen te regelen in IJsland en koppelde onze vakantie aan het zakelijke deel, waardoor Ans al weer thuis was en ik nog wat tijd op IJsland door mocht brengen.

Die dag was ik begonnen aan de voet van een van de mooiste watervallen van IJsland, de Dynjandi. Eigenlijk heet die waterval de Fjallfoss, maar volgens mij kent iedereen deze waterval enkel aan eerdergenoemde benaming.

Op weg naar Rauðisandur

Vanaf die waterval was het nog een behoorlijk stukje rijden naar het mooie rode strand van Rauðisandur. Nou ja, mooie rode strand? Het is maar net onder welke omstandigheden je het strand te zien krijgt. Wanneer de zon door een dik wolkendek tevergeefs kleur probeert te geven aan de onderliggende aarde sta je hier oog in oog met een weliswaar mooi, maar toch voornamelijk grauw strand.

Ik kwam aan bij het strand op een dag dat de voorwaarden bijna ideaal waren. Na een lange wandeling vond ik een kleine camping aan de oostzijde van het strand. Het was laat in het seizoen waardoor de ik de camping als mijn domein kon beschouwen. Ik begon met het bereiden van mijn avondeten en keek vanuit het keukenraam naar buiten. Dat klinkt als heel wat, maar ik zat nog steeds in mijn camper en had van hieruit zonder een stap te verzetten ook door de achterdeur, het huiskamer- en slaapkamerraam ook naar buiten kunnen kijken.

Wat ik zag was nog niet wat je op bovenstaande foto ziet, maar het was al voldoende om de pitten van mijn gasfornuis uit te draaien en gewapend met camera en statief naar buiten te gaan. Ik bleef buiten tot het laatste restje zonlicht was uitgedoofd en ik verder kon met het bereiden van mijn maaltijd.

Nagenietend van de mooie momenten die ik net had ervaren probeerde ik nog een glimp op te vangen van het mooie “buiten” maar keek door het donker enkel in de reflectie van de ogen van een gelukkig man.

Bezoek mijn printshop

 

 

Bij iedere foto een herinnering

Het is maandagmorgen. Ik blader door mijn foto’s op zoek naar de foto die deze week in de schijnwerpers komt te staan. Het lijkt makkelijker dan je zou denken. Mijn geheugen zit mij dwars. Ik onthoud te veel en weet daardoor vaak niet wat ik als eerste wil vertellen. Bij iedere foto een herinnering.

Zo bleef ik weer veel te lang hangen bij bovenstaande foto. Niet alleen het moment van deze foto, maar al die keren dat ik hier kwam waren momenten gevuld met herinneringen. Vaak was ik in het gezelschap van Ans, verschillende keren met vrienden, maar ook vaak in het gezelschap van mensen die ik nog maar een paar dagen eerder mocht leren kennen.

Die keer tijdens de winterreis

Die ene keer dat de waterval helemaal was omgeven door ijspegels zal ik nooit meer vergeten. Een waaghals had zich tot vooraan bij de waterval begeven en stond recht onder de grootste ijspegels die ik ooit had gezien. De temperaturen waren die dag boven het vriespunt gekomen en je hoorde het ijs boven het geluid van de waterval uit kraken.

Zijn vriendin volgde vol van bewondering de verrichtingen van haar vriend. Ik raakte zelf geïrriteerd door zijn gedrag. Niet alleen bevond hij zich op een gevaarlijke plek waar ieder moment enkele honderden, of in ieder geval tientallen kilo’s aan ijspegels van 20 meter hoog op hem neer konden storten. -Dat zou hij dan hooguit door een klein wonder nog kunnen overleven.- Maar hij stond ook hinderlijk in de weg voor een achttal fotografen die hier ook liever een maagdelijke waterval fotografeerden.

Ik vroeg haar of haar vriend goed verzekerd was. “Hoezo?”; was haar antwoord. Ik legde haar kort uit wat voor schade die ijspegels aan haar vriendje zouden uitrichten mochten ze hun strijd met de zwaartekracht staken. Haar antwoord was kort.  “Hij weet wat hij doet”.

De echo van haar antwoord hing nog in haar mond toen op de plek waar de jongeman twee seconden eerder nog stond een grote hoeveelheid ijspegels naar beneden suisde. Het kleine wonder was geschied. De pegels mistte hem op een haar na. Een verschil van twee seconden was het verschil geweest tussen leven en dood.

Net zo wit als de sneeuw snelde de jongeman terug naar de veilige plek op afstand van de waterval.

Glibberend over het ijs

Of die keer dat we bijna op handen en voeten moesten afdalen om bij de waterval te komen omdat het pad spiegelglad was geworden. Naar beneden is één ding, maar naar boven bleek toch wel een groot probleem te zijn.

Door elkaar te ondersteunen wisten we één van ons een stukje hoger op het pad te krijgen. Vanaf die hogere positie werd dan weer een uitgeschoven statief aangereikt waarlangs wij dan weer omhoog konden klimmen. Sinds die keer neem ik trouw mijn spikes voor onder mijn schoenen mee in de IJsland winterreizen.

Het voordeel van vaak terugkomen op dezelfde plekken is dat je tijd krijgt om te experimenteren en kunt zoeken naar het mooiste standpunt voor “de” foto. Wat mij betreft is het beste standpunt midden in de stroming op een paar rotsen. Daarvandaan is bovenstaande foto van de zwarte waterval, beter bekend als Svartifoss ook genomen.

Deze foto werd genomen door Hans van Dam. Een van mijn deelnemers aan de fotografiereis van 2014. Een bezoekje aan zijn site is ook meer dan de moeite waard. Hans van Dam Fotografie Kijk naar zijn foto’s en lees zijn poëtische verhalen. 

Bezoek mijn printshop

 

Na 1000 jaar weer herenigd

We beginnen ergens rond het jaar 1000 na Christus. Thor, Freya, Odin met zijn achtbenige paard Sleipnir en vele andere afgoden worden door de Vikingen aanbeden. IJsland is iets meer dan een eeuw eerder gekoloniseerd. 

Terwijl de Vikingen hun bloedige vetes beslechten stijgt waterdamp vanuit de Atlantische oceaan naar grote en koude hoogten. Het water condenseert, bevriest en valt als sneeuw naar beneden ergens op de grootste gletsjer van Europa, de Vatnajökull.

Jaren verstrijken. Sneeuw valt laag na laag en vormt een steeds dikkere massa. Door de enorme druk van de bovenliggende lagen sneeuw veranderen de onderste lagen in IJs. IJs dat steeds vaster en compacter wordt. Het ijs wordt zo compact dat het rode en gele licht eenmaal gevangen in het ijs niet meer kunnen ontsnappen waardoor enkel nog het blauwe licht reflecteert.

We gaan langzaam 1000 jaar vooruit in de tijd. Diep onder een dikke ijslaag ligt de neerslag uit de tijd van de Vikingen. Oorlogen ontstaan, de pest breekt uit, er komt een kleine ijstijd, Amerika wordt ontdekt. De wereld veranderd, maar niet voor het ijs.

1000 Jaar van onwetendheid

Onvermijdelijk schuift het 1000 jaar oude ijs naar de rand van de gletsjer waar het uiteindelijk de strijd met de zwaartekracht niet kan winnen. Het ijs breekt af van de massa en komt terecht in het ijsbergenmeer Jökulsárlón. Langzaam maar zeker drijft het ijs in de richting van haar laatste bestemming. De reis is lang. Keer op keer loopt het ijs vast op de bodem van het meer. Het ijs kan niet meer doen dan wachten tot het voldoende is afgesmolten om haar reis voort te zetten.

Na 1000 jaar weer herenigd.

Na een tocht van ongeveer drie jaar bereikt het ijs zijn uiteindelijke lot, de Atlantische oceaan, waar golven zo hard op het ijs beuken dat stukken afbreken, steeds kleiner worden en langzaam afsmelten tot ze weer terug zijn waar en hoe ze 1000 jaar eerder aan deze interessante reis waren begonnen.

Ik sta op het strand Breiðamerkursandur, vlak bij het ijsbergenmeer. Getijdenwerking heeft enkele grote brokken ijs op het strand teruggeworpen. Golven slaan stuk op het harde ruim 1000 jaar oude ijs. Gewapend met mijn camera wacht ik het ultieme moment af om af te drukken…

Bezoek mijn printshop

 

De volgende foto en zijn verhaal vindt je hier over:

 

Poort tot oneindigheid

Iedere gepassioneerde fotograaf heeft naast veel te veel apparatuur, een collectie rugzakken en diverse statieven ook nog de beschikking over enkele eigenschappen zonder welke hij het woord gepassioneerde niet zou mogen gebruiken… Slechts “een fotograaf” blijft dan over.

Geduld, hoop, en doorzettingsvermogen zijn de eerste eigenschappen die mij te binnen schieten. Daarnaast is een andere eigenschap ook erg belangrijk. Het leren omgaan met teleurstellingen. Niet altijd ben je op de juiste plek op het juiste moment. Niet altijd gaat de zon onder zoals je had gehoopt en niet altijd druk je af op het juiste moment.

Afgelopen zondag stond ik laat aan het strand bij Domburg. De hele dag had de zon geschenen en dreven er hier en daar wat witte wolkjes voor de blauwe hemel. Vanaf onze uitvalsbasis in Veere vertrokken we met de fiets richting het strand voor een gouden zonsondergang. Even voor aankomst dook de zon weg achter een dikke pak wolken.

De eerste eigenschap waar ik het straks over had was nu hard nodig. Geduld. Geduld omdat onder aan de dikke pak wolken nog een wolkeloze strook lucht zichtbaar was waar de zon zich later vast nog zou laten zien.

De wolken zakten bijna gelijk richting de horizon met de zon. De eigenschap “Hoop” werd zwaar op de proef gesteld. Het enige wat nog overbleef was mijn doorzettingsvermogen. Mijn doorzettingsvermogen dat had ik hard nodig om ondanks mijn te grote voorraad apparatuur en te zware statief te trachten nog iets van de avond te redden. Ondanks het vlakke licht probeerde ik creatief bezig te blijven met strand, zee, vogels en de vele palissades die hier tot ver in de zee reikten.

Poort tot oneindigheid

Toen de zon bijna onder was en de wolken zich nog steeds als spelbrekers manifesteerden raakte mijn geduld op. Hoop had ik niet meer, en mijn doorzettingsvermogen was met de noorderzon vertrokken.

Net toen ik de laatste ritssluiting van mijn rugzak dicht zipte viel een donkere schaduw voor mij op de grond. Ik draaide me om en keek recht in het gouden hart van onze magische zon. De wolken die nu van onderen beschenen werden kregen een goud tot goudrode gloed. De palissades kregen vorm, en zelfs het krijsen van de meeuwen klonk nu als een heuse melodie.

Nog voor iemand door had wat er gebeurde, lag mijn rugzak weer open en stond mijn camera kant-en-klaar gemonteerd op mijn veel te zware statief. Mijn goede humeur kwam weer terug al verdween dat weer net zo snel toen ik mijn eerste opname terug zag. In plaats van een haarscherp beeld keek ik naar een enigszins bewogen foto. De iele pootjes van mijn statief vonden geen grip in het losse strandzand en zakte onverbiddelijk verder en verder naar beneden.

De vierde eigenschap

Naast geduld, hoop en doorzettingsvermogen komt nu nog een belangrijke eigenschap. Vindingrijkheid. Ik liep naar mijn rugzak om te bedenken of ik iets had om de iele statiefpootjes tegemoet te komen. Dit keer vond ik de oplossing in drie filterdoosjes van filters die ik altijd mee sjouw bij de rest van de apparatuur. De 10 bij 10 centimeter doosjes boden een remedie tegen de wegzakkende pootjes.

Tot de zon helemaal was verdwenen stond ik neuriënd achter mijn camera met een grote en tevreden glimlach op mijn gezicht.

Bezoek mijn printshop

 

 

De metallisch wonderbaarlijke golven van Reynisfjara

Reynisdrangar

Een kleine verandering in de intensiteit, de kleur of de spreiding van het licht, en je waant jezelf in een totaal ander land. Hoe vaak stond ik niet aan het zwarte strand Reynisfjara met als uitzicht deze tot de verbeelding sprekende rots pieken. Skessudrangar, Landdrangar en Langhamrar overblijfselen van een vulkaanuitbarsting gedurende de laatste ijstijd. Rots pieken die samen beter bekend zijn als de Reynisdrangar.

IJsland, het land van elfen en trollen

Er is in IJsland vrijwel geen rots te vinden waarover geen mooi verhaal te vertellen is of waarover zelfs legendes zijn geschreven. Zo ook over de Reynisdrangar. Over deze rots pieken zijn er zelfs twee. De eerste gaat over twee trollen die probeerde een driemaster aan land te trekken. Het werk was zwaarder en duurde langer dan voorzien. De trollen hadden niets in de gaten, maar toen de eerste zonnestralen boven de horizon uitkwamen veranderde de trollen onmiddellijk in steen.

Het andere verhaal gaat over een echtgenoot die zijn vrouw terugvond, ontvoerd door de twee trollen. De vrouw was in de nacht bevroren en overleden. De man liet de twee trollen zweren nooit meer iemand te zullen doden. De vrouw, de liefde van zijn leven vond haar lot tussen de versteende trollen en het water van Reynisfjara.

In 1991 werd het strand bij Reynisfjara door The American Journal “Islands Magazine” uitgeroepen tot een van de tien mooiste niet tropische stranden ter wereld.

En ik, ik sta hier. Hier waar ik al vaker heb gestaan, en een landschap overzie dat ik nog nooit eerder heb gezien. De stand van de zon, de reflectie op de door ijskoude wind opgestuwde golven, de pastelachtige wolkenlucht, en ver in zee de legendarische rotspunten Reynisdrangar.

De metallische glans reflecterend op het kolkende water heeft een hypnotiserend effect. Klik, klik, klik… De ene na de andere opname wordt gemaakt, en steeds als ik door de zoeker kijk denk ik dat het nu toch weer mooier is. Klik, klik, klik…

De hypnose voorbij

Dan dooft het licht langzaam uit. Een sliertige wolk schuift langzaam voor de zon. Ik kom bij uit mijn hypnose en aanschouw nog enige tijd het tafereel. Gelukkig met wat ik net mocht zien laat ik het ijskoude zwarte strand weer achter me.

Bezoek mijn printshop

Noodlanding of menselijk falen?

De overblijfselen van de McDonnel Douglass R4D-8

 

Eerst kwamen de geruchten. Het begint namelijk altijd met geruchten. Ergens in IJsland ver van de doorgaande weg lagen de resten van een McDonnell Douglas R4D-8, nu beter bekend als “De” Dakota. Het klinkt misschien gek, maar in de tijd dat de geruchten mij bereikten was het internet nog niet zo volgestampt met informatie als nu. Ik zocht, maar vond niets.

Op een dag wist ik wel de globale locatie van het wrak, maar nog steeds niet hoe ik er kon komen. Ook de IJslandse bevolking, hoewel normaal gesproken erg behulpzaam deden er meestal het zwijgen toe als het over de exacte locatie van het object ging.

Niet veel later vertelde iemand mij dat als je ongeveer wist waar je moest zoeken, het vliegtuig ook op Google Earth zichtbaar was. Niet veel later wist ik de exacte locatie van het wrak.

Eindelijk gevonden

Het was februari 2013 toen ik de stoute schoenen aantrok, de hoofdweg afdraaide en mezelf met een 4×4 auto over het zwarte zand van het Sólheimasandur waagde in de richting van waar het wrak zou moeten liggen. In het pekzwarte zand was zelfs een redelijk spoor zichtbaar waarover meerdere auto’s mij waren voorgegaan.

Ongeveer vier kilometer verderop stond ik dan eindelijk oog in oog met de Dakota die hier op 21 november 1973 een noodlanding maakte. Omdat het zand hier wel erg mul werd besloot ik de laatste 400 meter te lopen. Ik zat, en zit er nog steeds niet op te wachten om mijn huurauto tot de bodemplaat weg te zien zakken in het Sólheimasandur. Wie weet komen er 40 jaar later dan mensen kijken naar de overblijfselen van mijn huurauto die dan door het striemende zand van al zijn lak is ontdaan terwijl door de wind losgeslagen stenen (ja dat kan in IJsland) de ruiten aan gruzelementen geslagen hebben. En of dat niet erg genoeg is, zijn er dan altijd nog IJslanders die het nodig vinden om de gedoemde auto met hun hagelgeweren vol gaten te moeten schieten.

Met dat idee in mijn hoofd legde ik de laatste meters naar het wrak af waar ik na enige bestudering van dit surrealistische geheel mijn best deed om het zo mooi mogelijk met mijn camera vast te leggen. Ik denk dat ik ongeveer een uur rondom dit wrak doorbracht alvorens ik het tijd vond om de harde weg weer op te gaan zoeken. In die tijd zag ik geen enkele andere auto.

Van parel tot toeristische attractie

In 2015 veranderde alles. Het volgens mij, Canadese tieneridool JB kwam naar IJsland en bezocht onder andere het wrak om er een videoclip op te nemen. In de clip is te zien hoe hij met een skateboard over het in slechte staat verkerende dak van het wrak manoeuvreert. Of JB werkelijk de schuldige is weet ik niet, maar heel de wereld wist plots dat er een wrak lag. Dankzij behulpzame internetsites wist men ook exact hoe er te komen.

Kortom het wrak werd plots een van de highlights van IJsland. De landeigenaar werd het al snel beu. Met enige regelmaat mocht hij weer eens een auto vlot trekken die bijna tot zijn bodemplaat in het mulle zand terecht gekomen was. Ook viel het vliegtuig ten prooi aan vandalisme. Zo werd het enige jaren geleden voorzien van graffiti. Vele JB fans wilde net zoals hun grote idool gefotografeerd worden op het in slechte staat verkerende dak van de Dakota.

De weg naar het wrak werd afgesloten voor al het verkeer. Je kunt nog steeds het wrak bereiken, maar je auto parkeer je vooraan de weg, en als je dan het wrak echt wilt zien zit er niets anders op dan de laatste vier kilometer te voet af te leggen.

Waar komt het wrak vandaan?

Het vliegtuig was een van de vier Dakota ’s die hier door de Amerikanen op Keflavík gestationeerd waren. De vliegtuigen hadden eerder dienst gedaan in de Korea en Vietnam oorlogen. Alle vier de Dakota ‘s kwamen in IJsland aan hun einde.

Het vliegtuig op het Sólheimasandur kwam terug van een bevoorradingsvlucht ten behoeve van het radar station bij Stokksnes. Op de terugweg kreeg het vliegtuig gedurende een storm ook nog enorm veel last van ijsafzetting aan de vleugels. Het vliegtuig verloor snel hoogte waardoor de gezagvoerder geen andere keus had dan een noodlanding te maken.  Ze waren voorbereid om deze noodlanding op zee uit te voeren toen de piloot het Sólheimasandur in zicht kreeg. Hij besloot daar het vliegtuig aan de grond de zetten. Door de verwarring werd er door de IJslanders eerst in de zee naar overlevenden gezocht. Uiteindelijk kwamen de reddingswerkers tegelijkertijd aan met een helikopter van het Amerikaanse leger.

Wie het vliegtuig nadert zal al snel zien dat zowel de vleugels als het staartdeel ontbreken. Waar de vleugels zijn gebleven heb ik niet terug kunnen vinden. Maar volgens de overlevering is het staartstuk door een lokale boer vakkundig afgezaagd, afgevoerd en vervolgens verkocht. Verkocht aan iemand die er een zomerhuisje van heeft gemaakt.

Volgens diezelfde overlevering maakte het vliegtuig de noodlanding omdat de gezagvoerder (onterecht trouwens) in de veronderstelling was dat hij zonder brandstof zat.

Alle zeven inzittende overleefden het voorval.

Het nieuwsartikel uit de krant Morgunblaðid van 22 november 1973 in IJsland:

Bezoek mijn printshop

De Studebaker uit 1926

Gedurende onze reizen maken we vaak gebruik van een draagbare GPS, een Global Positioning System. Net als een navigator voor in je auto stel je het apparaat in om je te begeleiden naar je bestemming. Waar je in de auto simpelweg een adres opgeeft maakt een GPS gebruik van coördinaten. De Coördinaten van bovenstaande foto zou er bijvoorbeeld uitzien als: N 52° 46.496′ W 119° 15.271. Dit coördinaat bijvoorbeeld, leidt je naar een plek in British Columbia, Canada waar we deze Studebaker uit 1926 aantrof.

We vonden het coördinaat op de site geocaching.com. Geocaching.com is een goede bron om research te doen naar de mooiste plekjes op je reisbestemmingen. Op deze site wordt met behulp van coördinaten aangegeven waar mensen “schatten” verstopt hebben die je dan kunt zoeken met meestal niet meer dan het betreffende coördinaat dat soms wordt aangevuld met een kleine hint.

De mooiste zoektochten zijn die tochten waarbij je onderweg puzzels moet oplossen om verder te komen naar een volgend coördinaat. Niet dat ik die puzzels zo graag doe, maar de “schatten” zijn meestal verstopt door de “locals”, op plekken die ze zelf bijzonder vinden. Dit zijn vaak plekken die in reisgidsen niet zijn vernoemd en daardoor ver weg liggen van de drukke toeristische routes.

Een van deze “schatten” bracht ons een tijdje geleden naar deze prachtige Studebaker. Een autowrak, gebouwd in 1926. In of rondom deze Studebaker zou dus een “schat” verstopt zijn. Voor mij is de “schat” bijna altijd de omgeving waarin we terecht komen, in dit geval dus het wrak zelf.

Om goed werk te kunnen leveren moet een fotograaf geïnspireerd worden. Die inspiratie kan bijvoorbeeld komen van een aantrekkelijke jonge dame, maar ook gewoon van een oud stuk roest. Tsja, je bent veelzijdig fotograaf of je bent het niet. Ik bedenk me nu dat een combinatie van bovenstaande inspiratiebronnen ook best mooie plaatsjes op had kunnen leveren.

Zowel de leeftijd als het exacte model van de Studebaker waren niet meer te achterhalen door het ontbreken van alle type plaatjes. Nu zijn oude auto’s ook niet mijn specialiteit, dus zonder de aanwijzingen op de eerder genoemde site had ik waarschijnlijk ook nooit geweten dat het zich hier om een Studebaker ging.

Ik was druk in de weer met het fotografisch vastleggen van de vele materialen die ooit tezamen een mooie auto vormden toen een wat modernere auto stopte en een man en vrouw uitstapte. Ondanks dat ik individuen niet in “typische mensen voor een typische omgeving of beroep” hokjes wil stoppen voldeden deze mensen prima in deze omgeving waarbij ze ook eigenaren, of in ieder geval vervangende eigenaren waren van de “campground” waarop de Studebaker stoer bezig was om terug te keren naar de vorm waarin hij was, voordat hij ooit Studebaker werd.

De man liep naar me toe, waarbij hij werd voorafgegaan door een alcohol walm. Die alcoholwalm werd even later vrijwel tenietgedaan door de parfumlucht (of deodorant, ik ben geen kenner) van de vrouw.

De man bleek dus de beheerder te zijn van de campground. Wij kampeerden hier niet maar hadden wel onze gigantische camper, want ja, alle campers in Canada zijn gigantisch, hier geparkeerd. Niet vies van een beetje vooroordelen dacht ik: “O jee, here comes trouble”. Ik verwachtte op zijn minst dat we vriendelijk doch dringend zouden worden verzocht om of te betalen, of te verdwijnen. Het tegendeel was waar.

De man was de neef van de voormalige eigenaar van de Studebaker, en wist ons te vertellen dat de auto nieuw was gekocht door zijn oud-oom in 1926, maar dat de auto al sinds de jaren 50 niet meer van zijn plek was geweest.

Natuurlijk wilde hij ook best even poseren bij de auto, of voor dat wat ooit een auto was. Daarna wees hij ons nog op het station waar we als we wilden het chemisch toilet konden legen en ons water aan konden vullen. Ook vertelde hij nog even waar de beste WIFI op de camping te vinden was. Allemaal gratis.

We namen afscheid, en ik liep nog even om de auto heen en besloot dat het ook wel een heel mooi object was voor infrarood fotografie.

 De Studebaker vastgelegd met een conventionele camera  De neef van de eigenaar

Bezoek mijn printshop

 


P.S.

Mits goed bijgehouden of gerestaureerd had het nog een mooi autootje kunnen zijn…

Bron foto van de gerestaureerde studebaker: klik hier

 

De Aurora Borealis

De eerste keer vergeet je nooit meer.

Wie het mocht meemaken weet waarschijnlijk nog precies waar hij of zij was, en ook met wie. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Het was in de vroege ochtend van 18 augustus 2006. Een extase van ruwweg 75 minuten waarin ik niet wist waar ik moest kijken.

We stonden met onze camper bij de Dettifoss in Noord IJsland waar we de nacht wilden doorbrengen. De Dettifoss is de meest krachtige waterval van West Europa en ligt in de Jökulsárgljúfur, wat de IJslanders wel eens de Grand Canyon van Europa noemen. Sinds een paar jaar is kamperen hier officieel niet meer toegestaan, maar in 2006 was dat geen probleem. Ik wilde gaan slapen, en uit gewoonte besloot ik nog even naar buiten te gaan. In deze tijd van het jaar wordt het nooit echt helemaal donker in IJsland waardoor ik totaal niet was voorbereid op wat ik even later ging zien.

Ik stapte de deur uit van de camper. De deur van onze toenmalige camper bevond zich op ongeveer een meter hoogte, dus ik keek goed naar beneden waar ik mijn voeten neerzette. Eenmaal veilig op de vaste grond duwde ik mijn handen diep in mijn zakken. Ik trok mijn schouders een beetje op waardoor mijn nek omsloten werd door de kraag van mijn vest. Het voelde iets behaaglijker en gaf wat bescherming tegen de koude van de IJslandse nacht.

Ik richtte mijn hoofd naar de hemel in de hoop iets van de sterrenhemel te kunnen zien. Verbazing maakte zich van mij meester. Even moest ik in mijn grijze massa laten doordringen wat ik zag. “Noorderlicht”. Een fenomeen waarvan je in het algemeen mag aannemen dat het zich in de maanden oktober tot en met maart aan het hemelgewelf kan openbaren. Maar het was augustus. Het was niet echt, nee het kon niet echt zijn en toch… Het was geen zinsbegoocheling. In volle glorie baande het Noorderlicht zich van noord naar zuid.

Ik snelde me het trapje van de camper weer op en terwijl ik mijn fotospullen snel bij elkaar griste vertelde ik Ans wat ik had gezien. Even later stonden we samen te kijken naar het spektakel aan de nachtelijke hemel.

In mijn enthousiasme wekte ik ook onze buren. De camper had een Belgische kentekenplaat en ik vond het mijn plicht om onze zuiderburen deelgenoot te maken van het noorderlicht. Na enkele malen kloppen hoorde ik wat gestommel in de camper. De deur van de camper ging open, en even later stond er een wat lange slungelachtige man in de deuropening. Met een zacht Belgisch accent vroeg hij; “Awel, wat is er”. Ik zei: “Noorderlicht! Kijk” en wees naar de hemel. De Belg strekte zijn nek buiten de deuropening keek omhoog en zei: “O ja, Skon he, dank u wel”, waarop hij zijn nek weer introk en zachtjes de deur weer dichttrok.

Enigszins verbouwereerd van de reactie was ik even later weer druk in de weer met mijn camera’s in mijn eerste pogingen de Aurora Borealis, genoemd naar de Griekse godin van de dageraad op het lichtgevoelig materiaal te vereeuwigen.

Aurora Borealis werkt verslavend. De rest van de reis bleef ik tevergeefs in de avonduren de hemel afturen in de hoop nog een glimp van het noorderlicht op te kunnen vangen.

Een jaar later mocht ik als IJsland reisleider de Aurora Borealis reizen van oktober begeleiden. Vanaf 2011 zijn daar mijn fotografiereizen in oktober en maart bijgekomen omdat de kans op Noorderlicht dan groot is, en de dagen nog lang genoeg zijn om fotografisch helemaal los te kunnen gaan op het IJslandse landschap.

Bovenstaande foto werd gemaakt tijdens de Aurora Borealis-fotografiereis van 2015. Die nacht logeerden we in een voormalige school vlak bij Selfoss. Iedereen lag al op één oor toen de Aurora zich aan de hemel openbaarde.  Slaapdronken stapte iedereen uit bed, maar vol adrenaline stonden we even later zij aan zij te fotograferen terwijl we sluitertijden, diafragmawaarde, ISO gevoeligheid en brandpunt instellingen met elkaar bespraken.

De foto aan het begin van dit artikel is de kleuren uitvoering. Hieronder staat ook nog een monochrome afbeelding van het Noorderlicht. Hoewel de kleur van de Aurora natuurlijk belangrijk is vind ik de monochrome variant ook prettig om naar te kijken.

Wil je ook een keer met mij naar IJsland met de kans om in de avonduren de Aurora Borealis te zien en te fotograferen? Kijk dan op mijn site. Ode aan IJsland.

 

Bezoek mijn printshop

 

 

Manneporte, Etretat

Het is een mooie dag om de krijtrotsen van Étretat te ontdekken. Een korte wandeling brengt ons naar een deel van de kust waar we naar een strandje kunnen wandelen en zo uitzicht hebben op de krijtrotsen van Étretat.
Het wandelen op het strand is een vermoeiende bezigheid. Het strand bestaat uit kiezels variërend in alle maten tussen minuscuul en ongeveer 15 centimeter in doorsnede.
Onze aandacht wordt getrokken door een soort doorgang in een rotswand die zelf tot in de zee uitstrekt. Die doorgang zou wel eens een mogelijkheid kunnen zijn om verder langs het strand te lopen. Ons hoofddoel voor vandaag is de L’Aiguille. Frans voor de naald. Een rotspunt in de zee met daarbij een soort boog. Voordat we naar Étretat kwamen heb ik daar verschillende foto’s van voorbij zien komen, en nu wil ik dit wonder van Frankrijk ook met eigen ogen aanschouwen.

Met een beetje klimwerk weten we tot in de doorgang door te dringen. Je komt inderdaad aan een ander stukje strand waarbij je in de verte wederom een doorgang kunt zien naar vermoedelijk weer een stukje strand.

Helaas is het op dit moment hoog tij zodat het niet mogelijk is om tot de volgende doorgang te kunnen komen. Ik weet toch wat tijd stuk te slaan bij deze doorgang door met mijn camera aan de slag te gaan. Ik ga nog even een klein stukje terug om te kijken of het tij al zover is gedaald dat het mogelijk is om tot de volgende doorgang te komen. Zo nu en dan raken de golven nog steeds de krijtrotsen. Ik moet dus onverrichterzaken terugkeren.

We besluiten eerst maar boven langs de kliffen richting Étretat te wandelen. Als eerste krijgen we uitzicht op de Manneporte. De grootste boog die hier langs de krijtrotsen te vinden is. Voorbij deze natuurlijke boog krijgen we zicht op L’Aiguille en de bekendste boog van Étretat. Ik speur de omgeving af en kan geen mogelijkheid vinden om hier naar beneden te komen. Nu heb ik ergens vaag gehoord dat je hier enkel met een bootje terecht kunt. Dat zou jammer zijn, want de mooiste plaats om foto’s te maken van deze bekende bogen is vanaf beneden.

Ergens tussen Manneporte en L‘Aiguille zie ik een stuk van een ladder. Ik vermoed dat ik de doorgang heb gevonden. We lopen een stuk verder richting het dorp en komen al snel bij de plaats waar ergens onder aan de klif de ladder moet staan. Het is duidelijk waar het pad naar beneden ligt, of gelegen heeft. Nu staan er nog wat scheefgevallen palen met wat oud en versleten touw er tussen. Het touw wat waarschijnlijk ooit bedoeld was om je aan vast te kunnen houden terwijl je de trap naar beneden kon volgen. De treden van de trap zijn bijna weggerot of zover in de grond gezakt dat je nauwelijks meer van een trap kunt spreken. Een rond bord met rode rand met daarbinnen een treurig mannetje moet volgens mij de aanwijzing zijn dat het niet meer de bedoeling of zelfs dat het niet meer is toegestaan gebruik van deze trap te maken.

In eerste instantie lopen we dan ook maar een stukje door, maar ik baal wel. Ik heb me thuis al een beetje ingelezen in wat je allemaal kunt doen in deze omgeving, en waar je het beste naar toe kunt gaan om de mooiste foto’s te maken, en net het mooiste plekje, het mooiste standpunt voor een foto is onbereikbaar geworden door verval.

Op de terugweg besluiten we dat we best wel zo nu en dan de wet mogen overtreden. Het is hier niet zo druk, en als we ons een moment onbespied wanen dalen we langs de krakkemikkelige trap zover af dat we vanaf het pad niet meer zichtbaar zijn. Het voelt een beetje als een overwinning dat we hier nu staan en niemand ons zag.

De pret is van korte duur. Niet veel verder houdt alles wat op een trap en of paaltjes met versleten touw lijkt op te bestaan. Slechts een modderige baan wat bij droog weer best wel begaanbaar zou kunnen zijn en voor pad door zou kunnen gaan voert nog een kleine 30 meter schuin de diepte in. Aan het laatste paaltje hangt een zwart touw wat ons weer enigszins hoop geeft op een complete afdaling. Ans gaat als eerste langs het touw naar beneden. Ze is al een heel eind op weg als ze me het eind van het touw laat zien. Vanaf dat eind is het nog een behoorlijk stuk tot aan het strand. Genoeg om bij uitglijden erg hard tussen de kiezels terecht te komen. Ans durft nog wel verder, maar ik vind het risico te groot. Ans klimt weer langs het touw omhoog en samen lopen we verder terug naar het pad.

Vanaf de hoog gelegen kliffen maak ik enkele foto’s van de pieken en bogen aan de kust, maar geen van die foto’s heeft voor mij de wow factor. Ik heb beelden gezien die gemaakt zijn vanaf het strand, maar tot nu toe hebben we geen enkele toegang tot het laatste stukje strand kunnen vinden. Het verhaal dat je hier enkel met een bootje kunt komen vind ik erg wazig. Ik kan het me bijna niet voorstellen.

We besluiten terug te lopen naar het eerste stukje strand. Op een bij hoog tij onbereikbare plek heb ik een doorgang kunnen zien. Het was ver weg dus zekerheid over de mogelijkheid hier echt verder te kunnen heb ik niet.

Het water staat nu aanmerkelijk lager, zo laag dat je eenvoudig over het strand naar het eindpunt kunt wandelen waar een opening in de rotsen zichtbaar is. Ik ben opgelucht als het blijkt dat de opening doorloopt naar een stuk strand met uitzicht op de Manneporte. Om hier af te kunnen dalen moeten we eerst een stukje klimmen langs een erg roestige ladder. En met erg roestig bedoel ik dat er geen stukje ongeschonden metaal meer zichtbaar is.

We klauteren over erg glibberige rotsen in de richting van een roestige metalen pen met daaraan een stuk rafelig touw. Het is slechts drie meter naar beneden, maar buiten het touw is er niets om je aan vast te houden. Er is ook geen rots om je tegen af te zetten, want de rots is door werking van het water zodanig geërodeerd dat hij schuin onder ons verdwijnt. Het probleem is dan ook niet de afdaling, het probleem wordt het terug naar boven klimmen.

In de verte lonkt een ladder naar een plateau waarvandaan ik mijn foto zou kunnen maken. Het is frustrerend die ladder te zien. Voor mij is het een teken dat die locatie bereikbaar moet zijn, maar waarom lukt het dan niet?

Wederom staan we zo dicht bij de toegang tot mijn “fotolocatie” en weer is er een nieuwe hindernis. Ik word er een beetje moedeloos van. We lopen een stukje terug om in ieder geval van afstand te kunnen zien wat we missen. Van die afstand wil ik toch een paar foto’s maken. Ik heb net mijn camera opgesteld als ik onder “mijn” boog beweging zie. Duidelijk twee mensen bewegen hier eenvoudig op en neer. Hoe komen die daar? Niet alleen is het andere dus wel gelukt om op “mijn” plekje te komen, maar nu lopen ze ook nog dwars door “mijn” foto. Ik maak toch maar een paar foto’s, maar ook deze foto’s missen de door mij zo graag gewilde “wow” factor.

Ik kijk naar het tij en constateer dat het water toch weer lager staat dan een half uurtje geleden. Vanaf hier kan ik zien dat ik met een beetje kunst en vliegwerk door het water zou kunnen waden om toch op het fel begeerde strand uit te kunnen komen.

Mijn schoenen, sokken en boven broek gaan uit. Het textiel verdwijnt in mijn rugzak. De schoenen bind ik met de veters aan elkaar en hang ik over mijn nek. Zo moet het gaan lukken. Ans vindt het prima op deze plek en pakt haar boek erbij. Ze wenst me succes, waarna ik afdaal en iets meer dan kniediep in het water terecht kom. Een groot deel van de bodem bestaat gelukkig uit door getijdewerking glad gepolijst kalksteen. Hier en daar liggen wat scherpere stenen, Koude voeten op scherpe stenen is geen fijne combinatie zodat er af en toe wel een krachtterm over mijn lippen komt, maar na een beetje afzien sta ik dan toch op mijn felbegeerde strand.

Over grote en kleine kiezels ploeg ik voort naar de laatste hindernis die mij scheidt van mijn zo heftig verlangde fotolocatie. Niet veel later sta ik aan de voet van een ladder die wellicht nog roestiger is dan het vorige exemplaar en klim ik naar boven. Ik ben aanbeland op “het” plateau. Een euforisch gevoel maakt zich meester van mij. Dat de mensen die net nog in de weg stonden voor mijn foto hier ook nog zijn maakt mij nu niet meer zo veel uit. Ik hoop echter wel dat ze mij nu snel in de gaten krijgen, want ze zijn verwikkeld in een hevige vrij partij waarbij alle vier de handen van het stel op plaatsen komen waar je die handen niet zou plaatsen als je niet heel zeker zou zijn dat je hier alleen was. De zwarte jas van de vrouw glijdt over haar schouders, en nog voordat de jas de grond raakt verdwijnen twee van de vier handen onder de grijze trui van deze dame.

Ik draai me discreet om en doe net alsof ik niet heb gezien wat ik net zag en maak wat extra lawaai in de hoop dat ze in de gaten krijgen dat ze hier niet alleen zijn. Als ik me even later terug draai heeft de dame haar zwarte jas weer aan, en zit een van de twee handen die zojuist nog onder de trui zaten in de jaszak van de man en houdt de andere hand een van de vrouwelijke exemplaren vast.
Zonder om te kijken lopen ze hand in hand van mij vandaan. Het plateau is van mij.

Ik maak een aantal foto’s maar realiseer me dat ik hier niet al te lang kan blijven. Het is even na vier uur. Dat wil zeggen dat het nu laag tij is, en dat over een half uurtje het water weer gaat stijgen Als het water te hoog komt wordt de weg terug naar boven voor mij afgesneden en rest mij niets meer dan 6 uur te wachten alvorens ik in mijn schreden terug kan keren. Terwijl ik foto’s maak zie ik in de verte het stel in de richting van L’Aiguille lopen. Ongeveer halverwege de plek waar ik nu sta en de plaats waar het stel loopt is de steile en slechte weg naar boven waar Ans en ik het eerder deze dag voor gezien hielden. Ik vermoed dat het stel hier zo meteen weer naar terugkeert en hier naar boven gaat klauteren.

Ik maak nog een paar foto’s en kijk dan tevreden om me heen. Ik zoek het strand af naar het stelletje dat hier straks liep maar vind ze nergens meer terug. “Vreemd” denk ik. Ze kunnen nooit helemaal terug zijn gelopen naar het steile pad omhoog, maar toch zijn ze van het strand verdwenen. Ik speur de wand af of ik ze toch nog ergens kan zien. Dan realiseer ik me dat die zwarte vlek die ik in de verte kon zien waarschijnlijk een doorgang is. Niet eens een doorgang, maar “de” doorgang. Het zal toch niet zo zijn dat na alle moeite die ik deed om hier te komen, het zoeken over glibberige stenen, het waden door het water, kilometers wandelen, dat er aan de andere kant een eenvoudige doorgang is. Ik moet stiekem een beetje lachen om mijn eigen stommiteit. We hebben kilometers teveel gelopen, moeten waden door kniediep water en glibberen over erg gladde stenen om hier te kunnen komen. De Indiana Jones in mij neemt snel afscheid en maakt plaats voor een meer Laurel & Hardy type ontdekkingsreiziger.

Aan de andere kant vind ik een belangrijk deel van fotografie ook de bijbehorende beleving. Om hier te kunnen komen hebben we een behoorlijke omweg moeten maken. We hebben op verschillende plaatsen moeten zoeken naar doorwaadbare plaatsen en tunnels. We hebben hoofdbrekens gehad over hoe we op sommige plekken verder konden komen, en we hebben een erg leuke dag gehad.

Op de terugweg vind ik nog een mooie plek waar stilstaand water is achtergebleven door het lager wordende getijde. Hierin spiegelt zich de Manneporte, en als ik extra laag ga zitten zie ik de spiegeling ook nog de naald L’Aiguille. En dat is de foto die hierboven stond afgebeeld.

Bezoek mijn printshop

 

Het complete reisverslag van ons Normandië avontuur vind je trouwens hier