Menu Sluiten

De metallisch wonderbaarlijke golven van Reynisfjara

Reynisdrangar

Een kleine verandering in de intensiteit, de kleur of de spreiding van het licht, en je waant jezelf in een totaal ander land. Hoe vaak stond ik niet aan het zwarte strand Reynisfjara met als uitzicht deze tot de verbeelding sprekende rots pieken. Skessudrangar, Landdrangar en Langhamrar overblijfselen van een vulkaanuitbarsting gedurende de laatste ijstijd. Rots pieken die samen beter bekend zijn als de Reynisdrangar.

IJsland, het land van elfen en trollen

Er is in IJsland vrijwel geen rots te vinden waarover geen mooi verhaal te vertellen is of waarover zelfs legendes zijn geschreven. Zo ook over de Reynisdrangar. Over deze rots pieken zijn er zelfs twee. De eerste gaat over twee trollen die probeerde een driemaster aan land te trekken. Het werk was zwaarder en duurde langer dan voorzien. De trollen hadden niets in de gaten, maar toen de eerste zonnestralen boven de horizon uitkwamen veranderde de trollen onmiddellijk in steen.

Het andere verhaal gaat over een echtgenoot die zijn vrouw terugvond, ontvoerd door de twee trollen. De vrouw was in de nacht bevroren en overleden. De man liet de twee trollen zweren nooit meer iemand te zullen doden. De vrouw, de liefde van zijn leven vond haar lot tussen de versteende trollen en het water van Reynisfjara.

In 1991 werd het strand bij Reynisfjara door The American Journal “Islands Magazine” uitgeroepen tot een van de tien mooiste niet tropische stranden ter wereld.

En ik, ik sta hier. Hier waar ik al vaker heb gestaan, en een landschap overzie dat ik nog nooit eerder heb gezien. De stand van de zon, de reflectie op de door ijskoude wind opgestuwde golven, de pastelachtige wolkenlucht, en ver in zee de legendarische rotspunten Reynisdrangar.

De metallische glans reflecterend op het kolkende water heeft een hypnotiserend effect. Klik, klik, klik… De ene na de andere opname wordt gemaakt, en steeds als ik door de zoeker kijk denk ik dat het nu toch weer mooier is. Klik, klik, klik…

De hypnose voorbij

Dan dooft het licht langzaam uit. Een sliertige wolk schuift langzaam voor de zon. Ik kom bij uit mijn hypnose en aanschouw nog enige tijd het tafereel. Gelukkig met wat ik net mocht zien laat ik het ijskoude zwarte strand weer achter me.

Bezoek mijn printshop

De bloem, voor altijd in de bloei van z’n leven

 

Voor altijd in de bloei van zijn leven

 

Bloemen zijn voor de meeste fotografen een dankbaar onderwerp. Ik heb in mijn leven al veel, heel veel bloemen in hun bloei gefotografeerd.

Dan komt er een tijd dat je een mooie bloem ziet en dat je die de tijd en aandacht schenkt om hem of haar zo mooi mogelijk op de foto te zetten. Kijkend naar het eindresultaat bekruipt je dan een vervelend gevoel. De bloem is mooi gefotografeerd, de scherpte is perfect en de belichting past perfect bij je onderwerp. En toch… het is gewoon een foto van een bloem…

Je wilt niet de perfecte bloem fotograferen, je wilt de perfecte foto van een bloem maken. Perfectie zit hem niet in een technisch geslaagde foto. Perfectie zit hem in het enorm gelukkig zijn met het eindresultaat.

Nog vaak kon ik gefascineerd naar een bloem kijken. Het zijn werkelijk bijzondere schepsels met meestal een bijzondere schoonheid en een bijna perfecte symmetrie. Toch kwam het vaak niet meer tot fotograferen.

Een idee wordt geboren

Een tijdje geleden was ik bezig met een totaal ander beeld. (Het geheim van vuur en ijs). Ik werkte aan een foto waarin blokjes ijs in combinatie met vuur werden gebruikt toen ik een eureka moment ervaarde.

De eerste ingeving was om een bloem in volle bloei af te laten zinken in een bak met water. Als je dan wat geduld hebt gaan luchtbelletjes zich hechten aan de bloem en kun je een niet alledaagse foto van een bloem maken. Het leek me een leuk experiment. Een experiment dat ik tot op heden nog nooit heb uitgevoerd, want voor het zover was had ik al bedacht dat ik die bak water ook wel 24 uur of meer in de diepvries kon plaatsen. Het beeld dat ik voor me had bevatte nog steeds de bubbeltjes, maar nu gevangen in mooi helder en doorzichtig ijs.

Hoe ga je te werk?

Veel heb je niet nodig. Een bloem, een gewichtje om het drijven van de bloem te voorkomen en een redelijke hoeveelheid water. Daarnaast natuurlijk de vorm. De vorm bleek uiteindelijk het grootste probleem te zijn. Glas vriest kapot, net zoals plastic trouwens. De vorm mag ook niet te groot of juist te klein zijn. De bloem moet aan alle zijden omgeven zijn door water. Eén uitstekend blaadje kan de foto verpesten. Het uitstekende deel krijgt een totaal andere reflectie en zal snel gaan verdorren.

Zo’n idee blijft dan even in mijn achterhoofd borrelen waarbij op onverwachte momenten de oplossing zich aandient. Soms wordt ik midden in de nacht wakker en dan dringt de oplossing plotseling door. Soms ben ik met iemand in gesprek als er plotseling in een fractie van een seconde een paar hersencellen met elkaar beginnen te communiceren en mij met een schok de oplossing aandragen. (sorry als ik even afwezig leek tijdens ons laatste gesprek. Dat was dan waarschijnlijk interne communicatie).

Dit keer kwam de oplossing toen ik door de supermarkt liep en ik bij het bronwater de anderhalve liter vierkante pakken bronwater van Bar le Duc zag staan. De goede vorm, de goede inhoud en waterdicht.

De uitwerking

De volgende dag verdween de eerste bloem voorzien van een gewichtje in de opengewerkte verpakking van anderhalve liter bronwater. (het bronwater heb ik eerst zelf opgedronken). 24 Spannende uren later verwijderde ik het omhulsel. Enigszins beteuterd hield ik het koude resultaat in mijn handen. Het ijs was niet bepaald helder maar eerder melkachtig wit. Langzaam ontstonden scheuren in het inwendige van het ijskoude blok.

Even dacht ik dat mijn experiment mislukt was, maar toen ik het blok nog eens goed bekeek zag ik toch wel mogelijkheden. In de studio maakte in een lichtopstelling die voor mijn gevoel de vormen van de bloem en het ijs zijn best tot zijn recht zouden laten komen. Het grootste probleem hierbij waren de reflecties in het ijs.

Door te spelen met de lichtinstellingen en de richting van het licht wist ik deze reflecties tot een minimum te beperken. Het volgende probleem was dat door het smelten van het ijs het blok ook niet meer stabiel op zijn plek bleef staan. Over zijn eigen smeltwater schoof het blok steeds langzaam van zijn plaats. Omdat scherp stellen op een doorzichtig voorwerp niet eenvoudig is moest ook dat probleem eerst worden opgelost. Een klein stukje stof onder het blok was voldoende om het blok ijs te stabiliseren.

Hoewel ik tevreden was met het resultaat heb ik later nog diverse experimenten uitgevoerd om toch tot helder ijs te kunnen komen. Het is me niet gelukt. (Tips hierover zijn welkom).

Wat ik al geprobeerd heb:

  • Gedestilleerd water
  • Water invriezen, laten ontdooien en opnieuw invriezen
  • Tikjes tegen het ijs geven om zoveel mogelijk lucht te laten ontsnappen
  • Water brak laten worden
  • Zout oplossen in het water

De bovenstaande foto zal deel uit maken van de vijfde sessie “bloemen voor de eeuwigheid”

 

Kijkend door de lens dacht ik:

“deze bloem is voor altijd in de bloei van zijn leven”.

Bezoek mijn printshop

 

Noodlanding of menselijk falen?

De overblijfselen van de McDonnel Douglass R4D-8

 

Eerst kwamen de geruchten. Het begint namelijk altijd met geruchten. Ergens in IJsland ver van de doorgaande weg lagen de resten van een McDonnell Douglas R4D-8, nu beter bekend als “De” Dakota. Het klinkt misschien gek, maar in de tijd dat de geruchten mij bereikten was het internet nog niet zo volgestampt met informatie als nu. Ik zocht, maar vond niets.

Op een dag wist ik wel de globale locatie van het wrak, maar nog steeds niet hoe ik er kon komen. Ook de IJslandse bevolking, hoewel normaal gesproken erg behulpzaam deden er meestal het zwijgen toe als het over de exacte locatie van het object ging.

Niet veel later vertelde iemand mij dat als je ongeveer wist waar je moest zoeken, het vliegtuig ook op Google Earth zichtbaar was. Niet veel later wist ik de exacte locatie van het wrak.

Eindelijk gevonden

Het was februari 2013 toen ik de stoute schoenen aantrok, de hoofdweg afdraaide en mezelf met een 4×4 auto over het zwarte zand van het Sólheimasandur waagde in de richting van waar het wrak zou moeten liggen. In het pekzwarte zand was zelfs een redelijk spoor zichtbaar waarover meerdere auto’s mij waren voorgegaan.

Ongeveer vier kilometer verderop stond ik dan eindelijk oog in oog met de Dakota die hier op 21 november 1973 een noodlanding maakte. Omdat het zand hier wel erg mul werd besloot ik de laatste 400 meter te lopen. Ik zat, en zit er nog steeds niet op te wachten om mijn huurauto tot de bodemplaat weg te zien zakken in het Sólheimasandur. Wie weet komen er 40 jaar later dan mensen kijken naar de overblijfselen van mijn huurauto die dan door het striemende zand van al zijn lak is ontdaan terwijl door de wind losgeslagen stenen (ja dat kan in IJsland) de ruiten aan gruzelementen geslagen hebben. En of dat niet erg genoeg is, zijn er dan altijd nog IJslanders die het nodig vinden om de gedoemde auto met hun hagelgeweren vol gaten te moeten schieten.

Met dat idee in mijn hoofd legde ik de laatste meters naar het wrak af waar ik na enige bestudering van dit surrealistische geheel mijn best deed om het zo mooi mogelijk met mijn camera vast te leggen. Ik denk dat ik ongeveer een uur rondom dit wrak doorbracht alvorens ik het tijd vond om de harde weg weer op te gaan zoeken. In die tijd zag ik geen enkele andere auto.

Van parel tot toeristische attractie

In 2015 veranderde alles. Het volgens mij, Canadese tieneridool JB kwam naar IJsland en bezocht onder andere het wrak om er een videoclip op te nemen. In de clip is te zien hoe hij met een skateboard over het in slechte staat verkerende dak van het wrak manoeuvreert. Of JB werkelijk de schuldige is weet ik niet, maar heel de wereld wist plots dat er een wrak lag. Dankzij behulpzame internetsites wist men ook exact hoe er te komen.

Kortom het wrak werd plots een van de highlights van IJsland. De landeigenaar werd het al snel beu. Met enige regelmaat mocht hij weer eens een auto vlot trekken die bijna tot zijn bodemplaat in het mulle zand terecht gekomen was. Ook viel het vliegtuig ten prooi aan vandalisme. Zo werd het enige jaren geleden voorzien van graffiti. Vele JB fans wilde net zoals hun grote idool gefotografeerd worden op het in slechte staat verkerende dak van de Dakota.

De weg naar het wrak werd afgesloten voor al het verkeer. Je kunt nog steeds het wrak bereiken, maar je auto parkeer je vooraan de weg, en als je dan het wrak echt wilt zien zit er niets anders op dan de laatste vier kilometer te voet af te leggen.

Waar komt het wrak vandaan?

Het vliegtuig was een van de vier Dakota ’s die hier door de Amerikanen op Keflavík gestationeerd waren. De vliegtuigen hadden eerder dienst gedaan in de Korea en Vietnam oorlogen. Alle vier de Dakota ‘s kwamen in IJsland aan hun einde.

Het vliegtuig op het Sólheimasandur kwam terug van een bevoorradingsvlucht ten behoeve van het radar station bij Stokksnes. Op de terugweg kreeg het vliegtuig gedurende een storm ook nog enorm veel last van ijsafzetting aan de vleugels. Het vliegtuig verloor snel hoogte waardoor de gezagvoerder geen andere keus had dan een noodlanding te maken.  Ze waren voorbereid om deze noodlanding op zee uit te voeren toen de piloot het Sólheimasandur in zicht kreeg. Hij besloot daar het vliegtuig aan de grond de zetten. Door de verwarring werd er door de IJslanders eerst in de zee naar overlevenden gezocht. Uiteindelijk kwamen de reddingswerkers tegelijkertijd aan met een helikopter van het Amerikaanse leger.

Wie het vliegtuig nadert zal al snel zien dat zowel de vleugels als het staartdeel ontbreken. Waar de vleugels zijn gebleven heb ik niet terug kunnen vinden. Maar volgens de overlevering is het staartstuk door een lokale boer vakkundig afgezaagd, afgevoerd en vervolgens verkocht. Verkocht aan iemand die er een zomerhuisje van heeft gemaakt.

Volgens diezelfde overlevering maakte het vliegtuig de noodlanding omdat de gezagvoerder (onterecht trouwens) in de veronderstelling was dat hij zonder brandstof zat.

Alle zeven inzittende overleefden het voorval.

Het nieuwsartikel uit de krant Morgunblaðid van 22 november 1973 in IJsland:

Bezoek mijn printshop

De Studebaker uit 1926

Gedurende onze reizen maken we vaak gebruik van een draagbare GPS, een Global Positioning System. Net als een navigator voor in je auto stel je het apparaat in om je te begeleiden naar je bestemming. Waar je in de auto simpelweg een adres opgeeft maakt een GPS gebruik van coördinaten. De Coördinaten van bovenstaande foto zou er bijvoorbeeld uitzien als: N 52° 46.496′ W 119° 15.271. Dit coördinaat bijvoorbeeld, leidt je naar een plek in British Columbia, Canada waar we deze Studebaker uit 1926 aantrof.

We vonden het coördinaat op de site geocaching.com. Geocaching.com is een goede bron om research te doen naar de mooiste plekjes op je reisbestemmingen. Op deze site wordt met behulp van coördinaten aangegeven waar mensen “schatten” verstopt hebben die je dan kunt zoeken met meestal niet meer dan het betreffende coördinaat dat soms wordt aangevuld met een kleine hint.

De mooiste zoektochten zijn die tochten waarbij je onderweg puzzels moet oplossen om verder te komen naar een volgend coördinaat. Niet dat ik die puzzels zo graag doe, maar de “schatten” zijn meestal verstopt door de “locals”, op plekken die ze zelf bijzonder vinden. Dit zijn vaak plekken die in reisgidsen niet zijn vernoemd en daardoor ver weg liggen van de drukke toeristische routes.

Een van deze “schatten” bracht ons een tijdje geleden naar deze prachtige Studebaker. Een autowrak, gebouwd in 1926. In of rondom deze Studebaker zou dus een “schat” verstopt zijn. Voor mij is de “schat” bijna altijd de omgeving waarin we terecht komen, in dit geval dus het wrak zelf.

Om goed werk te kunnen leveren moet een fotograaf geïnspireerd worden. Die inspiratie kan bijvoorbeeld komen van een aantrekkelijke jonge dame, maar ook gewoon van een oud stuk roest. Tsja, je bent veelzijdig fotograaf of je bent het niet. Ik bedenk me nu dat een combinatie van bovenstaande inspiratiebronnen ook best mooie plaatsjes op had kunnen leveren.

Zowel de leeftijd als het exacte model van de Studebaker waren niet meer te achterhalen door het ontbreken van alle type plaatjes. Nu zijn oude auto’s ook niet mijn specialiteit, dus zonder de aanwijzingen op de eerder genoemde site had ik waarschijnlijk ook nooit geweten dat het zich hier om een Studebaker ging.

Ik was druk in de weer met het fotografisch vastleggen van de vele materialen die ooit tezamen een mooie auto vormden toen een wat modernere auto stopte en een man en vrouw uitstapte. Ondanks dat ik individuen niet in “typische mensen voor een typische omgeving of beroep” hokjes wil stoppen voldeden deze mensen prima in deze omgeving waarbij ze ook eigenaren, of in ieder geval vervangende eigenaren waren van de “campground” waarop de Studebaker stoer bezig was om terug te keren naar de vorm waarin hij was, voordat hij ooit Studebaker werd.

De man liep naar me toe, waarbij hij werd voorafgegaan door een alcohol walm. Die alcoholwalm werd even later vrijwel tenietgedaan door de parfumlucht (of deodorant, ik ben geen kenner) van de vrouw.

De man bleek dus de beheerder te zijn van de campground. Wij kampeerden hier niet maar hadden wel onze gigantische camper, want ja, alle campers in Canada zijn gigantisch, hier geparkeerd. Niet vies van een beetje vooroordelen dacht ik: “O jee, here comes trouble”. Ik verwachtte op zijn minst dat we vriendelijk doch dringend zouden worden verzocht om of te betalen, of te verdwijnen. Het tegendeel was waar.

De man was de neef van de voormalige eigenaar van de Studebaker, en wist ons te vertellen dat de auto nieuw was gekocht door zijn oud-oom in 1926, maar dat de auto al sinds de jaren 50 niet meer van zijn plek was geweest.

Natuurlijk wilde hij ook best even poseren bij de auto, of voor dat wat ooit een auto was. Daarna wees hij ons nog op het station waar we als we wilden het chemisch toilet konden legen en ons water aan konden vullen. Ook vertelde hij nog even waar de beste WIFI op de camping te vinden was. Allemaal gratis.

We namen afscheid, en ik liep nog even om de auto heen en besloot dat het ook wel een heel mooi object was voor infrarood fotografie.

 De Studebaker vastgelegd met een conventionele camera  De neef van de eigenaar

Bezoek mijn printshop

 


P.S.

Mits goed bijgehouden of gerestaureerd had het nog een mooi autootje kunnen zijn…

Bron foto van de gerestaureerde studebaker: klik hier

 

De mooie rooie

Als uitvalsbasis voor mijn landschaps- en natuurfotografie maak ik graag gebruik van de campings van onder andere Staatsbosbeheer. Wandelen of fietsen in een “nieuwe” omgeving werkt voor mij erg inspirerend.

Vorig jaar was ik in Drenthe waar ik de prehistorische hunebedden graag weer eens wilde zien en natuurlijk ook wilde fotograferen. Ik was bijna terug bij de camping en genoot van het frisse lentegroen. Groene weiden, groene varens, groene bomen. De lente was met zijn ontluikende groene kleuren een schat aan inspiratie en brenger van een erg goed humeur.

In een reflex, en misschien voor ik het zelf door had stond ik plots naast mijn fiets. Tussen al het frisse groen stond een solitaire rode beuk. Een beuk, net zo fris rood als de groene beuken fris groen waren.

De fiets werd geparkeerd, de rugzak met fotospullen ging open en het zoeken naar het beste standpunt kon beginnen. De zon stond bijna op de perfecte plek voor het mooiste plaatje, maar werd jammer genoeg enigszins afgeschermd door een dun laagje bewolking.

Zorgvuldig noteerde ik de locatie van de boom op de kaart met het idee om hier morgen rond de zelfde tijd of misschien wel een uurtje eerder nog eens terug te komen.

De volgende dag had ik met de omstandigheden meer geluk en kon ik de foto’s maken die mij een geluksgevoel- en het bovenstaande plaatje opleverden.

Hieronder nog een variant op het thema:

Als ik iets bijzonders vind en/of fotografeer ga ik op zoek naar achtergrond informatie. Zo leerde ik dat de beuk vaak de Moeder of de Koningin van het bos wordt genoemd. De beuk symboliseert wijsheid en moederlijke warmte.

Het woord beuk is afgeleid van Bos of Beoce wat Sanskriet is en zowel boek als boom betekend.

De Germanen beschouwden de Beuk als een heilige en gewijde boom. Runentekens werden in de oudheid vaak gekerfd in beukenschors of er werden staafjes van beukenhout gegooid om daaruit te lezen. Vandaar ook de Duitse woorden Buche en Buchstabe (letter).

De Romeinen vereerden de Beuk en zagen hem als een geluksbrenger, ze gebruikten het hout om offervaten te maken.

Dorre Beukenblaadjes staan ook bekend als ‘heksengeld’, waarmee heksen bepaalde diensten betaalden.

In de natuurgeneeskunde wordt de schors van beuken ook wel gebruikt als middel tegen koorts en ontstekingen. Kauwen op de blaadjes helpt tegen pijn aan de lippen, kiezen of het tandvlees. Beukennootjes bevatten de narcotische stof fagine. Het eten van veel beukennootjes kan dan ook leiden tot buitengewone vrolijkheid wat vaak wordt gevolgd door misselijkheid en hoofdpijn.

En als laatste vond ik een gedicht van Rose Fyleman

I’d like to have a garden with a beech tree on the lawn;
The little birds that live there would wake me up at dawn.
And in the summer weather, when all the leaves were green,
I’d sit beneath the beech boughs and see the sky between.

 

Bezoek mijn printshop

De Aurora Borealis

De eerste keer vergeet je nooit meer.

Wie het mocht meemaken weet waarschijnlijk nog precies waar hij of zij was, en ook met wie. Ik herinner het me nog als de dag van gisteren. Het was in de vroege ochtend van 18 augustus 2006. Een extase van ruwweg 75 minuten waarin ik niet wist waar ik moest kijken.

We stonden met onze camper bij de Dettifoss in Noord IJsland waar we de nacht wilden doorbrengen. De Dettifoss is de meest krachtige waterval van West Europa en ligt in de Jökulsárgljúfur, wat de IJslanders wel eens de Grand Canyon van Europa noemen. Sinds een paar jaar is kamperen hier officieel niet meer toegestaan, maar in 2006 was dat geen probleem. Ik wilde gaan slapen, en uit gewoonte besloot ik nog even naar buiten te gaan. In deze tijd van het jaar wordt het nooit echt helemaal donker in IJsland waardoor ik totaal niet was voorbereid op wat ik even later ging zien.

Ik stapte de deur uit van de camper. De deur van onze toenmalige camper bevond zich op ongeveer een meter hoogte, dus ik keek goed naar beneden waar ik mijn voeten neerzette. Eenmaal veilig op de vaste grond duwde ik mijn handen diep in mijn zakken. Ik trok mijn schouders een beetje op waardoor mijn nek omsloten werd door de kraag van mijn vest. Het voelde iets behaaglijker en gaf wat bescherming tegen de koude van de IJslandse nacht.

Ik richtte mijn hoofd naar de hemel in de hoop iets van de sterrenhemel te kunnen zien. Verbazing maakte zich van mij meester. Even moest ik in mijn grijze massa laten doordringen wat ik zag. “Noorderlicht”. Een fenomeen waarvan je in het algemeen mag aannemen dat het zich in de maanden oktober tot en met maart aan het hemelgewelf kan openbaren. Maar het was augustus. Het was niet echt, nee het kon niet echt zijn en toch… Het was geen zinsbegoocheling. In volle glorie baande het Noorderlicht zich van noord naar zuid.

Ik snelde me het trapje van de camper weer op en terwijl ik mijn fotospullen snel bij elkaar griste vertelde ik Ans wat ik had gezien. Even later stonden we samen te kijken naar het spektakel aan de nachtelijke hemel.

In mijn enthousiasme wekte ik ook onze buren. De camper had een Belgische kentekenplaat en ik vond het mijn plicht om onze zuiderburen deelgenoot te maken van het noorderlicht. Na enkele malen kloppen hoorde ik wat gestommel in de camper. De deur van de camper ging open, en even later stond er een wat lange slungelachtige man in de deuropening. Met een zacht Belgisch accent vroeg hij; “Awel, wat is er”. Ik zei: “Noorderlicht! Kijk” en wees naar de hemel. De Belg strekte zijn nek buiten de deuropening keek omhoog en zei: “O ja, Skon he, dank u wel”, waarop hij zijn nek weer introk en zachtjes de deur weer dichttrok.

Enigszins verbouwereerd van de reactie was ik even later weer druk in de weer met mijn camera’s in mijn eerste pogingen de Aurora Borealis, genoemd naar de Griekse godin van de dageraad op het lichtgevoelig materiaal te vereeuwigen.

Aurora Borealis werkt verslavend. De rest van de reis bleef ik tevergeefs in de avonduren de hemel afturen in de hoop nog een glimp van het noorderlicht op te kunnen vangen.

Een jaar later mocht ik als IJsland reisleider de Aurora Borealis reizen van oktober begeleiden. Vanaf 2011 zijn daar mijn fotografiereizen in oktober en maart bijgekomen omdat de kans op Noorderlicht dan groot is, en de dagen nog lang genoeg zijn om fotografisch helemaal los te kunnen gaan op het IJslandse landschap.

Bovenstaande foto werd gemaakt tijdens de Aurora Borealis-fotografiereis van 2015. Die nacht logeerden we in een voormalige school vlak bij Selfoss. Iedereen lag al op één oor toen de Aurora zich aan de hemel openbaarde.  Slaapdronken stapte iedereen uit bed, maar vol adrenaline stonden we even later zij aan zij te fotograferen terwijl we sluitertijden, diafragmawaarde, ISO gevoeligheid en brandpunt instellingen met elkaar bespraken.

De foto aan het begin van dit artikel is de kleuren uitvoering. Hieronder staat ook nog een monochrome afbeelding van het Noorderlicht. Hoewel de kleur van de Aurora natuurlijk belangrijk is vind ik de monochrome variant ook prettig om naar te kijken.

Wil je ook een keer met mij naar IJsland met de kans om in de avonduren de Aurora Borealis te zien en te fotograferen? Kijk dan op mijn site. Ode aan IJsland.

 

Bezoek mijn printshop

 

 

Het geheim van vuur en ijs

Mensen die mij al langer kennen, weten dat ik me graag bevind in het land van vuur en ijs, IJsland. Enkele jaren geleden gaf ik mezelf de opdracht om het vuur en ijs welke het land symboliseren in één foto te combineren. Ik had al snel een beeld voor ogen en verheugde me al op de experimenten die zouden volgen.

Om de vlammen mooi en fel tegen de achtergrond af te laten steken was voor mij de initiële setting al snel bepaald. De achtergrond moest donker zijn. Diep, diep zwart. Dat maakte het eerste deel al eenvoudig. Zwart karton is in mijn studio altijd aanwezig.

De ondergrond wilde ik graag spiegelend hebben. Bovendien moest die ook wisselende temperaturen kunnen weerstaan. Vuur en ijs liggen qua temperatuur nogal ver uit elkaar en een scheurende spiegel in combinatie met een brandbare vloeistof is niet iets waarop ik zit te wachten.

In mijn collectie achter- en ondergronden lag een plaat hoogglans aluminium. De ondergrond was dus ook al snel bepaald.

Het ijs was natuurlijk weer een ander verhaal. Of je gaat naar de supermarkt en koopt een zak van die blokjes, of je vult ijsklontzakjes, legt ze in de diepvries en wacht ongeveer 24 uur. Als fotograaf wordt je geduld toch regelmatig op de proef gesteld, dus die 24 uren waren ook nog wel te overbruggen.

Op zoek naar de juiste brandstof

Als brandstof koos ik spiritus. Een goed brandbare vloeistof waarmee ik in mijn vroege jeugd al vaak experimenteerde. De keuze van Spiritus was niet de juiste. Zonder het ijs begon ik in de studio met het in brand steken van plasjes spiritus. De Spiritus creëerde een mooie blauwe vlam. Alleen op de foto komt een blauwe vlam niet zo mooi over. Blauw is koel, en de vlam moest toch echt hitte uitstralen, en dan vooral hitte in de figuurlijke zin.

Terpentine dan maar… Ook dat was geen succes. Geen mooie vlammen. Brandgel en wasbenzine waren het ook niet helemaal, of beter gezegd helemaal niet.

Op zoek op internet. Aceton. Aceton gaf een mooie gele vlam. Nou heb ik best veel in huis, maar Aceton is een van de dingen die ik niet zomaar ergens heb staan. Even later zat ik op de fiets onderweg naar de drogisterij waar aceton toch wel in het assortiment hoort te zitten.

Ongemakkelijk begaf ik mij naar de afdeling nagellak waar ik een behoorlijke tijd, terwijl andere bezoekers mij vreemd aankeken op zoek was naar de nagellakremover. Ik had al een flesje in mijn hand toen ik een andere vloeistof zag staan. Ether. Ether is natuurlijk heel, heel erg brandbaar. Ik besloot voor beide te gaan, zowel aceton als Ether.

Thuis dook ik al weer snel de studio in. Het ijs was nog niet bevroren, dus legde ik andere (niet brandbare) attributen neer op de aluminium plaat. Mijn camera zette ik op statief en ik schatte in dat een vlam met een belichting van ongeveer twee seconde wel zichtbaar zou moeten zijn. Met behulp van flitslicht zorgde ik ervoor dat de attributen goed belicht werden.

Nu nog het licht in de studio dimmen en ik was klaar voor mijn foto. Na het eerste resultaat maakte ik nog wat correcties totdat ik tevreden was met het resultaat. Vervolgens de combinatie met de Ether. Ether is erg vluchtig, dus voorzichtigheid was geboden. Om overslag van vlammen te voorkomen ging eerst de kachel in de studio uit.

De lucifers lagen onder handbereik, net zoals de draadontspanner. In het gedimde licht opende ik het flesje ether en gooide een volgens mij redelijk kleine hoeveelheid op de objecten die klaar lagen op de aluminium plaat. Vervolgens draaide ik de dop weer op het flesje en zette het afgesloten flesje zover mogelijk van mijn onderwerp vandaan. Terwijl de studio nu gevuld was met de lucht die me het meest deed denken aan de lucht in een operatiekamer ontstak ik een lucifer en hield die dicht bij de ether.

Even dacht ik dat Satan in hoogsteigen persoon bezit kwam nemen van mijn studio. Slechts één seconde, misschien iets langer sloeg een vlam zowat tot aan het plafond van mijn studio. De vlammen vielen al snel terug tot de gewenste proporties. Terwijl de vlam nog ongeveer 15 centimeter hoog was drukte ik op de afstandsbediening van mijn camera. Enkele seconden later zag ik het ontstane beeld op het display van mijn camera verschijnen. Ik was tevreden.

Die avond was het water in de diepvries verworden tot blokjes, of beter gezegd bolletjes ijs. Het ijs werd zorgvuldig op de aluminiumplaat gelegd en overgoten met de ether. Niet teveel natuurlijk, want je wilt geen aanspraak hoeven maken op je brandverzekering, maar ook niet te weinig zodat de ether alweer vervluchtigd is alvorens ik het flesje veilig zou kunnen opbergen en de lucifer kan laten ontbranden.

Terwijl de vlammen zo nu en dan het plafond in mijn studio kietelden dacht ik aan de vroegere Romeinse keizer Nero. Nero, die ook zo veel inspiratie wist te halen uit enkele vlammen.

Bezoek mijn printshop

Enkele jaren geleden inspireerde deze foto de dichter Julius Dreyfsandt zu Schlamm tot het schrijven van een gedicht. 

De ontstane poëzie en fotografie smolt samen tot Foëzie

in vuur en vlam
dooft zij het naakte lijf
langs een robe van ijzige blokken
die dooien aan opvrijende benen

haar gezicht huist
in een vragende schaduw
zij wil haar blik niet aan mij vertonen
enkel hem zonder schroom
met een onaantastbare
verleiding belonen

zij bespeelt een minnaar
die ook door adem is omhuld
en in hetzelfde verlangen is gekleed

in deze pas de deux
is pure passie
door dragende zuchten
te vermoeden

enkel beider ogen hebben weet
van zuigende harten
hun driften mogen
een onthulling bevroeden

Foëzie in mijn webshop vind je hier: Foëzie

Kirkjufell, de markante berg

Kirkjufell, de markante berg op het schiereiland Snæfellsnes in West IJsland. Tot 2012 reed bijna iedereen hier waarschijnlijk zo aan voorbij. Maar….

In 2006 was ik in Oost IJsland, en vanwege het slechte weer waren we een toeristen bureautje binnengelopen op zoek naar informatie, souvenirs, koffie of wie weet wat voor andere zaken ze daar zouden verkopen, die leuk waren om als herinnering mee naar huis te nemen.

Mijn oog viel op een standaard met ansichtkaarten. Eén foto trok speciaal de aandacht. Een erg spitse berg met in de voorgrond een kleine waterval. Nieuwsgierig keek ik op de achterkant van de kaart om te zien of er informatie over de locatie van de foto te vinden was.

De berg lag bij het plaatsje Grundarfjörður in West IJsland. Daar waren we een paar dagen eerder nog geweest. Vreemd dat ik de berg had gemist. Het was ook te ver om nog eens naar terug te rijden, maar ik sloeg de afbeelding op in mijn grijze massa en nam me voor om hier nog eens heen te gaan bij mijn volgende IJsland bezoek.

De jaren daarop hadden andere gebieden op IJsland toch meer prioriteit. Snæfellsnes blijft toch een uithoek op het eiland dat hoewel het zeker de moeite waard is om te bezoeken tot een bonus van een IJslandreis behoort. Die bonus wordt niet altijd geïncasseerd om dat de rest van het eiland nogal schreeuwt om aandacht.

Het was dus 2011 alvorens ik weer eens aankwam bij de markante berg. Sinds 2011 kom ik er ook weer vaker omdat het schiereiland is opgenomen in de route van mijn fotografie reizen naar IJsland. Voor informatie over die reizen verwijs ik u graag naar mijn site OdeAanIJsland.nl.

Maar goed, 2011 dus. Ik had de berg voor mezelf. Dat wil zeggen, er was welgeteld nog 1 andere fotograaf die net als ik in afwachting van het goede licht de nodige uurtjes met dit uitzicht wist door te brengen.

Tevreden met mijn plaatjes keerde ik die avond laat terug naar mijn camper.

In 2012 kwam een foto van deze markante berg als cover op de internationale editie van de National Geographic. Helaas niet mijn foto. Vanaf toen ging het snel. Erg snel. De berg kreeg een iconische status en is inmiddels uitgegroeid tot een van de meest gefotografeerde bergen van IJsland. En altijd geschoten vanaf dezelfde locatie.

Altijd op zoek naar het iets andere plaatje bezocht ik deze berg in januari 2016. Het was een koude en gure dag. De winter had IJsland in zijn greep. Ik had het geluk dat een grote groep bezoekers net in de bus stapte toen ik er mijn auto parkeerde.

Als je deze locatie voor jezelf blijkt te hebben kun je eigenlijk maar een ding doen. Fotoapparatuur bij elkaar rapen. Jas, das, handschoenen aan en naar de juiste locatie rennen. Een ding was anno 2016 al zeker. De wetenschap dat je de berg niet erg lang voor jezelf zult hebben.

Al snel zag ik dat bij de onderste waterval zoveel ijsvorming had plaatsgevonden dat ik gedeeltelijk achter de waterval kon kruipen, een plekje dat normaal gesproken vrijwel onbereikbaar is. Ik had nu dus de kans om thuis te komen met dat “andere” plaatje van deze zeer markante berg.

Na een aantal foto´s gemaakt te hebben besloot ik mijn tot infrarood omgebouwde camera ter hand te nemen om nog meer dat “andere” plaatje te kunnen schieten.

Zonder te fotograferen zat ik nog een tijdje te genieten vanuit mijn unieke plekje toen een nieuwe bus met bezoekers zich aandiende. Nu zijn er verschillende categorieën van bezoekers. Je hebt ten eerste de reizigers. Dat zijn de goed voorbereide mensen die gaan voor het landschap, met waarschijnlijk ook de foto´s en de beleving. Het motto “take pictures, leave nothing but footsteps” is hen niet vreemd. Dit in tegenstelling tot de categorie “toeristen”. De goede daargelaten is de typische toerist onvoorbereid en wil deze zo snel mogelijk plaatjes maken en doorrijden naar een volgende locatie. Als bij het maken van de foto´s schade aan het landschap ontstaat of aanwijzingen moeten worden opgevolgd geld dat niet voor hen, maar slechts voor die andere.

Ik herkende in de aankomende groep duidelijk categorie twee. Om te voorkomen dat ze mij zouden opmerken en op dezelfde locatie wilde gaan zitten als waar ik zat, wat zonder goede voorbereiding, niet geheel zonder risico was besloot ik voorzichtig uit mijn “schuilhut” vandaan te komen en me weer terug te begeven naar de camper.
Mijn missie was geslaagd.

Bezoek mijn printshop

Manneporte, Etretat

Het is een mooie dag om de krijtrotsen van Étretat te ontdekken. Een korte wandeling brengt ons naar een deel van de kust waar we naar een strandje kunnen wandelen en zo uitzicht hebben op de krijtrotsen van Étretat.
Het wandelen op het strand is een vermoeiende bezigheid. Het strand bestaat uit kiezels variërend in alle maten tussen minuscuul en ongeveer 15 centimeter in doorsnede.
Onze aandacht wordt getrokken door een soort doorgang in een rotswand die zelf tot in de zee uitstrekt. Die doorgang zou wel eens een mogelijkheid kunnen zijn om verder langs het strand te lopen. Ons hoofddoel voor vandaag is de L’Aiguille. Frans voor de naald. Een rotspunt in de zee met daarbij een soort boog. Voordat we naar Étretat kwamen heb ik daar verschillende foto’s van voorbij zien komen, en nu wil ik dit wonder van Frankrijk ook met eigen ogen aanschouwen.

Met een beetje klimwerk weten we tot in de doorgang door te dringen. Je komt inderdaad aan een ander stukje strand waarbij je in de verte wederom een doorgang kunt zien naar vermoedelijk weer een stukje strand.

Helaas is het op dit moment hoog tij zodat het niet mogelijk is om tot de volgende doorgang te kunnen komen. Ik weet toch wat tijd stuk te slaan bij deze doorgang door met mijn camera aan de slag te gaan. Ik ga nog even een klein stukje terug om te kijken of het tij al zover is gedaald dat het mogelijk is om tot de volgende doorgang te komen. Zo nu en dan raken de golven nog steeds de krijtrotsen. Ik moet dus onverrichterzaken terugkeren.

We besluiten eerst maar boven langs de kliffen richting Étretat te wandelen. Als eerste krijgen we uitzicht op de Manneporte. De grootste boog die hier langs de krijtrotsen te vinden is. Voorbij deze natuurlijke boog krijgen we zicht op L’Aiguille en de bekendste boog van Étretat. Ik speur de omgeving af en kan geen mogelijkheid vinden om hier naar beneden te komen. Nu heb ik ergens vaag gehoord dat je hier enkel met een bootje terecht kunt. Dat zou jammer zijn, want de mooiste plaats om foto’s te maken van deze bekende bogen is vanaf beneden.

Ergens tussen Manneporte en L‘Aiguille zie ik een stuk van een ladder. Ik vermoed dat ik de doorgang heb gevonden. We lopen een stuk verder richting het dorp en komen al snel bij de plaats waar ergens onder aan de klif de ladder moet staan. Het is duidelijk waar het pad naar beneden ligt, of gelegen heeft. Nu staan er nog wat scheefgevallen palen met wat oud en versleten touw er tussen. Het touw wat waarschijnlijk ooit bedoeld was om je aan vast te kunnen houden terwijl je de trap naar beneden kon volgen. De treden van de trap zijn bijna weggerot of zover in de grond gezakt dat je nauwelijks meer van een trap kunt spreken. Een rond bord met rode rand met daarbinnen een treurig mannetje moet volgens mij de aanwijzing zijn dat het niet meer de bedoeling of zelfs dat het niet meer is toegestaan gebruik van deze trap te maken.

In eerste instantie lopen we dan ook maar een stukje door, maar ik baal wel. Ik heb me thuis al een beetje ingelezen in wat je allemaal kunt doen in deze omgeving, en waar je het beste naar toe kunt gaan om de mooiste foto’s te maken, en net het mooiste plekje, het mooiste standpunt voor een foto is onbereikbaar geworden door verval.

Op de terugweg besluiten we dat we best wel zo nu en dan de wet mogen overtreden. Het is hier niet zo druk, en als we ons een moment onbespied wanen dalen we langs de krakkemikkelige trap zover af dat we vanaf het pad niet meer zichtbaar zijn. Het voelt een beetje als een overwinning dat we hier nu staan en niemand ons zag.

De pret is van korte duur. Niet veel verder houdt alles wat op een trap en of paaltjes met versleten touw lijkt op te bestaan. Slechts een modderige baan wat bij droog weer best wel begaanbaar zou kunnen zijn en voor pad door zou kunnen gaan voert nog een kleine 30 meter schuin de diepte in. Aan het laatste paaltje hangt een zwart touw wat ons weer enigszins hoop geeft op een complete afdaling. Ans gaat als eerste langs het touw naar beneden. Ze is al een heel eind op weg als ze me het eind van het touw laat zien. Vanaf dat eind is het nog een behoorlijk stuk tot aan het strand. Genoeg om bij uitglijden erg hard tussen de kiezels terecht te komen. Ans durft nog wel verder, maar ik vind het risico te groot. Ans klimt weer langs het touw omhoog en samen lopen we verder terug naar het pad.

Vanaf de hoog gelegen kliffen maak ik enkele foto’s van de pieken en bogen aan de kust, maar geen van die foto’s heeft voor mij de wow factor. Ik heb beelden gezien die gemaakt zijn vanaf het strand, maar tot nu toe hebben we geen enkele toegang tot het laatste stukje strand kunnen vinden. Het verhaal dat je hier enkel met een bootje kunt komen vind ik erg wazig. Ik kan het me bijna niet voorstellen.

We besluiten terug te lopen naar het eerste stukje strand. Op een bij hoog tij onbereikbare plek heb ik een doorgang kunnen zien. Het was ver weg dus zekerheid over de mogelijkheid hier echt verder te kunnen heb ik niet.

Het water staat nu aanmerkelijk lager, zo laag dat je eenvoudig over het strand naar het eindpunt kunt wandelen waar een opening in de rotsen zichtbaar is. Ik ben opgelucht als het blijkt dat de opening doorloopt naar een stuk strand met uitzicht op de Manneporte. Om hier af te kunnen dalen moeten we eerst een stukje klimmen langs een erg roestige ladder. En met erg roestig bedoel ik dat er geen stukje ongeschonden metaal meer zichtbaar is.

We klauteren over erg glibberige rotsen in de richting van een roestige metalen pen met daaraan een stuk rafelig touw. Het is slechts drie meter naar beneden, maar buiten het touw is er niets om je aan vast te houden. Er is ook geen rots om je tegen af te zetten, want de rots is door werking van het water zodanig geërodeerd dat hij schuin onder ons verdwijnt. Het probleem is dan ook niet de afdaling, het probleem wordt het terug naar boven klimmen.

In de verte lonkt een ladder naar een plateau waarvandaan ik mijn foto zou kunnen maken. Het is frustrerend die ladder te zien. Voor mij is het een teken dat die locatie bereikbaar moet zijn, maar waarom lukt het dan niet?

Wederom staan we zo dicht bij de toegang tot mijn “fotolocatie” en weer is er een nieuwe hindernis. Ik word er een beetje moedeloos van. We lopen een stukje terug om in ieder geval van afstand te kunnen zien wat we missen. Van die afstand wil ik toch een paar foto’s maken. Ik heb net mijn camera opgesteld als ik onder “mijn” boog beweging zie. Duidelijk twee mensen bewegen hier eenvoudig op en neer. Hoe komen die daar? Niet alleen is het andere dus wel gelukt om op “mijn” plekje te komen, maar nu lopen ze ook nog dwars door “mijn” foto. Ik maak toch maar een paar foto’s, maar ook deze foto’s missen de door mij zo graag gewilde “wow” factor.

Ik kijk naar het tij en constateer dat het water toch weer lager staat dan een half uurtje geleden. Vanaf hier kan ik zien dat ik met een beetje kunst en vliegwerk door het water zou kunnen waden om toch op het fel begeerde strand uit te kunnen komen.

Mijn schoenen, sokken en boven broek gaan uit. Het textiel verdwijnt in mijn rugzak. De schoenen bind ik met de veters aan elkaar en hang ik over mijn nek. Zo moet het gaan lukken. Ans vindt het prima op deze plek en pakt haar boek erbij. Ze wenst me succes, waarna ik afdaal en iets meer dan kniediep in het water terecht kom. Een groot deel van de bodem bestaat gelukkig uit door getijdewerking glad gepolijst kalksteen. Hier en daar liggen wat scherpere stenen, Koude voeten op scherpe stenen is geen fijne combinatie zodat er af en toe wel een krachtterm over mijn lippen komt, maar na een beetje afzien sta ik dan toch op mijn felbegeerde strand.

Over grote en kleine kiezels ploeg ik voort naar de laatste hindernis die mij scheidt van mijn zo heftig verlangde fotolocatie. Niet veel later sta ik aan de voet van een ladder die wellicht nog roestiger is dan het vorige exemplaar en klim ik naar boven. Ik ben aanbeland op “het” plateau. Een euforisch gevoel maakt zich meester van mij. Dat de mensen die net nog in de weg stonden voor mijn foto hier ook nog zijn maakt mij nu niet meer zo veel uit. Ik hoop echter wel dat ze mij nu snel in de gaten krijgen, want ze zijn verwikkeld in een hevige vrij partij waarbij alle vier de handen van het stel op plaatsen komen waar je die handen niet zou plaatsen als je niet heel zeker zou zijn dat je hier alleen was. De zwarte jas van de vrouw glijdt over haar schouders, en nog voordat de jas de grond raakt verdwijnen twee van de vier handen onder de grijze trui van deze dame.

Ik draai me discreet om en doe net alsof ik niet heb gezien wat ik net zag en maak wat extra lawaai in de hoop dat ze in de gaten krijgen dat ze hier niet alleen zijn. Als ik me even later terug draai heeft de dame haar zwarte jas weer aan, en zit een van de twee handen die zojuist nog onder de trui zaten in de jaszak van de man en houdt de andere hand een van de vrouwelijke exemplaren vast.
Zonder om te kijken lopen ze hand in hand van mij vandaan. Het plateau is van mij.

Ik maak een aantal foto’s maar realiseer me dat ik hier niet al te lang kan blijven. Het is even na vier uur. Dat wil zeggen dat het nu laag tij is, en dat over een half uurtje het water weer gaat stijgen Als het water te hoog komt wordt de weg terug naar boven voor mij afgesneden en rest mij niets meer dan 6 uur te wachten alvorens ik in mijn schreden terug kan keren. Terwijl ik foto’s maak zie ik in de verte het stel in de richting van L’Aiguille lopen. Ongeveer halverwege de plek waar ik nu sta en de plaats waar het stel loopt is de steile en slechte weg naar boven waar Ans en ik het eerder deze dag voor gezien hielden. Ik vermoed dat het stel hier zo meteen weer naar terugkeert en hier naar boven gaat klauteren.

Ik maak nog een paar foto’s en kijk dan tevreden om me heen. Ik zoek het strand af naar het stelletje dat hier straks liep maar vind ze nergens meer terug. “Vreemd” denk ik. Ze kunnen nooit helemaal terug zijn gelopen naar het steile pad omhoog, maar toch zijn ze van het strand verdwenen. Ik speur de wand af of ik ze toch nog ergens kan zien. Dan realiseer ik me dat die zwarte vlek die ik in de verte kon zien waarschijnlijk een doorgang is. Niet eens een doorgang, maar “de” doorgang. Het zal toch niet zo zijn dat na alle moeite die ik deed om hier te komen, het zoeken over glibberige stenen, het waden door het water, kilometers wandelen, dat er aan de andere kant een eenvoudige doorgang is. Ik moet stiekem een beetje lachen om mijn eigen stommiteit. We hebben kilometers teveel gelopen, moeten waden door kniediep water en glibberen over erg gladde stenen om hier te kunnen komen. De Indiana Jones in mij neemt snel afscheid en maakt plaats voor een meer Laurel & Hardy type ontdekkingsreiziger.

Aan de andere kant vind ik een belangrijk deel van fotografie ook de bijbehorende beleving. Om hier te kunnen komen hebben we een behoorlijke omweg moeten maken. We hebben op verschillende plaatsen moeten zoeken naar doorwaadbare plaatsen en tunnels. We hebben hoofdbrekens gehad over hoe we op sommige plekken verder konden komen, en we hebben een erg leuke dag gehad.

Op de terugweg vind ik nog een mooie plek waar stilstaand water is achtergebleven door het lager wordende getijde. Hierin spiegelt zich de Manneporte, en als ik extra laag ga zitten zie ik de spiegeling ook nog de naald L’Aiguille. En dat is de foto die hierboven stond afgebeeld.

Bezoek mijn printshop

 

Het complete reisverslag van ons Normandië avontuur vind je trouwens hier

The towerbridge

Toen ik in 2013 de Abraham leeftijd behaalde werd ik door Ans, verrast met een weekendje Londen. Ik ben normaal geen stadsmens en vind me liever omringd door kabbelende beekjes en fluitende vogels dan dat ik word opgejaagd door de geluiden van razende motoren, claxonnerende automobilisten of schreeuwende muziek die vanuit kleine boetiekjes de straten in geslingerd wordt.

Als ik dan eenmaal in de stad ben kan ik toch wel genieten van de vele landmarks en plaatsen die iedereen wel uit boeken of films kent. Zo ook de Towerbridge. Ik denk dat je wel mag stellen dat je niet in London bent geweest als je deze brug niet minimaal vanuit de verte hebt gezien.

Gelukkig werden we ook nog begeleid door twee goede vrienden, Jan Jaap en Annemiek die de stad op hun duimpje kenden. Ik hoefde maar te zeggen hoe laat ik waar wilde zijn, en zij maakten er hun verantwoordelijkheid van om op tijd op de bestemming aanwezig te zijn.

Bij het naderen van de brug naderden we ook het blauwe uurtje. De meeste mensen die nachtfotografie beoefenen wachten tot het helemaal donker is en gaan dan op pad. Voor mij worden de beelden veel dynamischer als de straatverlichting al brand terwijl er nog iets van blauw in de lucht aanwezig is. Vlak na zonsondergang is dan de ideale tijd.

Op de brug vond ik mooi plekje waar de het lijnenspel van de brug mooi naar de eerste toren leidde. Niet alleen het licht van de brug, maar ook dat van de passerende automobilisten speelde een rol in mijn compositie.

Ik ondervond dat een belichting van 10 seconden het juiste effect gaf aan het beeld dat ik voor ogen had. Door het gebruik van een groothoekobjectief met een brandpunt van 16mm kon ik volstaan met een diafragmawaarde van ƒ 4. Toen ik in de verte een dubbeldeks bus in het vizier kreeg was het een kwestie van zoeken naar het juiste moment om af te drukken. De verlichting van de bus gaf een mooie invulling aan de bovenhoek van het beeld en bracht voor mij “The Tower” meer in balans.

Ik wachtte nog even op de volgende bus, maar voordat die de brug passeerde was het blauwe uurtje voorbij. De nacht had het laatste beetje blauw verjaagd en opgevuld met diepzwart. Hierdoor bleef deze opname voor mij “de Foto

Bezoek mijn printshop